langhuis

Een gouden Sinterklaasgeschenk

De grote beer

De Wilde Jacht

Een strijdlustige vrouw uit Birka

De legende van Swanhilde

Dorestad onthuld

Thor en zijn buitenlandse collega's

Warlords en krijgsheren

De toverstaf van koningin Asa

Een Vlaams piratennest?

Het begin van de middeleeuwen

Hilda van Whitby

Een IJslandse saga in de Donald Duck

Up Helly Aa

Van gewei tot kam

De heidense wortels van Kerstmis

Bonifatius en het heidendom

Boeken, boeken, boeken

De complexe geschiedenis van Halloween

I put a spell on you: heidense gebruiken en magische riten

Een first lady in de vroege middeleeuwen

De paltskapel in Aken als paardenstal

Henk Hofland en de schoolplaat van Isings

Het geheim van de smid: ijzerproductie en rituelen

Tussen noordelijke en zuidelijke koningen

Joan Hugo van Bolhuis en de Noormannen

Oppergod maakt een rechtse come-back

Bonifatius en Dorestad

Eer en aanzien

Adela van Hamaland, een vrouw met lef

Vluchtelingen en Vikingen

Afghanistan en de Germaanse wouden

Gewicht in de schaal leggen

Vrijdag de dertiende

Een Iron Lady in de middeleeuwen

Honger en gebrek

Dierendag

Vluchtelingen: van alle tijden

Mijn nieuwe boek – een vooraankondiging

Een runensteen op het Utrechtse Domplein

Balthildis: van femme fatale tot heilige

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet: de knipoog van Odin

Smartphones en vroegmiddeleeuwse voorouderverering

De magneetfunctie van Dubai en Dorestad

Verdorven kuiperijen

Ziek, zwak en misselijk

Het ijzer van de heidenen schitterde

Skoll en Hati

Gedachten over de bevolkingsomvang van Dorestad

De Noormannen waren hier

Welkom in mijn langhuis, de start van mijn blog

Blogarchief


5 december 2017
Een gouden Sinterklaasgeschenk voor Museum Dorestad

blog


Mark Eijbers met zijn vaste zoekmaatje op het veld waar hij de Vikingring vond
Sinterklaas is weer in het land en dat inspireerde detectoramateur Mark Eijbers uit Bussum om een fragment van een gouden Vikingring aan Museum Dorestad te schenken. Mark ontdekte deze vingerring enkele jaren geleden op een akker in de buurt van zijn woonplaats, waar al eerder munten uit dezelfde tijd waren gevonden.

Voor velen mag het maar een onooglijk afgebroken stukje zijn, toch gaat het om een deel van een echte gouden Vikingring en dat is een zeldzaamheid, zeker voor onze streken. De ring heeft typerende ingeponste versieringen, zoals die ook bekend zijn van twee exemplaren die bij de handelsplaats Dorestad zijn gevonden.

Het museum verwelkomt de nieuwe aanwinst als een belangrijke aanvulling van de collectie. Het fragment zal permanent tentoongesteld gaan worden in de vaste opstelling die naar verwachting begin 2019 in het oude raadhuis op de Markt in Wijk bij Duurstede geopend wordt.


7 november 2017
Gastblog Thomas Kamphuis:
De grote beer – de cult van het hoge noorden

Ten tijde van de Noormannen was niet alleen in Scandinavië de beer een tot de verbeelding sprekend dier. Bij diverse volkeren in delen van Siberië bestond een uitgebreide viering en aan aanbidding grenzende verering van de beer, welke werd beschouwd als de hoofdgeest van het bos en de taiga. Ook bij volkeren in Lapland, Finland en Karelië was dit het geval.
Eén van de volkeren die ten tijde van de Noormannen en vikingen in Siberië leefden, waren de Komi. Zij kwamen – en komen - voor in de Oeral en West-Siberië. Samen met de Khanty en Mansi vormen zij volkeren binnen het Fins-Ugrische taakgebied welke in Siberië leefden. De eerste vermelding van de Komi, breder bekend als volkeren van de Perm, is in oude Russische kronieken van de 11e eeuw. In de mythologie van deze volkeren maakte de beer deel uit van de schepping van de aarde. De beer leefde aanvankelijk naast de hoofdgod Jen in de hemel. Nadat de beer zag dat een vrouw een halve erwt liet vallen, kwam hij naar de aarde en at deze op. Jen verbande hierna de beer naar de aarde. blog De Ob-Ugrische volkeren zagen de beer als een zoon van de god Torum en verklaarden zijn aanwezigheid op aarde doordat de beer langs een koord uit de hemel naar de aarde gekomen was. Daarop krabde de beer over het aardoppervlak en deed zo veengebieden en bergen ontstaan. Uit dit animistische wereldbeeld ontstond in de 10e en 11e eeuw de zogeheten Perm dierstijl. Het voorwerp hier getoond, is er een uitgesproken voorbeeld van. Dit (vermoedelijke) amulet is niet ver van Turinsk gevonden, in de regio van Sverdlovsk in Siberië in het gebied van de Perm en dateert uit de 10e – 11e eeuw.

Over de precieze functie van veel van de Siberische dierstijlvoorwerpen uit die tijd tast men nog steeds in het duister. Veel voorwerpen zijn dusdanig goed geconserveerd gebleven, dat ook wel gedacht wordt dat deze geen gebruiksfunctie hebben gehad, in de zin dat ze dagelijks gedragen werden, al lijkt het oppervlakkig wel zo. Mogelijk werden de voorwerpen slechts toegepast in sjamanistische rituelen bij speciale gelegenheden. Volgens het geloof van de Komi kon de sjamaan veranderen in verschillende dieren (een beer, wolf, raaf, ekster of snoek). Zo kon hij delen van de wereld bereiken die voor mensen onbereikbaar waren.
De beer stond symbool voor het eigene en voorchristelijke. Een bekende sjamaan, Ôslepig, kon zichzelf in een grote bruine beer veranderen en zich verstoppen in de rivier voor de Russische missionaris St. Stephan, die in 1379 zijn verlichtende activiteiten in dat gebied aanving. Ver weg in de Siberische wouden heeft het heidense geloof nog lang standgehouden.
Uit de (late) jaren tachtig van de vorige eeuw is nog de traditie gezien en gefilmd van het beerfeest. Nadat een beer gevangen was, ving een vier dagen durend ritueel aan ter ere van de beer. Uit de overgeleverde gebruiken hieromheen spreekt een groot respect voor het dier. Om een gedode beer mocht niet gelachen worden, anders zou de beer weer tot leven komen en de jager doden, omdat hij de regels voor respect voor het gedode dier verbroken had. Op de laatste dag van het feest nam iedereen een hap vlees en deed daarbij het geluid van een raaf na. Dit had als doel de beer te misleiden en te laten denken dat de dieren hem opaten en niet de mens.

Uiteindelijk werd de schedel van de beer aan de rand van het bos op een stok bevestigd. Hiermee werd de beer symbolisch teruggebracht naar het bos en zo weer tot leven gewekt. Ook werd de schedel wel in de stal of kelder van een huis verstopt om kwade krachten af te weren en ziekten te verbannen. De beenderen konden ook – opzettelijk – kwaad aanrichten: botten en kaken, verstopt onder een huis waar een nieuwe bewoner in kwam, veroorzaakten een ongelukkig leven. Zo waren zelfs de beenderen van de mythische beer multifunctioneel..


21 oktober 2017
De Wilde Jacht

In de middeleeuwen was het geloof dat de doden konden terugkeren, wijd verbreid. Ze werden manes mortuorum, geesten van overledenen, genoemd. Het rusteloze dolen van zielen in verdrukking stond ook wel bekend als de Wilde Jacht, die we ook als Hubertusjacht en Kiefkesjacht tegenkomen.

blog We zeggen tegenwoordig wel van een overledene dat deze ontslapen is. Het lijkt op het eerste gezicht vreemd om dat zo te zeggen, alsof de dode is ingeslapen. Toch heeft deze uitdrukking een verklaarbare geschiedenis. Want ooit werd dat inslapen letterlijk genomen. De dode zou uiteindelijk na een lange slaap in het hiernamaals ontwaken. Er werden bezweringen over de doden uitgesproken uit vrees dat die vroegtijdig zouden ontwaken om de levenden kwaad te berokkenen. Deze bezweringen werden dadsidas genoemd. In dit woord kunnen we het Oudgermaanse sesiz herkennen dat zowel slaap als dood betekent.

Waarschijnlijk op een oude mondelinge traditie gebaseerd schreef Ordericus Vitalis, een monnik uit de abdij van Sint-Evroul in de twaalfde eeuw, over dwalende doden:

Er verscheen een grote menigte voetvolk die op hun schouders dieren en kleden en spullen droegen die rovers op hun plundertochten plegen mee te nemen. Maar allen weeklaagden en hitsten elkaar op tot meer spoed. De priester herkende onder hen vele buren die onlangs waren overleden. Hij hoorde ze jammeren over de folteringen die ze doorstaan hadden vanwege hun misdaden.

Volgens de monnik werden de dolende zielen vergezeld door bijzondere wezens, dwergen met hoofden als tonnen, donkerhuidige reuzen en allerlei demonen. Echt een tafereel zoals Jheronimus Bosch dat eeuwen later zou schilderen.
Een leger van rusteloos dolende zielen komen we ook tegen in het werk van Herbert van Clairvaux. Hij verhaalde van een heleboel ruiters en mensen te voet, mannen en vrouwen, jongeren en ouderen die in spoed voorbij snelden. Het zou om de schimmen van de doden gaan die voor hun fouten moesten ronddolen. Sommigen zouden verlost worden, anderen bleven eeuwig dolen.

Hoewel het begrip 'ontslapen' in het bijzonder in christelijke kringen wordt gebruikt in uitdrukkingen als 'ontslapen in de Heer', is het een misverstand dat deze formulering op de Bijbel terug te voeren zou zijn.


10 september 2017
Een strijdlustige vrouw uit Birka

blog Het gezaghebbende American Journal of Physical Anthropology 'onthulde' vrijdag dat de resten van een dode uit een rijk wapengraf in de vroegmiddeleeuwse Zweedse handelsplaats Birka van een vrouw waren. Dat deed botonderzoek al enkele jaren geleden vermoeden en heeft DNA-onderzoek nu definitief uitgewezen. De vrouw in het graf dat al aan het einde van de negentiende eeuw werd ontdekt, was samen met een volledige wapenrusting, inclusief twee paarden begraven. De speelstenen van een bordspel die op haar schoot werden aangetroffen, worden verklaard als een soort Stratego waarmee ze haar militaire expedities kon voorbereiden. Daarom wordt de dode door de onderzoekers voorgesteld als een krachtige militaire aanvoerster met ervaring op het slagveld. Ze zou haar vooraanstaande positie door haar voorname afkomst hebben bereikt.

