langhuis
blog

 

De vroege ontwikkeling van de vedel

 

Trossingen Vorig jaar leidde mijn speurtocht naar de Germaanse lier tot de uitgave van het boek De lier van Trossingen. Daarin heb ik terloops de komst van strijkinstrumenten naar middeleeuws Europa aangestipt. Nu richt ik mijn aandacht op de vroege ontwikkeling van die strijkinstrumenten, verzameld in een vergaarbak met de naam 'de vedel'.
Hoe is de verre voorloper van de viool in onze streken beland en hoe moeten we ons dat instrument voorstellen? Op deze webpagina gaan we op zoek naar antwoorden op die vragen.

 

Bayeux

Musicerende engel op een fresco in de crypte van de kathedraal van Bayeux.

 

Grillet

Musicerende Arabier bespeelt een rabab (uit: Laurent Grillet, Les ancêtres du violon et du violoncelle (1901).
In Noordwest-Europa wordt al sinds mensenheugenis muziek gemaakt op allerlei instrumenten, zoals fluiten, hoorns, slag- en tokkelinstrumenten. Strijkinstrumenten werden echter betrekkelijk laat in onze streken geïntroduceerd. Wat voor instrumenten waren dat? En langs welke wegen kwamen die in Europa terecht?

routes Om met die laatste vraag te beginnen. Er zijn aanwijzingen dat strijkinstrumenten langs twee routes naar Europa kwamen: een westelijke en een oostelijke route.
De Moren introduceerden de Arabische rabab op het Iberische schiereiland, terwijl de Noormannen de Byzantijnse lyra via hun handelsroutes in Oost-Europa vanuit Byzantium naar hun thuislanden in Scandinavië brachten. Uit de Arabische rabab ontstond, kort gezegd, in West-Europa de rebec, terwijl het Byzantijnse instrument zich in Oost-Europa tot de gudok ontwikkelde. Althans, dat is de werkhypothese waarmee ik aan de slag ga.

 

 

 

 

Gudok

Volkse gudokspeler (uit: Privalova, N.I., Gudok, Drevne-russkij muzykal'nyj instrument (Sint-Petersburg 1904), afb. 52).

 

De oostelijke route
In een opsomming van muziekinstrumenten die in Byzantium bespeeld werden, noemde de Perzische geograaf Ibn Chordadbe in de negende eeuw de lyra als strijkinstrument. Deze moet niet verward worden met het tokkelinstrument uit de klassieke oudheid dat eveneens lyra genoemd werd.

De Byzantijnse lyra had stemknoppen die door een vlakke kop naar voren staken. De melodiesnaar werd van opzij met de nagels bespeeld en niet door een vinger tegen een toets te drukken. Het instrument is afgebeeld op een Byzantijns ivoren kistje uit de late tiende of vroege elfde eeuw als een tweesnarig bootvormig instrument, met een lange, smalle hals, dat rechtop bespeeld werd. Florence


Byzantijns ivoren reliëf van een gestreken lyra. (Florence, Museo Nazionale, Coll. Carrand, No.26)


Strijkinstrumenten die van de Byzantijnse lyra zijn afgeleid, worden nog altijd bespeeld in Griekenland en andere landen van de Balkan, in Italië en Turkije, kortom in het gebied van het voormalige Byzantium. Deze instrumenten hebben gemeen dat ze zijn gemaakt uit een enkel stuk hout dat is uitgehold en gevormd tot een boot- of peervormige klankkast die uitloopt in een hals met een verbrede kop met naar voren stekende stemknoppen. In het bovenblad zijn twee D-vormige klankgaten opgenomen.
In Rusland was tot in de negentiende eeuw de gudok in gebruik, een instrument dat nauw verwant is aan de Byzantijnse lyra en er vermoedelijk uit is voortgekomen.

 

 

Gudok

Gudokspeler op een fresco uit de vijftiende eeuw in de Maria-Tenhemelopnemingkerk in Meletovo bij Pskov (Rusland).

 

Gudok

Gudokspeler (uit: Privalova, N.I., Gudok, Drevne-russkij muzykal'nyj instrument (Sint-Petersburg 1904), afb. 51).

 

 

 

 

(*) Kachulev, I., 'Gadulkas in Bulgaria', The Galpin Society Journal 16 (1963), 95-107, speciaal 95.

(**) idem, 96.