De uitkomst van het onderzoek is gepresenteerd als een primeur, hoewel de onderzoekers zich ervan bewust waren dat er al eerder vrouwengraven met wapens zijn gevonden. Bovendien weten we uit schriftelijke bronnen dat er strijdbare vrouwen waren. De middeleeuwse geschiedschrijver Saxo 'de Geleerde' berichtte over Hetha en Visna die in de slag van Bravellir 'met mannelijke moed' streden. Ze hadden het commando over de Deense strijdkrachten van koning Harald Blauwtand. Legendarisch is de naam van Inghen Ruaidh, de Rode Maagd die met een Vikingbende meetrok om de bewoners van het Ierse Erinn groot onheil te brengen.

In mei blogde ik over het vrouwengraf op het Noorse Osebergschip, waarbij ik vermeldde dat hooggeplaatste magiërs vaak vrouwen waren, zieneressen die soms met wapens begraven werden, misschien om hun macht als krijger-magiër te benadrukken. Het is dus niet uit te sluiten dat de vrouw uit Birka, waarvan het DNA is onderzocht, zo'n krijgshaftige zieneres was.


5 september 2017
De legende van Swanhilde

blog Meestal heb ik mijn bedenkingen als er weer eens een avonturenroman verschijnt die in de Vikingtijd speelt. Dat geldt ook voor de avonturen van de jonge helden Ragnvald, Svanhilde en Solvi in de net uitgekomen roman De legende van Swanhilde.
Het verhaal begint met het legendarische riemspringen - het buitenboord springen van rooiriem naar roeiriem - dat als een soort Vikingontgroening ontaardt in een pijnlijke beproeving die bijna tot de verdrinkingsdood van de vermetele springer leidt. Even was ik bang dat het verhaal op deze manier verder zou gaan, maar dat valt mee. Daarna wordt het al snel veel huiselijker, hoewel het er af en toe behoorlijk bloederig aan toe kan gaan.

Het boek - de eerlijkheid gebiedt me wel te melden dat ik het Engelstalige manuscript The Half-Drowned King heb gelezen nog voordat het boek gepubliceerd was - leest als een IJslandse saga en roept ook bij flarden de eigenaardige sfeer op die zo typerend is voor dit genre. Dat is niet zo vreemd, want het verhaal is losjes gebaseerd op de legendarische avonturen die we kennen van deze saga's en andere vertellingen uit het hoge noorden. Veel gegevens zijn ontleend aan een saga uit de Noorse koningskroniek Heimskringla, namelijk die van Haraldr Hárfagri, de koning die in de negende eeuw het grootste deel van Noorwegen onder zijn heerschappij bracht.
Daarin is dit boek niet uniek. Ook de tegenwoordig zo populaire televisieserie Vikings berust op zo'n weinig historische mix van mythische gebeurtenissen. Daarmee houdt de vergelijking wel zo ongeveer op, want uit alles blijkt dat de auteur, de Amerikaanse debutante Linnea Hartsuyker, zich bijzonder goed gedocumenteerd heeft. Het boek staat bol van allerlei details uit het dagelijks leven, huiselijke werkzaamheden, zoals spinnen en weven, maar ook de sociale verhoudingen zijn realistisch beschreven. Vermoedelijk heeft zij evenementen bezocht waar re-enactors aan het werk waren. Daardoor krijgt de lezer fictie binnen een historisch verantwoord raamwerk voorgeschoteld. Vooral de dialogen komen heel natuurlijk over.

Een hoogtepunt is voor mij de reis van Solvi en Svanhild naar Dorestad om de Deense krijgsheer Rorik te ontmoeten. Toch is het ondenkbaar dat de christelijk gedoopte vazal Rorik er meerdere vrouwen op na hield. Ook is het niet waarschijnlijk dat hij als trouwe vertegenwoordiger van de Frankische koningen gemene zaak met plunderende Vikingen zou hebben gemaakt. Het is slechts een klein puntje van kritiek op een aantrekkelijke combinatie van avontuur en sfeertekeningen. Over het verhaal zeg ik verder niets om niets te verraden voor degenen die het boek willen lezen. Doen!


28 augustus 2017
Dorestad onthuld

blog Sinds 2010 onderhoud ik de webstek dorestadonthuld.nl met allerlei achtergrondinformatie over - hoe kan het ook anders - de vroegmiddeleeuwse handelsplaats Dorestad.
In de loop van de jaren heb ik veel teksten toegevoegd, waardoor het geheel er bepaald niet overzichtelijker op werd. Daarom zijn in de nieuwe opzet alle pagina's grondig overhoop gehaald en voorzien van een volledig nieuwe indeling en opmaak.
Met die indeling loop ik een beetje vooruit op het boek over Dorestad waaraan ik nu de laatste hand leg en dat een verdeling in soortgelijke hoofdstukken krijgt. Over dat boek later meer, maar nu is er alvast de vernieuwde webstek, waarvan ik hoop dat die in de smaak valt.


14 juli 2017
Thor en zijn buitenlandse collega's

De Germaanse dondergod Thor die ook wel Donar genoemd wordt, of Thunor in Angelsaksische streken, had in het oorspronkelijk Keltische cultuurgebied en ook bij de Saami in het hoge noorden collega dondergoden waarmee hij veel overeenkomsten vertoont.

De Kelten vereerden de dondergod Taranis die we in het Iers als Tuireann tegenkomen. Het woord donder komen we in hedendaags Cornish, Welsh en Bretons nog tegen als taran. Taranis wordt vaak met een wiel geassocieerd, net als de cycloop Brontes (donder) uit de Griekse mythologie. Het wiel, meestal zes- of achtspakig, was een Keltisch zinnebeeld dat vermoedelijk symbool stond voor de zon. We komen dit wiel bijvoorbeeld op de Gundestrupketel uit Denemarken tegen en ook op verschillende munten. De Kelten offerden symbolische wielen, gaven ze als grafgift mee aan de doden of droegen miniatuurwielen als amulet. Volgens de Romeinse dichter Marcus Annaeus Lucanus zouden er mensenoffers aan deze godheid zijn gebracht.
Onder invloed van de Romeinen had Taranis kenmerken van Jupiter overgenomen. In Gallië zijn veel beeldjes gevonden van deze bebaarde god die een donderstraal en - net als de Griekse cycloop - een wiel vasthoudt.
blog Thor is ook nauw verwant met de dondergod Horagalles van de Saami die meestal als een houten beeld met een spijker in zijn hoofd wordt voorgesteld. Net als Thor wordt hij ook wel afgebeeld met een (smeed)hamer die Wetschera genoemd wordt. Horagalles is de god van de donder, het uitspansel, het weer en de regenboog, maar ook van alle wateren die er op de aarde te vinden zijn. En ook weer net als Thor waakt hij over het welzijn van de mensheid en strijdt hij tegen kwade geesten die in de bergen te vinden zijn. Hij gaat ze met donder en bliksem en zijn (regen)boog Aijeke dauge te lijf, of slaat ze dood met zijn hamer Wetschera. Horagalles wordt ook wel eens Thoragalles of eenvoudigweg Thoron genoemd dat vermoedelijk afkomstig is van Thor Karl, de oude man Thor.

Hoewel er verschillen zijn tussen de dondergod van de Germanen, de Kelten en de Saami, is het toch heel waarschijnlijk dat we met Thor, Taranis en Horagalles met dezelfde god in verschillende culturele gedaantes te maken hebben.


25 juni 2017
Warlords en krijgsheren

Een warlord is een militair aanvoerder die met een gewapende macht heerst over een gebied dat binnen een soevereine staat ligt. In veel gevallen opereren warlords onafhankelijk van het centrale gezag. Soms werken ze samen met dat regime, maar vaak varen deze agressieve lieden een eigen gezagsondermijnende koers. Halverwege de negentiende eeuw werd het woord warlord gebruikt voor een oorlogszuchtige heerser in algemene zin. In de vroege twintigste eeuw spitste het begrip zich door berichtgeving over gewelddadigheden in de toen net gestichte Chinese republiek toe op de definitie die ik hiervoor gaf. In die betekenis heb ik het begrip warlord in mijn boeken gebruikt.

blog Maar wat is dan een krijgsheer? Nou, gewoon de letterlijke vertaling van het Engelse warlord, niet meer en niet minder. Ik heb het Nederlandse woord krijgsheer weinig in mijn boeken gebruikt, omdat warlord voor mijn gevoel beter klonk. Maar ik zie nu in dat ik me heb bezondigd aan onnodig Engels taalgebruik. In toekomstige publicaties zal ik het dan ook alleen nog maar over krijgsheren hebben. Goodbye warlords.

Over onnodige Engelse woorden gesproken. Het boek Op-en-top Nederlands, een woordenlijst met overbodige Engelse woorden in onze taal, is uitgebracht door de Nederlandse uitgever Brave New Books die het boek specificeert als een paperback. Oh, wacht even, het is geen uitgever maar een self-publishingplatform dat met Printing On Demand werkt en waar schrijvers een eigen dashboard hebben. Grappig.


24 mei 2017
De toverstaf van koningin Asa

Het Osebergschip in Noorwegen is het rijkste graf dat ooit in Scandinavië gevonden is. Het schip zelf is overdadig met houtsnijwerk gedecoreerd en aan boord werd een verbijsterende hoeveelheid goederen gevonden die ook rijkelijk versierd waren. Er is veel gespeculeerd over de twee vrouwen die op het schip waren bijgezet. Door alle pracht en praal waren onderzoekers ervan overtuigd dat in ieder geval één van hen zeer vooraanstaand moet zijn geweest, vermoedelijk was ze zelfs een koningin. Het zou om koningin Asa, de moeder van koning Halfdan de Zwarte, gaan die samen met een slavin op het grafschip was bijgezet.

blog Toch zijn er aanwijzingen dat we met heel iemand anders te maken hebben. Om te beginnen maakt het graf als geheel niet zozeer een koninklijke, maar eerder een magische indruk. Zo is op geborduurd textiel een religieuze voorstelling weergegeven en werd er een houten toverstaf gevonden, zoals we die ook kennen uit andere vrouwengraven, waarin amuletten en andere magische hangers met een opgerolde slang, een walkure, een masker, een schild, een vuurslag of een miniatuurstaf die in verband met rituelen gedragen werden. In dergelijke graven zijn ook zalfdoosjes en potjes met substanties gevonden die mogelijk tot de toolkit van zieneressen behoorden om hun uiterlijk te veranderen voordat ze hun rituelen uitvoerden.

Zowel mannen als vrouwen konden magische handelingen verrichten. Toch werd het bedrijven van magie vaak als onmannelijk beschouwd en vooral met het vrouwelijke geassocieerd. Vandaar dat het beoefenen van de seidr als verwijfd werd gezien en wel in een sfeer van (passieve) homoseksualiteit werd getrokken. Deze magiërs werden soms seidhherendr genoemd, androgyne wezens die geen man en geen vrouw waren. Op sommige beeldstenen uit Gotland vinden we mannen die zich als vrouwen hebben verkleed. Graven met wapens werden altijd automatisch aan mannen toegeschreven, totdat DNA-onderzoek uitwees dat de doden soms ook vrouwen waren, vooral in een magische context. Mogelijk moesten die wapens hun macht als vrouwelijke krijger-magiër benadrukken.

Op één van de Deense Gallehus-hoorns lijkt een bebaarde vrouw afgebeeld. De oudste van de twee vrouwen op het Osebergschip had de ongekende leeftijd van zo'n tachtig jaar bereikt. Door een hormonenstoornis moet zij een diepe stem en overmatige gezichtsbeharing gehad hebben. Daarmee zou deze uitzonderlijke vrouw in haar al even uitzonderlijke graf heel goed een zieneres geweest kunnen zijn die zelfs hoger geacht werd dan een koningin. Een boeiende gedachte.


28 april 2017
Een Vlaams piratennest?

In de Karolingische periode lag er voor de Vlaamse kust in het mondingsgebied van de IJzer een eiland dat Testerep heette. Een strook schorren achter een duinenrij werd aan de landzijde begrensd door een parallel aan de kust lopende getijdengeul, de Testerepgeul.

Testerep doet erg aan Walcheren denken. Beide eilanden lagen aan een beschutte kreek bij een riviermonding en hadden een gunstige ligging ten opzichte van een oversteek naar Engeland.
blog Walcheren was vanaf 837 een steunpunt van Deense piraten die we in de bronnen als Noormannen tegenkomen, maar tegenwoordig meestal Vikingen genoemd worden. Het werd door kreken en moerassen van het vasteland geďsoleerd, waardoor de Frankische legermacht die niet over een vloot beschikte, er niets kon uitrichten. De koning kon weinig anders doen dan het met de Denen op een akkoord gooien. In 841 werd Walcheren aan de Noormannenaanvoerder Harald junior overgedragen - met het gewenste resultaat. Terwijl de wijde omgeving werd geplunderd, bleef Frisia, inclusief de Scheldemonding van aanvallen gevrijwaard.
Walcheren was als springplank naar Engeland in trek en moet daartoe door krijgsheren als Ubbi de Fries en zijn Scaldingi benut zijn. Later zou ook de beruchte Rodulf, mogelijk een zoon van Harald junior, het eiland als uitvalsbasis gebruiken.

De opvallende overeenkomst tussen Walcheren en Testerep doet vermoeden dat ook het Vlaamse eiland een rol bij de Noormannen heeft gespeeld. Niet alleen de ligging en de slechte bereikbaarheid over land komen overeen, ook Brugge en Torhout, twee plaatsen die met de Noormannen in verband kunnen worden gebracht, liggen er niet ver vandaan.
De havenplaats Brugge had een sterk Scandinavisch karakter. De naam is van overzeese oorsprong, mogelijk van het Oudnoordse bryggja, dat aanlegplaats betekent. Brugge kon als handelsplaats opkomen in een periode dat andere plaatsen het juist zwaar van Noormannenaanvallen te verduren hadden. Ironisch genoeg brachten de monniken na de plundering van de Sint-Baafsabdij in Gent in 851 hun kostbaarheden in veiligheid naar het Deense bolwerk Brugge.
In Torhout was een klooster dat als missiecentrum gebruikt werd, vermoedelijk om heidense kooplieden in het nabije Brugge te bekeren. Er werden jongens opgeleid die uit gevangenschap van de Noormannen waren vrijgekocht, waarschijnlijk op de slavenmarkt in Brugge. Rond de tijd dat Harald junior Walcheren in leen kreeg, droeg de Frankische koning het klooster in Torhout over aan Haralds wapenbroeder Ragnar.

Er zijn dus allerlei aanwijzingen dat Testerep, net als Walcheren, mogelijk een piratennest was, een pleisterplaats voor Noormannen. Aan het begin van de twintigste eeuw liet koning Leopold II in Oostende – de grootste plaats op het voormalige eiland – een stallencomplex in Scandinavische nep-staafkerkstijl bouwen. Toeval of historisch inzicht? Wie zal het zeggen.


9 april 2017
Het begin van de middeleeuwen

Wanneer begonnen de middeleeuwen nu precies in onze contreien? Of anders gezegd: wanneer eindigde de Romeinse periode in het westen? Heel eenvoudig, dat was in het jaar 500. Nou ja, ongeveer dan. Zo heb ik het tenminste op school geleerd. Om precies te zijn was het in 476, want toen werd de laatste keizer in Rome afgezet. Of was het al in 455, toen Rome geplunderd werd door de Vandalen die er de macht overnamen? Maar wacht even, al in 410 waren de Visigoten hen voorgegaan. Of was het einde van de Romeinen toch nog eerder?

blog Delen van een zwaard en zwaard-schede uit het graf van Childerik.

 

Misschien begonnen de middeleeuwen bij ons met de opkomst van de Franken. Zij waren niet de enige Germaanse invallers, maar hun rijk werd tegen het einde van de vijfde eeuw onder Childerik en zijn zoon Chlodovech een machtsblok van betekenis dat zo ongeveer heel Gallië besloeg. Voor hen waren er echter al Frankische krijgsheren van naam, zoals Chlodio in de eerste helft van de vijfde eeuw of Arbogast die al in de vierde eeuw in Gallië de dienst uitmaakte en er zijn eigen volksgenoten versloeg. Nog eerder, al in 260, werd door een dwarse keizer het Gallische Rijk gesticht in een eeuw waarin Germaanse volken Gallië binnenvielen. Wanneer begon zich eigenlijk een onafhankelijk Gallië te ontwikkelen dat zou leiden tot het Frankische Rijk?

Ik hoop dat ik met al deze vaagheden duidelijk heb gemaakt dat er helemaal geen scherpe overgang tussen de Romeinse periode en de middeleeuwen bestaat. Er is eerder sprake van een continuďteit tussen de late derde en de vroege zevende eeuw, een tijdvak waarin Germaanse, vooral Frankische, krijgsheren die zich vanaf de vijfde eeuw koningen noemden, in Gallië de lakens uitdeelden. Dat deden ze al of niet onder formeel oppergezag van Rome dat nauwelijks nog enig autoriteit liet gelden.
Met het Edict van Chlotharius nam de leidende aristocratie in 614 de feitelijke macht over door de Frankische koning Chlotharius II te dwingen een groot deel van zijn bevoegdheden over te dragen. Daarmee kwam er een einde aan het tijdperk van de Frankische krijgsheren in Gallië.
Een tijdspanne van meer dan drie eeuwen kunnen we moeilijk als een overgangsperiode betitelen. Het zou beter zijn de periode tussen de late derde en vroege zevende eeuw opnieuw als een afzonderlijk tijdvak te definiëren. In feite is dat ook gebeurd, want we kennen deze periode als die van de grote volksverhuizing, een wat ouderwetse benaming, alsof het om de verplaatsing van complete volken gaat. Migratieperiode dan? Dat klinkt al neutraler. Of het tijdperk van de Frankische krijgsheren? Misschien is er een betere benaming te bedenken. Wie heeft er suggesties?


8 maart 2017
Hilda van Whitby

Het is vandaag Internationale Vrouwendag en dat is een mooie gelegenheid om een vroegmiddeleeuwse vrouw in het zonnetje te zetten. Daarvoor kies ik Hilda van Whitby die de naam had, en nog altijd heeft, het onderwijs voor vrouwen te stimuleren. We kunnen haar als een symbool voor de scholing van vrouwen beschouwen. Dat is bijzonder voor een vrouw die in de zevende eeuw leefde, in een tijd waarin mannen het onderwijs organiseerden en vrouwen niet of nauwelijks geschoold werden. Terecht is zij de patrones van veel onderwijsinstellingen geworden.

Hilda van voorname afkomst. Zij werd rond 614 geboren als een dochter van Hereric, een neef van koning Edwin van Northumbrië, en diens echtgenote Breguswith. Hilda koos voor een monastieke carričre. Zij stichtte een bescheiden klooster op het landgoed Werhale ten noorden van de Wear dat de bisschop haar in 648 schonk. Na een jaar benoemde de bisschop haar tot abdis van de abdij van Hartlepool. Van daaruit stichtte Hilda in 657 aan de monding van de Esk het klooster van Streoneshalh dat na de komst van de Noormannen in de negende eeuw Whitby genoemd werd. Hilda introduceerde in haar stichtingen in Hartlepool en Whitby de Iers-Keltische monastieke traditie.

blog


Langs de kust bij Whitby komen fossiele schelpen voor die ammonieten genoemd worden. Omdat ze op opgerolde slangen lijken, vormden deze versteende schelpen de aanleiding van een legende over een slangenplaag die door de heilige Hilda werd bestreden door de slangen in stenen te veranderen. De ammoniet Hildoceras is naar de heilige genoemd. Nog altijd sieren drie ammonieten het wapen van Whitby. De legende is lang na de dagen van Hilda ontstaan, maar geeft wel aan dat zij nog lang als een strijdvaardige vrouw werd beschouwd.


Die traditie handhaafde ze doortastend, zeer tegen de zin van het Roomsgezinde deel van de geestelijkheid. Toch wist ze zich succesvol te weren tegen machtige bisschoppen en andere geestelijken. Door onderwijs en cultuur te stimuleren speelde zij ook buiten de kerkpolitieke arena een belangrijke rol.
Door haar geroemde leiderschap groeide haar autoriteit zodanig dat verschillende heersers haar om raad vroegen. Ze beleefde haar finest hour toen de koning in 664 besloot de allereerste kerkvergadering in Northumbrië in haar abdij in Whitby te houden.


20 februari 2017
Een IJslandse saga in de Donald Duck

Er zijn maar weinig Nederlandstalige uitgaven van IJslandse saga’s. Als zo’n uitgave ook nog eens rijk geďllustreerd is, mag dat helemaal bijzonder genoemd worden. Toch heeft er ooit zo’n verhaal in het weekblad Donald Duck gestaan, geďllustreerd door niemand minder dan Hans Kresse, de geestelijke vader van Eric de Noorman.

blog


Olaf wordt belaagd door woeste Ieren die naar het schip proberen te waden. (tekening van Hans Kresse)

Het door Peter van Hasselt geschreven verhaal Olaf de held van IJsland is in 1959 als feuilleton verschenen. Dit verhaal is gebaseerd op het eerste deel van de IJslandse Laxdćla saga, de saga van het dal van de Zalmrivier. Kern van deze vertellingl vormt de vijandschap tussen twee neven die samen opgroeiden en dikke vrienden waren, totdat ze allebei verliefd werden op de mooie Gudrun. Dat was het begin van een rivaliteit die uiteindelijk zou resulteren in doodslag en de daaruit voortvloeiende familievete.