 

De gudok
De gudok is een oud Russisch strijkinstrument dat in verticale positie, rustend op het (meestal linker) bovenbeen werd bespeeld, terwijl de muzikant het instrument met de linkerhand bij de hals vasthield. Het werd op volkse dansfeesten gebruikt en voor het eerst in de zestiende eeuw in schriftelijke bronnen genoemd.
Het instrument bleef populair tot in de negentiende eeuw, maar werd uiteindelijk verdrongen door de viool en was sindsdien niet meer in gebruik. Er is van dit typische volksinstrument niet één recent exemplaar bewaard gebleven.
De gudok bestond uit een bootvormige, houten klankkast die uitgehold was, met een vlak bovenblad, waarin klankgaten zaten. Aan de korte, fretloze hals zat een vlakke kop met stemknoppen, waarin geen gat zit, maar een sleuf om de snaren vast te klemmen.
Het instrument was uitgerust met drie snaren die in één vlak lagen, zodat de strijkstok alle drie de snaren tegelijk raakte. Alleen op de eerste snaar werd een melodie gespeeld, de anderen dienden als bourdonsnaren. De melodiesnaar was een kwint hoger gestemd dan de beide bourdonsnaren die unisono of in octaaf gestemd waren.
Kiev


Fresco uit de elfde eeuw in de Sint-Sofiakathedraal in Kiev van een muzikant die een peervormig strijkinstrument bespeelt.


Anders dan sommige latere uitvoeringen die met een toets werden uitgerust, werd de oorspronkelijke gudok bespeeld door de nagels van de vier vingers - hoewel de pink niet veel gebruikt werd - zijdelings tegen de melodiesnaar aan te drukken. Op die manier konden samen met de open snaar vijf tonen ten gehore worden gebracht. Dezelfde manier van spelen werd al toegepast op de Byzantijnse lyra. Volgens de Griekse auteur Theophylactus Simocatta zouden de Byzantijnen in de late zesde eeuw drie Slaven gevangen hebben genomen die een lyra bij zich hadden. In sommige afschriften van zijn verslag wordt dit instrument gusla genoemd. De gusle was een strijkinstrument dat Cosmas de Priester in de tiende eeuw in een donderpreek tegen de Bogumils in samenhang met wijn, dans en duivelse liederen noemde. Dit instrument wordt ook in de Codex Suprasliensis uit de elfde eeuw genoemd. Kreta


Deze lyraris bespeelt een Kretenzische lyra in het bergdorpje Anogeia op Kreta (foto Nelli Sougioultzoglou, 1939).


Mogelijk dat hier de gudok bedoeld werd. Anders dan dit instrument heeft de gusle een lange, smalle hals en een klankkast die met een schapenvel is bespannen (*). Dit instrument is op de Balkan en in andere Zuid-Slavische contreien nog altijd in gebruik.
Op een fresco uit de elfde eeuw in de Sint-Sofiakathedraal in Kiev is een muzikant te zien die een peervormig strijkinstrument tegen zijn schouder houdt die kenmerken van een gusle vertoont (**).
De gudok lijkt erg op de Kretenzische lyra, een instrumenten dat nog altijd op dezelfde manier worden bespeeld als de gudok. Ook de Bulgaarse gadulka vertoont veel overeenkomsten.

 

Novgorod

Verschillende houten artefacten uit Veliky Novgorod (uit: Kolchin B. A. 'Novgorods oudheden. Houten objecten', Archeologie van de USSR Vol. E1-55).

 

(*) Ulrich Morgenstern, 'The Gudok, a Russian Bowed Lute: it's Morphology, Tunings and Playing Techniques', Galpin Society Journal, West Sussex 71, (2018): 109-128, speciaal 155.

 

Novgorod

Plattegrond van een opgravingslocatie in Veliky Novgorod met huizen langs met hout geplaveide wegen.

 

Vondsten uit Veliky Novgorod
Bijzonderheden van de gudok zijn voor ons van belang, omdat ze een opvallende gelijkenis vertonen met de resten van verschillende muziekinstrumenten die in de bodem zijn gevonden in het nederzettingsgebied van Zweedse kolonisten bij het Ilmenmeer, 250 kilometer ten zuiden van Sint-Petersburg in het huidige Rusland. Vooral in de voormalige handelsnederzetting en centrum van de bont- en pelshandel die in Noordse saga's Holmgard genoemd wordt, het huidige Veliky Novgorod, werden meerdere bodemvondsten daterend vanaf de elfde tot de veertiende eeuw, aangetroffen. Novgorod


Opgravingslocatie Troitsky in Veliky Novgorod met de resten van houten huizen.