Toch is voor ons de kern van de Laxdćla saga niet het meest interessante deel. Dat is vreemd genoeg het fascinerende inleidende deel dat zich laat lezen als een familiekroniek met tal van verrassende gebeurtenissen.
En juist dit deel is door Peter van Hasselt gebruikt. We lezen het relaas van Olaf de Pauw die een reis naar zijn roots in Ierland ondernam nadat hij ontdekt had dat zijn moeder de dochter van de Ierse koning was. Olafs avonturen op zee en ook de ongelukkige landing op de vijandige Ierse kust zijn gedetailleerd beschreven. Het liep allemaal goed af en de Ierse koning erkende Olaf als zijn kleinzoon.
Na een avontuurlijk seizoen in Ierland keerde Olaf terug naar IJsland waar hij zich definitief in het Laxdal vestigde en met Thorgerd huwde. Zij kregen een zoon Kjartan die genoemd was naar zijn Ierse overgrootvader Muirchertach, een naam die verbasterd was tot Myrkjartan. Eind goed, al goed.

Het is lastig om de oude afleveringen van Donald Duck met deze feuilleton te vinden, maar gelukkig is het verhaal in zijn geheel, inclusief de schitterende illustraties, opnieuw uitgegeven in een mooi vormgegeven boek in full colour en met harde kaft dat hier kan worden besteld. Echt een aanrader!


31 januari 2017: gastblog Thomas Kamphuis
Up Helly Aa – een wintertraditie op de Shetlandeilanden

Vandaag wordt op de Shetlandeilanden het jaarlijkse Up Helly Aa-feest gehouden. Het meest iconische beeld is wel het hoogtepunt van de ceremonie, waarbij een Vikingschip in vuur en vlam wordt gezet. De schepen achter je verbranden krijgt zo een wel heel letterlijke betekenis, maar misschien is er hier, in overdrachtelijke zin, óók iets van waar...

blog

De oorsprong van Up Helly Aa is niet eenduidig. Hoe het feest gevierd wordt, is door de eeuwen heen totaal veranderd. Het einde van de joelperiode, dat in het Nederlands Driekoningen heet, werd in het Engels in de vijftiende eeuw Uphaliday genoemd, en in 1774 werd het in Schotland ook onder die naam gevierd.
In de negentiende eeuw was het een traditie dat de jongemannen in de Shetlands vaten met brandende teer door de straten droegen, hetgeen gepaard ging met luid lawaai van hoorns en trommels. Ook werd hierbij in de lucht geschoten en meer dan eens gevochten. In het voortrollen van vuur kan men het verdrijven van het donker in de joelperiode zien, het lawaai met hoorns en trommels als universeel vruchtbaarheidsteken voor zowel de mens als de oogst. Maar of de praktizerenden met wellicht enig posttraumatisch oorlogssyndroom dáár vroeger aan dachten?
De oorsprong van de joeltijd en nieuwjaarsfestiviteiten in de plaats Lerwick lijkt een gevolg van de nasleep van de Napoleontische oorlogen, toen soldaten en zeelui weer huiswaarts keerden met hun ruige gewoonten en hang naar vuurwapens en geknal. Zoals wel vaker vond de overheid dit heidense gebruik maar niets en kwam er een 'omgedoopte' versie, waarbij een speciaal comité in 1882 een eerste hoofd van de zogeheten guizers benoemde, als traditie verwant aan de Zuid-Engelse mummers. De zogeheten 'mummerplays' zijn volksfeesten waarbij amateurtoneelspelers allerlei opvoeringen geven. Bijvoorbeeld de verbeelding van Saint-George die de draak verslaat.
De hoofdguizer is gedurende het feest de jarl van Shetland. Hij is herkenbaar aan zijn Vikingkostuum met helm en schild en loopt voorop in de processie met in zijn gevolg de guizer squad. Op dat Vikingkostuum is overigens nog wel het één en ander af te dingen, omdat er ook nogal wat 19e-eeuwse romantiek, quasi Obelix-elementen in zitten zoals de vleugels langs de flanken van de helm.

De traditie van het verbranden van het schip – het ten grave dragen van de donkere winterperiode, het verwelkomen van het licht – gebeurt sinds het einde van de jaren 80 van de negentiende eeuw. Ofwel: hoe het verbieden van veronderstelde ongeregeldheden tot een nóg groter heidens gebruik kon leiden. Een al dan niet gefragmenteerde oorsprong van het feest als achtergrond.


9 januari 2017
Gastblog Arne Hempenius: Van gewei tot kam

blog Wie denkt dat de mensen in de vroege middeleeuwen woeste mannen en vrouwen waren met lange, onverzorgde haren, moet ik teleurstellen. Vondsten van al dan niet door de tand des tijds beschadigde, prachtig bewerkte kammen van hertengewei, opgegraven in onder meer Dorestad, de terpen van Friesland, Haithabu en Birka, wijzen op het tegendeel. Men kwam - en dat is van alle tijden - graag goed voor de dag. Het zijn niet alleen de vondsten van kammen die ons dat vertellen, ook de talloze, kleurrijke glazen kralen, meesterlijk versierde zilveren sieraden, spelden, ringen en fibula’s, suggereren een beeld van de wens om mooi te zijn.

blog Kortom, wie zijn of haar imago hoog wilde houden, wie in de smaak wilde vallen bij het andere geslacht, die kamde zijn haren. En wat te denken van vlooien en luizen die wellicht de kruinen van de haardragers teisterden? Naast kruidenmiddeltjes of as, was regelmatig kammen de beste remedie tegen de parasieten en de akelige jeuk. De gidsen in Birka vertellen dat een kam een persoonlijk eigendom was dat men altijd bij zich had, en vondsten van resten van beschermhoezen van gewei of been doen inderdaad vermoeden dat de kam niet ergens rondslingerde voor algemeen gebruik, maar meegenomen werd waar men ging.

blog Er moet in de vroege middeleeuwen een levendige handel zijn geweest in kammen en daarmee was het maken kammen waarschijnlijk een lucratieve vorm van ambacht. Een ambacht van een toiletartikel, waarvan de fabricage - en ik spreek uit eigen ervaring - zeer zeker respect afdwingt. Voor de cover van mijn vroegmiddeleeuwse thriller Het lot van Althilt die in april van 2017 van de pers komt, zocht ik een vroegmiddeleeuwse kam. Althans een foto. Maar al gauw bleek dat er geen geschikte, rechtenvrije afbeeldingen te vinden waren. Mij restte slechts – kaal als ik ben – me te storten op het maken van een replica. Kortom, gewapend met een toffelzaag, een schraapstaal en een paar raspen en vijlen, waaronder een topkamvijl voor gitaarbouw; en voorzien van een paar prachtige geweien van edelherten, toog ik aan het werk. Na noeste arbeid en een pittig aantal uren mag het resultaat van de derde kam er zijn, een aardige replica van een vroegmiddeleeuwse vleugelkam met ruim zestig tanden over ongeveer vijftien centimeter lengte.


21 december 2016
De heidense wortels van Kerstmis

In het Middellandse Zeegebied werd de zonnegod vereerd die bij de Romeinen bekend stond als Sol Invictus. In de vroege vierde eeuw, tijdens het bewind van keizer Constantijn werd het feest van deze godheid dat op 25 december gevierd werd als de ‘dag van de geboorte van de onoverwinnelijke zon’, vervangen door het feest van de geboorte van Christus.
Mogelijk speelde een Bijbelse passage waarin Jezus met het licht wordt geďdentificeerd hierbij een rol. Bovendien werd tijdens de winterzonnewende het feest van de Egyptische god Horus gevierd. Het beeld van Horus die door zijn moeder Isis gezoogd wordt, roept associaties op met de voorstelling van Maria en het kind Jezus.

blog In de periode rond de winterzonnewende vierden de Romeinen het Saturnaliafeest. Dit meerdaagse feest begon op 17 december met het brengen van offers in de tempel van Saturnus, thuis gevolgd door een feestmaaltijd waarbij familieleden en vrienden elkaar cadeaus gaven, meestal kaarsen en poppen van was of aardewerk.
Met het invoeren van het christendom als officiële staatsgodsdienst werden de Saturnalia voortgezet, compleet met vele brandende kaarsen die oorspronkelijk het lichtfeest rond de zonnewende symboliseerden. De geschenken werden vaak vergezeld van gedichten, een beetje zoals onze kerstkaarten tegenwoordig.
Ook in noordelijk Europa was de winterzonnewende vanouds een belangrijk moment. Er werden joelfeesten gehouden om de terugkerende zon te begroeten. Het woord joel is vermoedelijk afgeleid van het Indo-Europese ghel, dat (zonne)schijn betekent. Ons woord geel is er in te herkennen. Tijdens het joelfeest werden uitgebreide eet- en drankfestijnen gehouden.

De geboorte van de god van het licht werd vervangen door de geboorte van Christus. De Christusmis, die tot Kerstmis verbasterde, won aan belang toen Karel de Grote zich in 800 op eerste Kerstdag tot keizer liet kronen. Kerstmis werd een christelijk feest, maar bleef wel heidense trekken houden, zoals de copieuze maaltijden, de brandende kaarsen, de cadeaus, de kerstkaarten avant la lettre, de kerst(nacht)mis, zelfs de bebaarde Odin die in Scandinavische mythen Joelvader genoemd wordt, lijkt een inspiratiebron voor de hedendaagse kerstman. Alleen van de kerstboom heb ik geen vroegmiddeleeuwse voorloper kunnen vinden.

Ik wens alle trouwe lezers van mijn blogs prettige kerstdagen en een goede jaarwisseling!


4 december 2016
Bonifatius en het heidendom

Voor het Bonifatiusjaar ten einde is, voer ik hem nog één keer ten tonele, of eigenlijk het beeld dat in Dokkum staat. Velen weten te vertellen dat de missionaris daar in 754 door de heidense Friezen werd vermoord. Het werd ter nagedachtenis aan Bonifatius opgericht, maar is evengoed te beschouwen als een monument ter herinnering aan het verzet van de heidense bevolking tegen het oprukkende christendom.

blog

Bonifatius was met groot vertoon door ‘het afgelegen deel van Frisia getrokken waar heidense riten werden uitgevoerd’. Met een heel circus van monniken, priesters, diakenen, soldaten (!) en allerlei hulpkrachten kwam hij naar Frisia waar hij tot grote woede van de bevolking afgodsbeelden en heidense cultusplaatsen vernielde. Diezelfde bevolking werd vervolgens door het zwaard gedwongen hun heidense praktijken af te zweren om over te gaan naar de godsdienst van de gehate Frankische bezetter. Een Friese reactie op deze provocatie kon niet uitblijven. In de ochtend van de vijfde juni van dat jaar 754 werd het tentenkamp op de oever waar de schepen lagen afgemeerd, aangevallen. Niemand van het gezelschap, inclusief Bonifatius zelf, overleefde dit gewapende treffen.
De aanvallers werden inktzwart afgeschilderd, alsof ze ordinaire rovers waren die het gemunt hadden op de kostbaarheden van Bonifatius. Maar de gewapende begeleiders zouden een stelletje rovers wel hebben weggejaagd. We moeten dan ook eerder denken aan een logische reactie van Friezen die voor hun belangen opkwamen. Binnen de Germaanse rechtsopvatting gold moord als een zeer oneervolle daad, maar schenders van heidense cultusplaatsen moesten volgens een artikel ‘Van de eer der tempel’ in de Lex Frisionum, het Friese recht, met de dood bestraft worden. Toch heeft de Frankisch-christelijke propaganda haar uitwerking niet gemist. Nog altijd wordt de dood van Bonifatius als moord beschreven.

Wie het beeld in Dokkum goed in zich opneemt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het afwerende gebaar eerder tegen heidenen in het algemeen dan specifiek tegen de aanvallers van Bonifatius gericht is. We zouden het eveneens kunnen opvatten als een zinnebeeld van de kerk die zich tegen het heidendom keerde. Het is daarmee ook te beschouwen als een monument voor de strijd tegen de oprukkende onvrijheid van godsdienst.

Deze blog is een korte weergave van mijn essay ‘Bonifatius en het heidendom’ in de net verschenen bundel Vrijdenken & humanisme in Nederland. 40 Plekken van herinnering onder redactie van Bert Gasenbeek.


16 november 2016
Boeken, boeken, boeken

Deze week verscheen De eerste Gouden Eeuw, een licht gewijzigde herdruk van mijn boek uit 2011. Het is maar liefst het vierde boek van mijn hand dat dit jaar uitkwam. Vier! Eerder deze maand verscheen De Franken dat voor een belangrijk deel op Koningen en krijgsheren uit 2009 is gebaseerd. De andere twee uitgaven De Romeinen en Bonifatius in Dorestad zijn wel helemaal nieuw.

blog

Vanwaar zoveel boeken? Dat komt omdat het leven een aaneenschakeling van kleine writer’s blocks is, waar ik een truc op heb gevonden. En dat is gewoon aan meerdere boeken tegelijk werken. Als ik dan even geen inspiratie voor het ene onderwerp heb, dan kan ik altijd wel weer aan een ander thema verder. De afgelopen periode kon ik verschillende projecten afronden die al een tijdje liepen. Het gevolg is dat er dit jaar in korte tijd naast enkele artikelen de genoemde vier boeken konden verschijnen.

Waarom schrijf ik toch al die boeken? Doe ik dat voor mezelf? Welnee, dat is net zoiets als in jezelf praten. Trouwens, dan zouden die boeken niet uitgegeven hoeven worden, één exemplaar zou volstaan. Maar nee, mijn teksten worden door kundige drukkers en boekbinders vermenigvuldigd, omdat ze voor anderen, mijn Lezers, bedoeld zijn. Dat zijn vooral anonieme Lezers, afgezien van die enkeling die me aanklampt om me verheugd te vertellen meerdere boeken van mij in de kast hebben staan. Ik mompel dan iets vaags, waaruit zou moeten blijken dat ik verguld ben dat ik zelfs tot in de boekenkast van deze Lezer ben doorgedrongen.
Maar afgezien van de mededeling van zo’n informatieve enkeling blijf ik in het ongewisse waarom mijn Lezers de moeite nemen zich door mijn eindeloze woordenbrij te worstelen. Een eerste boek kan ik me nog wel voorstellen. Het zou een impulskoop kunnen zijn vanwege het misleidend mooie omslag, misschien een opwelling om toch nog eens iets over de duistere middeleeuwen te weten te komen of gewoon een weinig geslaagd presentje van een kennis. Maar de aanschaf van een tweede boek doet toch vermoeden dat de interesse van de Lezer gewekt is. En gek genoeg lopen er ook Lezers rond die zelfs nog meer boeken bezitten, tot aan echte verzamelaars toe die álles van mij willen hebben. Voor hen heb ik een geruststellende mededeling: voorlopig blijft het even rustig rond uitgaven van mijn hand.


30 oktober 2016
De complexe geschiedenis van Halloween

Halloween is een uit Amerika overgewaaide verkleedpartij met een commerciële achtergrond. Oorspronkelijk had dit griezelfeestje dat morgenavond gevierd wordt, een meer serieuze ondertoon. Halloween is een verbastering van het Engelse all hallows eve dat wij kennen als Allerheiligenavond. Halloween heeft een tamelijk complexe ontstaansgeschiedenis die ons langs Romeinen, Kelten en Franken voert. Dus, ga er even voor zitten.

blog


De Keltische god Cernunnos is mogelijk weergegeven op de Gundestrupketel die in een Deens moeras gevonden werd.

Allerheiligen valt op 1 november, ongeveer op de dag waarmee volgens de Keltische kalender de winter begon, nadat de oogst was binnengehaald en een deel van het vee voor de winter geslacht werd. Daarmee kan deze dag als een Keltisch ‘Nieuwjaar’ worden opgevat. In het Gaelic wordt dit ‘Nieuwjaar’ Samhain genoemd (letterlijk zomereinde).
De katholieke kerk heeft het heidense Samhain in de negende eeuw overgenomen als de christelijke feestdag Allerheiligen, later gevolgd door de gedenkdag Allerzielen op 2 november. Vermoedelijk is de kerkelijke invulling van het Keltische gebruik met Angelsaksische missionarissen naar het vasteland gekomen.

Samhain komt herhaaldelijk voor in de vroegmiddeleeuwse Ierse mythologische traditie, in de rijke orale overlevering die door monniken is vastgelegd. Daarin vinden we beschreven dat tijdens Samhain de poort tot de bovennatuurlijke wereld geopend was, waardoor geesten konden binnendringen om bezit te nemen van de levenden. Want in de overgang van de zomer naar de winter was de scheiding tussen het aardse bestaan en de bovennatuurlijke wereld minimaal. Daardoor konden onheil brengende geesten en dwalende zielen van overledenen die barričre eenvoudig passeren. Om de geesten gunstig te stemmen werd er buitenshuis voedsel geofferd. Voor een gestorven familielid werd aan tafel een plaats ingeruimd. Bovendien werden door vermommingen de geesten misleid.
Juist deze gedekte tafels en maskerades vinden we terug in Frankische bronnen, zoals in de preken van Caesarius van Arles die veel details over heidense gewoonten onthullen.

In Gallië werden in de eerste weken van januari feesten georganiseerd ter ere van de Romeinse god Janus, waarbij de feestgangers zich als herten of andere dieren vermomden. Al in de late Oudheid werden er in het Keltische cultuurgebied op nieuwjaarsdag hertenmaskers gedragen, mogelijk in verband met de geweidragende Keltische god Cernunnos. Volgens het leven van de heilige Hilarius zetten de inwoners van het Zuid-Gallische Mende tijdens de festiviteiten begin januari een hertenkop op hun hoofd. Op een bronzen plaquette uit de tweede eeuw die in de buurt van Lyon gevonden is en waarop een kalender gegrift is, vinden we het Gallische Samon(ios) dat verwant is aan Samhain.
Romeinse magistraten legden op 3 januari de eed af. Het was de dag van de inauguratie van de consuls, waarna er een plechtige optocht werd gehouden, waarbij godenbeelden werden meegedragen. Mogelijk heeft zich hieruit de gewoonte ontwikkeld om zich als goden te vermommen. De traditie van de Keltische hertenmaskers en de Romeinse feestelijkheden zijn in Gallië samengesmolten tot het gebruik van de Nieuwjaarsmaskerade.
Bonifatius wond zich tegen het midden van de achtste eeuw op over het volk dat begin januari dag en nacht zingen en juichend door de straten trok en feestmalen aanrichtte. De kerk probeerde dit heidense feest de kop in te drukken door de bevolking vanaf nieuwjaarsdag met kerkdiensten ‘bezig te houden’.

De Gallo-Romeinse Nieuwjaarsmaskerade is op de Britse Eilanden verschoven naar het begin van november waarop vanouds Samhain gevierd werd. En zo zijn we weer terug bij Halloween. Ik waarschuwde al dat het wat ingewikkeld is.


19 oktober 2016
I put a spell on you: heidense gebruiken en magische riten

Een student antropologie met de specialisatie heidense rituelen aan de universiteit van zijn planeet in het zonnestelsel van Alpha Centauri is naar de aarde gereisd om veldwerk te doen voor zijn scriptie. Hij heeft een open plek gevonden waar gelovigen een gewijde cultusplaats hebben ingericht waar zo’n twee dozijn priesters met een bijzondere, verheven status een rituele dans uitvoeren. Het volk staat erom heen, maar mag de heilige grond niet betreden op straffe van excommunicatie. Iedereen is uitgedost met felgekleurde rituele kleding en vreemde hoofddeksels. Sommigen hebben hun gezicht beschilderd. Alle omstanders voeren een merkwaardige, synchrone dans uit en slaken kreten die doen vermoeden dat het hele gebeuren erop gericht is om in een gezamenlijke trance te geraken.

blog

De student is helemaal verrukt van dit kleurrijke gebeuren, ook al is de onderliggende bedoeling van dit bizarre schouwspel hem onduidelijk. Ook ik kan dit ritueel met enige regelmaat waarnemen, althans de geluiden die daarbij gemaakt worden. Want ik woon op gehoorafstand van voetbalstadion Galgenwaard in Utrecht.
Zo ondoorgrondelijk als deze rituelen zijn voor de verre ruimtereiziger – en voor mij – zo zijn ook de heidense gebruiken uit de vroege middeleeuwen, waarover vaak niet meer dan enkele tekstfragmenten zijn overgeleverd. Die zijn door clerici vastgelegd alsof ze een afschuwelijke ziekte beschreven.
Het volk had vanouds spirituele opvattingen die door de kerk als verwerpelijk bestempeld werden. Net als christenen geloofden de meesten in een bovennatuurlijke wereld, maar die was veel meer met hun leefomgeving verbonden. Achter iedere boom of steen school bij wijze van spreken een geest. Beide werelden konden met magische rituelen met elkaar in verband worden gebracht. In het dagelijks leven speelde magie dan ook een grote rol. De bevolking probeerde zich met allerlei rituelen te behoeden voor ziekte en tegenspoed. Velen combineerden deze rituelen met hun dagelijkse bezigheden, maar bij speciale gelegenheden konden die ook uitgevoerd worden door magiërs, charismatische 'tovenaars' die bedreven waren in magische kunsten. Kortom, het hele leven was doortrokken met religie en magie.

Ik zou me maar al te graag in de vroegmiddeleeuwse mens willen verplaatsen. Maar net als de student van Alpha Centauri heb ik grote moeite om hen te doorgronden. Toch ga ik de komende tijd proberen of ik een glimp van hun denkwereld kan achterhalen, ook al is die, net als Alpha Centauri, lichtjaren van onze moderne wereld verwijderd. Sommige in het oog springende aspecten zullen in deze blog nog wel eens de revue passeren.