Ook al zijn de overeenkomsten met de gudok frappant, de etnomusicoloog Ulrich Morgenstern is terughoudend om een verband tussen deze instrumenten aan te nemen. (*)
Tussen de archeologische vondsten en de eerste gudoks die we in schriftelijke bronnen tegenkomen zit inderdaad een gat van enkele eeuwen, maar de opvallende overeenkomsten maken het desondanks aannemelijk dat er een verband is en de gudok is voortgekomen uit de opgegraven instrumenten.

Veliki Novgorod ligt aan de belangrijkste voormalige handelsroute naar Byzantium waar Zweedse kooplieden - zij werden Varjagen genoemd - vanaf de negende of tiende eeuw gebruik van maakten. Deze route liep van de Oostzee via de Neva, het Ladogameer, de Volchov, het Ilmenmeer, de Lovatrivier en de Dnjepr naar de Zwarte Zee en was vrijwel geheel bevaarbaar. De Varjagen stichtten deze stad als handelsnederzetting die na de hoofdstad Kiev zou uitgroeien tot de belangrijkste plaats in het Rijk van Kiev. Dit rijk werd volgens de Nestorkroniek halverwege de negende eeuw gesticht door de Varjagenaanvoerder Rurik. Novgorod


Door een kind in berkenbast gekraste tekst en poppetjes.


De ondergrond van Veliki Novgorod herbergt een ware schat aan archeologische vondsten. Er zijn in de loop van de jaren vele duizenden objecten opgegraven. Dit komt door de zuurstofloze bodem van natte klei die vanwege de bijzondere samenstelling conserverend werkt voor zowel organische als metalen objecten. Van grote historische waarde zijn de meer dan 1000 aangetroffen teksten die gekrast waren in berkenbast die op rolletjes bewaard werden. De daarop aangetroffen zakelijke transacties, juridische kwesties, persoonlijke berichten, 'boodschappenbriefjes' en zelfs liefdesverklaringen geven een inkijk in een samenleving die op Scandinavische leest geschoeid was en gebaseerd was op langeafstandshandel.

 

Novgorod

Verschillende los gevonden stemknoppen.

 

Novgorod
Stemkop (no. 8-12-874).

 

Novgorod
Stemkop uit een latere opgraving.

 

 

Gudoks uit Veliky Novgorod
De meest complete resten van de snaarinstrumenten die door de opgravers als gudok werden aangeduid, werden in de jaren vijftig van de vorige eeuw op de archeologische site van Nerevsky in het centrum van Veliky Novgorod aan de Volchov opgegraven. De vroegste vondst, een fragment van de onderkant van een klankkast, dateert uit het midden van de elfde eeuw. (Moskou, Archeologisch Instituut van de Academie van Wetenschappen van de USSR, Novgorod inventarisnummer 23-29-775).

Een geheel bewaard gebleven corpus met stemkop werd gevonden in lagen van de late twaalfde eeuw. (inventarisnummer 17-19-859) Deze kwam tevoorschijn in een hoek van de resten van een huis, waarschijnlijk van een ambachtsman, gebouwd in de jaren 80 van de twaalfde eeuw, op het terrein van een landgoed op de kruising van de Velikaya Ulitsa en Kholopyya Ulitsa dat in 1211 afbrandde. Novgorod

 

 

 


Compleet corpus
(no. 17-19-859)
en fragment klankkast
(no. 23-29-775).
(uit: Kolchin 'Novgorods oudheden')


Een ander instrument (inventarisnummer 9-9-1876), waarvan het corpus compleet met een groot deel van het bovenblad bewaard is gebleven, werd gevonden in lagen die dateren uit het midden van de veertiende eeuw in de resten van een huis aan de Kozmodemyanska Ulitsa dat gebouwd werd na de brand van 1340/1342 en dat op zijn beurt in 1368 afbrandde.
Het stond op een landgoed dat volgens daar gevonden teksten op berkenbast bezit was van de familie Mishinichy die tot de ridderklasse van de bojaren behoorde. In een laag uit de tweede helft van de veertiende eeuw werd bovendien nog een complete stemkop gevonden. (inventarisnummer 8-12-874) Novgorod

 

 

 

 


Corpus en bovenblad. (no. 9-9-1876)
(uit: Kolchin 'Novgorods oudheden')


vedel

 

 

Wordt vervolgd ...