7 september 2016
Een first lady in de vroege middeleeuwen

Ik prijs mezelf een gelukkig man. Terwijl velen reikhalzend naar het nieuwe seizoen van de serie House of cards uitkijken, kan ik mij permanent onderdompelen in het gekonkel van de vroegmiddeleeuwse collega’s van de fictieve Amerikaanse president Frank Underwood en zijn al even op macht beluste echtgenote Claire. Want op dit moment leg ik de laatste hand aan het boek De Franken in België en Nederland. Heersers in de vroege middeleeuwen dat begin volgende maand gaat verschijnen.

blog

In dat boek probeer ik naast de geportretteerde Frankische koningen enkele van hun echtgenoten voor het voetlicht te brengen. Ook al werden vrouwen maar een bescheiden rol toegedicht, tussen de regels door kunnen we lezen dat zij wel degelijk van belang waren, al was het maar omdat zij dichter bij de regerende vorst stonden dan wie dan ook. Onder hen waren zeer ambitieuze vrouwen – van het type Claire Underwood – die grote invloed op het regeringsbeleid uitoefenden.
Een aansprekend voorbeeld daarvan is Judith, de tweede vrouw van de Frankische keizer Lodewijk de Vrome. Toen ze met de veertigjarige vorst huwde was ze zelf vermoedelijk nog een tiener, maar ze was alles behalve onnozel. Ze werd omschreven als ‘een tweede bijbelse Judith’, een vrouw die het tegen sterke mannen opnam, en dat was een heel rake typering.

Als first lady stond Judith haar echtgenoot terzijde bij officiële aangelegenheden. Doordat ze het hof bestierde, kon ze invloed op het regeringsbeleid uitoefenen, bijvoorbeeld door te bepalen wie toegang tot de keizer had.
Gezien hun leeftijdsverschil, was het te verwachten dat Judith haar echtgenoot zou overleven. Wilde ze ook na Lodewijks dood een machtspositie blijven bekleden, dan moest ze al vroeg stappen ondernemen. Maar door haar optreden maakte ze vijanden. Om haar positie uit te hollen werd ze op een seksistische wijze als vals en geslepen afgeschilderd. Ze zou Lodewijk ertoe hebben aangezet een verderfelijke koers te varen. Zij werd van overspel beschuldigd en in verband gebracht met losbandigheid en hekserij. Judith zou het paleis hebben gevuld met zieners, waarzeggers en droomvoorspellers. De lastercampagne had succes, ze werd gearresteerd en verbannen. Maar uiteindelijk werd Judith van alle aantijgingen gezuiverd. Sindsdien bleef ze grote invloed op het beleid van haar echtgenoot houden en wist te bewerkstelligen dat haar zoon Karel, de latere koning Karel de Kale, een aanzienlijke hap uit de taart zou krijgen toen het Frankische Rijk verdeeld werd.


1 augustus 2016
De paltskapel in Aken als paardenstal

Volgens de Annalen van Fulda plunderde een bende Noormannen in 881 de koninklijke palts in Aken. De kroniekschrijver voegde er verbolgen aan toe dat de onverlaten de kapel van de Frankische koning als paardenstal hadden gebruikt. De plunderaars behoorden tot een alliantie van Noormannen die twee jaar eerder uit Engeland was verdreven. Ze waren met hun schepen naar Vlaanderen gekomen, waar ze de wijde omgeving onveilig maakten.

blog

In de jaren die volgden werden de plunderaars brutaler en trokken steeds verder het binnenland in. Uiteindelijk troffen ze het hart van het Frankische Rijk, het Rijn-Maasgebied waar de koningen hun belangrijkste bezittingen hadden. Aken vormde daar het vorstelijke centrum van met de achthoekige paltskapel als symbolisch brandpunt. De Noormannen hadden met hun barbaarse ontheiliging van die kapel de Franken niet erger kunnen treffen.

Ik moest aan dit alles denken toen ik afgelopen week de kapel in Aken bezocht die Karel de Grote rond 800 naar Byzantijns voorbeeld had laten bouwen. Het ontwerp was vooral geďnspireerd door de San Vitale in Ravenna. Voor de bouw werd gekleurd marmer en mozaďekwerk uit Italië aangevoerd, zelfs Romeinse beelden en complete zuilen werden naar het noorden verscheept. Het interieur is dan ook indrukwekkend, zeker voor een bouwwerk dat zo noordelijk ligt. Geen wonder dat er eeuwenlang Duitse koningen gekroond werden op deze plaats waar het prestige van Karel de Grote op hen afstraalde.

blog

Het is op zich al een wonder dat de kapel er na twaalf eeuwen nog altijd staat, zeker na de verwoestingen die in de Tweede Wereldoorlog in de Akense binnenstad zijn aangericht. De oorspronkelijke paltskapel vormt tegenwoordig samen met het gotische koor de bisschoppelijke Dom van Aken en is het enige deel van het Karolingische paltscomplex dat bovengronds bewaard is gebleven. Daarmee is dit stukje Aken voor mij een beetje heilige grond.

Toen ik in de kapel rondliep heerste er beslist geen heilige sfeer, want de kerk werd overspoeld met fotograferende toeristen, compleet met baseballpetjes. Nog een geluk dat de vele Pokémon Go-spelers hun virtuele monstertjes buiten de deur vingen. Toegegeven, ik was ook één van de toeristen die de kapel (over)bevolkten. Toch kreeg ik bij het zien van de menigte onwillekeurig een beeld voor ogen van de ontzetting van de Frankische elite toen de kapel door de heidense horde Noormannen als paardenstal gebruikt werd.


21 juni 2016
Henk Hofland en de schoolplaat van Isings

Vanochtend overleed journalist en schrijver Henk Hofland. Jarenlang heb ik met plezier zijn uitstekend geschreven columns in NRC Handelsblad gelezen. Daarin schreef hij op 24 juli 2004 over een tocht die hij kort daarvoor naar Wijk bij Duurstede had gemaakt. De aanleiding was de schoolplaat ‘De Noormannen voor Dorestad’. Hij vroeg zich af wat er zou zijn gebeurd als Dorestad niet door de Noormannen was geplunderd. ‘Dan had Johan Herman Isings er geen schoolplaat van gemaakt en dan was ik niet, of misschien om een andere reden, naar Wijk bij Duurstede gegaan.’

blog Hofland reisde met de trein naar Culemborg om erachter te komen dat er vandaar geen openbaar vervoer naar Wijk vertrok. Uiteindelijk bereikte hij via Utrecht zijn bestemming met de bus die reed door ‘een beschaafd uitziende landstreek, met langs de weg veel plaatsen waar je kersen kunt eten’. Hij vond Wijk een lief, oud stadje met in het midden een plein met een oude kerk, een goede boekhandel en cafés met terrassen waar clubjes toeristen van boven de vijftig van de zon zaten te genieten. Maar nergens een spoor van Noormannen.

Dus op naar Museum Dorestad. Daar vond Hofland van alles. ‘Beenderen, gereedschap, versieringen, wapens, wat een mens in vroeger tijden nodig had, en in een andere vorm, nog nodig heeft. Een mooie haarspeld. Probeer je de vrouw voor te stellen die dat kleine ding heeft gebruikt, hoe ze het zorgvuldig in haar haar heeft gestoken, wie haar heeft bewonderd, hoe het verloren is gegaan.’
In het museum vond hij ook de schoolplaat van Isings. ‘Bebaarde mannen die ik me van toen herinnerde, maar in mijn geheugen waren ze in de loop der jaren woester geworden. Die van Isings zien er betrekkelijk rustig uit. De kunstenaar had dan ook een rustige opvatting van de geschiedenis. Hij schuwde het drama niet, maar je moest je niet laten afleiden door de daarmee eventueel gepaard gaande gruwelen.’ Hofland beëindigde zijn column met de observatie dat er van die ‘duivelse kerels’ en hun gewelddadige acties in Wijk niets meer te zien is.

‘Isings, waar bent u, dacht ik. De stenen kunnen wel spreken, maar ze hebben een vertaler nodig. Iemand die het kan vertellen, op zo'n manier dat je begrijpt waarover het gaat.’ Het zijn mooie woorden van een begenadigd schrijver en bovenal scherpe waarnemer.


29 mei 2016
Het geheim van de smid: ijzerproductie en rituelen

De vroege middeleeuwen staan niet bepaald bekend vanwege industriële bedrijvigheid. Toch was er al een bloeiende ijzerindustrie, want ijzer werd hogelijk gewaardeerd. De winning en verwerking was een specialisme dat veel vakkundigheid vereiste. Bovendien was het niet zomaar een technologie. Het proces was met rituelen omgeven, want in de vroege middeleeuwen bestond er een wereldbeeld waarin alles verweven was, een kosmologie waarin de stoffelijke wereld één geheel met de spirituele wereld vormde.

blog


Experimentele ijzeroven (HAPS-project Apeldoorn)

In Scandinavië zijn productieovens midden in grafvelden aangetroffen. Er zijn aanwijzingen dat er tijdens het proces verkoolde menselijke beenderen werden gebruikt, alsof de overledene als het ware in een ijzeren voorwerp werd gereďncarneerd. De smid kon zo de kracht van de dode in een wapen overbrengen.
Rond ijzerproductie heerste een taboesfeer die in rituele vorm heeft bijgedragen aan de geheimhouding van het proces. Het geheim van de smid, zeggen wij nog altijd. Volgens de Scandinavische mythologie worden zwaarden in het geheim gesmeed, vaak ondergronds door dwergen. Op sommige plaatsen in Afrika en Azië waar nu nog ijzer wordt geproduceerd, zoals dat bij ons in de vroege middeleeuwen gebeurde, is nog altijd iets van die magische sfeer te proeven. In traditionele samenlevingen in Afrika voert de smid allerlei rituelen uit. Met zang en bezweringen worden boze geesten afgeweerd, terwijl er offers in het vuur worden gegooid.

Soms wordt de ijzeroven met een barende vrouw vergeleken. Uit Zambia zijn ovens van het volk van de Chokwe bekend waaraan zelfs vrouwelijke vormen, zoals borsten, worden geboetseerd. De vergelijking van de ijzeroven met een vrouw vinden we ook bij het volk van de Fipa in Tanzania. Daar mag de smid tijdens het productieproces geen gemeenschap met een vrouw hebben. Dat wordt als overspel beschouwd, op straffe van een mislukte ijzerproductie.

Dit seksuele aspect is ook duidelijk aanwezig bij de ijzerproductie in Nepal, waar de oven eveneens als de symbolische vrouw van de smid wordt beschouwd, het inbrengen van de tuyere, de blaasmond, in de oven als de geslachtsdaad. Het zijn handelingen waar een taboe op rust en waarbij niemand anders dan alleen de smid aanwezig mag zijn. Daarbij moet hij volledig naakt zijn om de intimiteit tussen hem en 'zijn vrouw' te benadrukken. Niet toevallig is het Nepalese woord voor blaasmond bijna gelijk aan dat van het mannelijke geslachtsdeel.

Dichter bij huis vinden we in de Germaanse mythologie net zo'n metafoor waarin de ijzeroven met een barende vrouw vergeleken wordt:

In het oosten zat de oude vrouw, In het IJzerwoud
waar zij het gebroed van Fenrir baarde.
Één van hen wordt ooit
de verslinder van de maan
in de gedaante van een trol.
Hij vreet het vlees van stervenden
en kleurt het huis van de heersers in bloed.
Zwart wordt de zon
in de zomers daarna
zal het weer boosaardig zijn.
(uit: Voluspa, het lied van de Zieneres)

We kunnen in 'de oude vrouw' een metafoor zien van de ijzeroven die het gebroed van Fenrir, oftewel het ijzer, baarde waarvan wapens gesmeed werden. Fenrir was de wolf die de godenwereld bedreigde. In het bloederige vervolg van het vers zien we wat die wapens allemaal aan zouden richten.


14 mei 2016
Tussen noordelijke en zuidelijke koningen

Eind 2013 verscheen mijn boek De Friezen - De vroegste geschiedenis van het Nederlandse kustgebied met daarin het hoofdstuk 'Tussen noordelijke en zuidelijke koningen'. Dat handelt over de bijzondere positie van de Friezen die in de vroege middeleeuwen enerzijds deel uitmaakten van een Noordzeecultuur, waardoor ze nauwe culturele en economische banden met de Denen hadden. Anderzijds behoorden ze tot het Frankische Rijk. De Franken waren behalve overheersers, waar ze zich naar hadden te schikken, ook belangrijke handelspartners. Hoe stelde de bevolking zich tussen de partijen op toen de Denen en de Franken met elkaar in conflict raakten?
blog De agressie van Karel de Grote tegen de Denen plaatste de Friezen al meteen voor een dilemma. Hun positie werd nog ingewikkelder toen de spanningen binnen het Frankische Rijk opliepen en de strijdende partijen de hulp inriepen van Deense warlords. Die strijd speelde zich voornamelijk in ons land af, een strijd waarbij de Noormannen een belangrijke rol speelden.

'Tussen noordelijke en zuidelijke koningen' is de vrucht van een jarenlange samenwerking met Dirk Jan Henstra, kenner van de Friese geschiedenis bij uitstek. Tussen 2001 en 2006 werkten we gezamenlijk aan dit vraagstuk, waarbij we elkaar bijna wekelijks met brieven bestookten - Dirk hield niet zo van mailen. We bleven steeds uiterst kritisch naar elkaar en daardoor ontstond een doortimmerd resultaat waar we allebei trots op waren.
We hebben ons onderzoek destijds in de vorm van een wetenschappelijk artikel aan een historisch tijdschrift aangeboden, maar het werd geweigerd, voornamelijk met het bizarre argument dat we dezelfde bronnen hadden gebruikt als eerdere onderzoekers. Alsof er nog altijd onbekende vroegmiddeleeuwse bronnen worden ontdekt. Men meende dat we alleen maar een ander perspectief hadden gekozen dan voorheen. Tsja, waar draait historisch onderzoek nu eigenlijk om? De redactie van het betreffende tijdschrift had er blijkbaar niet veel van begrepen.

Afgelopen donderdag overleed Dirk Jan Henstra die al jaren met zijn gezondheid kwakkelde. Gelukkig heeft hij nog wel de publicatie en het enorme succes mogen meemaken van De Friezen, een boek dat door 'ons' hoofdstuk eigenlijk ook een beetje van hem is. Een betere plek dan in dit succesvolle boek had Dirk zich niet kunnen wensen.


7 april 2016
Joan Hugo van Bolhuis en de Noormannen

Het beeld van de Noormannen als bebaarde woestelingen, als Vikingen die met gehoornde helmen proletarisch in onze streken kwamen shoppen, is voornamelijk in de negentiende eeuw ontstaan. Niet gekweld door enige historische kennis husselden populaire schrijvers gegevens door elkaar en dikten die aan waar ze konden. Alles voor het beoogde effect. Veel historici lieten zich door de tijdgeest meeslepen en omschreven de Viking als een meedogenloze plunderaar, een flat character die er lustig op los sloeg.

Hoe verfrissend is het dan een boek uit de negentiende eeuw te lezen waarin het Noormannentijdperk opmerkelijk goed onderbouwd en redelijk genuanceerd is beschreven. Ik heb het over het boek getiteld: De Noormannen in Nederland dat in 1834 en 1835 in twee delen door de Utrechtse hoogleraar Joan Hugo van Bolhuis gepubliceerd werd.

blog


De plaats in Breda waar Van Bolhuis aan zijn eind kwam, heet tegenwoordig de Duellaan

Deze auteur is volledig in het vergeetboek geraakt. Geďntrigeerd door zijn werk probeerde ik meer over hem te weten te komen en daarbij deed ik twee merkwaardige ontdekkingen. Om te beginnen was Van Bolhuis op 38-jarige leeftijd op een bijzondere manier om het leven gekomen. Hij bezweek aan de gevolgen van een duel met pistolen en had daarmee de twijfelachtige eer hiervan het laatste dodelijke slachtoffer in ons land te zijn. Maar belangrijker voor deze blog is wat ik ontdekte over Noormannenrelaas. Die blijkt hij oorspronkelijk te hebben geschreven als inzending voor een prijsvraag die in 1831 was uitgeschreven door het deftige Provinciaal Utrechts Genootschap dat vroeg om: 'Eene geschiedenis van de invallen en togten der Noormannen en Deenen, in Noord-Nederland, gedurende de 9de, 10de en 11de Eeuwen.'

Van Bolhuis, die datzelfde jaar als lid tot het genootschap toetrad, had zijn werk volgens de reglementen ingediend: in een ander handschrift dan het zijne en ondertekend met een zinspreuk. Die spreuk moest dan met de naam van de auteur separaat in een verzegelde enveloppe worden bijgevoegd. Van Bolhuis heeft de prijs niet gewonnen. Ik heb in de archieven van het genootschap tevergeefs naar een winnende inzending gezocht en ik ben er ook niet achter gekomen wie de prijs dan wel heeft kunnen bemachtigen. Het is niet erg waarschijnlijk dat er een betere inzending was. Ik vermoed dat Van Bolhuis niet kon opschieten met de deftige hoge heren die de prijsvraag vermoedelijk stilletjes hebben afgeblazen. Naar alle waarschijnlijkheid heeft het weinig flexibele en principiële karakter van Van Bolhuis - dat hem uiteindelijk fataal werd - hem van de prijs afgehouden.

Honderd jaar na de prijsvraag verwonderde de gezaghebbende historicus Izaak Hendrik Gosses zich erover dat Van Bolhuis de prijs niet had gewonnen. Hij stelde vast dat 'Voor langen tijd den weetlust der Nederlanders omtrent deze periode uit hun geschiedenis is gestild.' Ik kan niet anders dan de waardering die Gosses opbracht voor het werk van de man die als een romantische Viking ten onder is gegaan, ten volle met hem delen.


17 maart 2016
Oppergod maakt een rechtse come-back

Vandaag werd ik kort geďnterviewd voor het NPO Radio 1-programma De Nieuws BV. De aanleiding was een bericht dat de Noorse massamoordenaar Anders Breivik een aanhanger van de Germaanse God Odin is. Het wapen waarmee hij tientallen jongeren op het eiland Utoya de dood in joeg had hij Gungnir genoemd, naar de magische speer van Odin. Daarmee maakt deze oppergod volgens de programmamakers een rechtse come-back, ook al omdat hij in ultrarechtse kringen wordt omarmd.

blog

Hun wat populair gestelde vraag aan mij: "Wat is die Odin eigenlijk voor knakker?" Tja, wat kun je in een paar zinnen over Odin zeggen? Dat hij werd beschouwd als een god van het slagveld, van gesneuvelde warriors die hij verwelkomde in het walhalla. Dat hij zichzelf negen dagen in een boom ophing om achter het geheim van het magische runenschrift te komen. Dat er op gelijke wijze, door opknoping mensen aan Odin werden geofferd. Dat de Nationaalsocialisten de hele Germaanse mythologie en Odin in het bijzonder voor hun eigen propaganda hebben gekaapt, om hun eigen heldhaftige imago te onderstrepen. Net zoals ze dat overigens met de Vikingen hebben gedaan die werden gepresenteerd als raszuivere, blonde oer-Germanen, een voorstelling die niet alleen verwerpelijk, maar ook nog eens geheel onjuist is. En juist deze fascistische ideologie van Adolf Hitler en zijn trawanten is de link naar de verknipte geest van Anders Breivik.

De inktzwarte racistische propaganda van de nazi's zou de Germaanse mythologie nog decennialang in haar greep houden. Vikingen, runen, eikenloof, cultusplaatsen, noem maar op, van alles, zelfs de muziek van Richard Wagner stond lange tijd in een kwaad daglicht. Gelukkig is dat gevoel wat gesleten en kunnen we tegenwoordig met een meer neutrale blik naar de Germaanse mythologie kijken. Dat is mooi, want we hebben met een brok immaterieel cultureel erfgoed van Noordwest-Europa te maken dat het waard is om op een positieve manier aan te pakken. Daarom is het jammer dat Odin door Breivik in een kwaad daglicht wordt gesteld.


1 maart 2016
Bonifatius en Dorestad

Dit jaar is het precies dertien eeuwen geleden dat de Angelsaksische missionaris Bonifatius in Dorestad van boord stapte. Hij popelde om een bijdrage te kunnen leveren aan de verspreiding van het christelijke geloof op het vasteland van Europa. Bonifatius maakte toen een valse start, want het hele rivierengebied was net in handen van de heidense Friezen gevallen. Zonder iets bereikt te hebben, keerde hij terug naar Engeland, zijn vaderland.

blog

Maar drie jaar later had de Frankische hofmeier Karel Martel de Friezen verdreven en kon Bonifatius naar onze streken terugkeren. Samen met de eveneens uit Engeland afkomstige Willibrord maakte hij werk van de kerstening van de heidense bevolking. Dat gebeurde bepaald niet erg zachtzinnig. Onder gewapende begeleiding van Frankische militairen werden heidense heiligdommen te gronde gericht en afgodsbeelden vernield.
De geloofsverkondigers strooiden nog eens zout in de wonde van de heidense bevolking door precies op de plaats van die in hun ogen verwerpelijke heiligdommen christelijke godshuizen te stichten. Vooral Bonifatius heeft de naam dat hij nogal onbehouwen optrad, maar ook Willibrord ging beslist niet erg terughoudend te werk.
Willibrord was wel zo verstandig dat hij zich alleen op plaatsen waagde waar de Frankische heersers het effectief voor het zeggen hadden. Bonifatius was wat minder voorzichtig en dat heeft hem dan ook de kop gekost toen hij zich in het slechts nominaal door de Franken beheerste terpengebied waagde om er tegen heidense gebruiken op te treden. Volgens het Friese volksrecht, de Lex Frisionum, moest vernieling van heiligdommen met de dood bestraft worden. Bonifatius moest het dan ook ontgelden toen de woedende bevolking zijn onbezonnen actie kwam vergelden.

Zo eindigde het continentale avontuur dat de ambitieuze en immer energieke Bonifatius in 716 in Dorestad was begonnen. 1300 jaar, zo'n afgerond getal heeft iets magisch. Het brengt een gebeurtenis uit het verleden gevoelsmatig wat dichterbij, alsof je even door een wormgat van de ruimte-tijdkromme kruipt. Het is maar een gevoel, ik weet het.

De komst van Bonifatius naar Dorestad wordt dit jaar uitgebreid
herdacht in Wijk bij Duurstede, klik hier voor meer informatie.


10 februari 2016
Eer en aanzien

In zijn essay 'Oorlog in de grote paradijzenfabriek' in de NRC van 6 februari schreef Arnon Grunberg over gevoelens van broederlijkheid en solidariteit bij IS-strijders, over eer en aanzien van deze jihadisten, de sensatie ergens bij te horen. Toen ik zijn boeiende essay las, moest ik denken aan soortgelijke drijfveren bij plunderende Vikingen.

blog

Op het eerste gezicht lijkt het verkrijgen van buit hun voornaamste motief. Toch is dat maar gedeeltelijk waar. Minstens zo belangrijk is de status die zij nastreefden. Vikingtochten werden vooral uitgevoerd door warlords, mannen van naam die voldoende middelen hadden om snelle langschepen aan te schaffen en volgelingen aan zich te binden. Die beschouwden het als een eer om onder bepaalde warlords van faam te dienen. Een roeiplaats in zo'n schip was heel belangrijk voor hun eer. Die had te maken met reputatie en zelfrespect en ook met gerespecteerd worden, met aanzien dus. In vroegmiddeleeuwse heroďsche verzen zijn eer en aanzien steevast van groot belang. 'Aanzien' is in het Oudengels 'weorth', waarin we het woord 'waarde' herkennen. Het ging niet zozeer om materiële waarde van de geroofde kostbaarheden, maar om het aanzien dat deze voorwerpen symboliseerden.

Vikingen gingen van huis om buit en roem te vergaren. De successen die zij op vreemde kusten boekten, hadden een grote aantrekkingskracht op de achterblijvers. Daardoor kwam er een aanzwellende stroom van roofexpedities op gang. Sommige avonturiers die zich bij een Vikingbende aansloten, waren boeren met lef die in het voor- en najaar op hun boerderij werkten om in de zomer strooptochten te houden. In de wintermaanden bleven deze amateur-Vikingen thuis en dan deden er rond het haardvuur sterke verhalen van hun belevenissen de ronde.
Ze vertelden over de roemruchte daden, waar elementen als trouw, wraak, eer en roem zonder mankeren deel van uitmaakten. Ook behendigheid en kracht waren populaire elementen bij dergelijke vertellingen. Wie was er heroďscher dan Olaf Tryggvason die volgens stoere verhalen buitenboords over de riemen van zijn roeiende mannen rende en aanstormende speren met zijn blote handen opving?
Voor sommigen werd het bestaan als vrijbuiter een levenswijze waar ze niet meer buiten konden. Zij werden zeenomaden die zich niet meer langdurig aan wal wilden vestigen. Ze waren verslaafd geraakt aan dezelfde eer en aanzien waar Arnon Grunberg over schreef.


26 januari 2016
Adela van Hamaland, een vrouw met lef

Ik heb iets met een andere vrouw. Niet dat mijn echtgenote nu woedend met het huisraad begint te smijten. Want de vrouw van mijn belangstelling is al heel lang dood.
Precies duizend jaar geleden, in 1016, verdedigde gravin Adela van Hamaland haar burcht tegen een vijandige overmacht. Dapper verweerde zij zich, slechts bijgestaan door een minimale bezetting van voornamelijk huispersoneel. Om haar tegenstanders te misleiden, liet zij alle beschikbare krachten op de omwalling wachtlopen. Er paradeerden zelfs vrouwen met helmen op hun hoofd om de spiedende belegeraars om de tuin te leiden.

blog
De sterkte die zij verdedigde was de burcht Opladen. Die lag op een hoogte in het Gelderse Montferland, waarop tegenwoordig een hotel te vinden is. Van de burcht is niets meer overgebleven, maar de steile heuvel straalt nog altijd een sfeer van onverzettelijkheid uit. Deze eigenschap vinden we ook terug bij Adela van Hamaland, de vrouw die zo onverschrokken de belegeraars trotseerde. De belegering was de laatste akte van een politiek drama waarover zij zelf tot het laatst toe de regie voerde, de ontknoping van een machtsspel dat zij gedreven had gespeeld.
Adela kwam uit een invloedrijke familie van welgestelde grootgrondbezitters. Haar vader was graaf in Hamaland, waarvan de kern werd gevormd door het stroomgebied van de Gelderse IJssel. Samen met haar echtgenoot graaf Balderik had ze vele bezittingen en daarmee verbonden rechten, waardoor het echtpaar tot de machtigsten in de regio behoorde. Maar dat was voor hen nog niet genoeg. Samen probeerden zij een machtspositie in het oostelijke deel van het rivierengebied op te bouwen om uiteindelijk de prefectuur over het gebied in handen te kunnen krijgen. Daarbij schroomde Adela niet om de ambitieuze Wichman, hun grootste rivaal, te laten vermoorden nadat deze een bezoek aan Opladen had gebracht.
Daarmee had Adela de strijd echter niet gewonnen. In tegendeel, de moord bracht al haar tegenstanders op de been. Ze bundelden hun krachten en trokken ten strijde naar de burcht in het Montferland. Balderik zag de bui al hangen en nam op tijd de wijk, maar Adela bleef om haar burcht te verdedigen. Ze was tot het uiterste gegaan om haar ambitie te verwezenlijken. Daarbij had zij ook vuile handen gemaakt en geen middel onbenut gelaten. Kroniekschrijvers spraken er schande van, maar als Adela een man was geweest, zouden zij hun schouders hebben opgehaald om alle verwerpelijke methoden die nu eenmaal bij het machtsspel hoorden. Sterker nog, mannen die succes hadden werden bewonderd, hun kwalijke daden verheerlijkt. Toch heeft Adela deze strijd aangedurfd in een wereld die volledig door mannen werd gedomineerd. En dat bewonder ik in haar.

Het hele verhaal van Adela van Hamaland heb ik beschreven in: Gehelmde vrouwen op de trans in de bundel Beter dan fictie, uitgegeven door Omniboek in 2014.


25 december 2015
Vluchtelingen en Vikingen

Nu het jaar ten einde loopt, gaan mijn gedachten uit naar de komst van duizenden vluchtelingen uit oorlogsgebieden in het Midden-Oosten en Afrika. Het wordt nogal eens geroepen: vluchtelingen, dat zijn allemaal verkrachters die het op onze dochters begrepen hebben.
Het is dit soort uitspraken dat me doet denken aan het beeld dat velen van Noormannen hebben: allemaal woestelingen die verkrachtend rondtrokken. Het is het vertekende beeld van agressieve noordelingen dat geestelijken in de vroege middeleeuwen schetsten. Voor de monniken die de gebeurtenissen van hun tijd beschreven, telden alleen de gewelddaden van de in hun ogen nietsontziende heidenen. Duivelsaanbidders werden ze genoemd.

blog

Voor de xenofobe monniken mochten de ongebruikelijk uitgedoste vreemdelingen met een onbekende tongval de personificatie van de antichrist zijn, voor de gewone man waren zij niet onbekend. Al vanouds onderhielden de bewoners van onze kusten betrekkingen met de Noormannen. Vooral Friese koopvaarders hadden intensieve contacten met hen. Sterker nog, tijdens Vikingexpedities bevonden zich nogal eens Friezen binnen hun gelederen. Blijkbaar kwamen niet alle Vikingen uit het noorden.

Het aantal strooptochten van de Noormannen in onze streken was gering, zeker als we die tegen de vele rooftochten afzetten die de Frankische legers in dezelfde periode hebben ondernomen. Frankische soldaten gingen net zo te keer als Noormannen, of erger, maar daarover doen de schriftelijke bronnen meestal het zwijgen. Ondernemende Noormannen zorgden juist voor een economische impuls, geld en goederen kwamen in circulatie, nieuwe markten werden aangeboord. Door deze dynamiek floreerden handelscentra. Een bloei waar vooral onze streken van profiteerden.

Het inktzwarte beeld dat tegenwoordig door sommigen over vluchtelingen verspreid wordt, heeft misschien iets te maken met de vreemdelingenangst die we ook bij de middeleeuwse monniken herkennen. Die ongenuanceerde opvatting bepaalt na meer dan tien eeuwen nog altijd het gangbare beeld dat wij van de Noormannen hebben. Iets om over na te denken.


13 december 2015
Afghanistan en de Germaanse wouden

De NAVO-missie in Afghanistan wordt voorlopig niet afgebouwd. De ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO-lidstaten zijn begin december overeengekomen dat de 12.000 manschappen er gelegerd zullen blijven. Het is het zoveelste besluit in een eindeloze reeks van interventies in een land waar sinds de Amerikaanse invasie in 2001 vrijwel niets bereikt is. Dat is niet zo vreemd als we naar soortgelijke situaties in het verleden kijken.
blog

Julius Caesar kon Gallië veroveren door de verschillende stammen in het immense gebied tegen elkaar uit te spelen. Blijkbaar kon hij de verschillende stamleiders voor zijn karretje spannen. Dat lukte zijn opvolgers niet toen ze probeerden het Germaanse gebied achter de Rijn te veroveren. Zij kregen geen vat op een bevolking die steeds weer tussen hun vingers doorglipte. Ook de Franken kregen in de achtste eeuw met dezelfde problemen te maken toen zij de heerschappij probeerden te verkrijgen in ditzelfde tribale Germaanse gebied dat zij Saksisch noemden. Karel de Grote trok dertig jaar lang tevergeefs met een overmacht tegen de Saksen ten strijde, maar telkens als hij een overwinning had geboekt, ging een eerder veroverd stamgebied weer verloren. Jaarlijks trok hij van veldslag naar veldslag zonder iets te bereiken. Hij dweilde met de kraan open, totdat hij besefte dat hij eerst een eenheid moest smeden van al die Saksische stammen die als los zand aan elkaar hingen. Hij paaide de stamelite met schone beloftes en stelde de in zijn ogen meest betrouwbare leiders aan als graven over administratieve gouwen. Dwarse elementen die niet in zijn beleid pasten, werden aan de kant gezet of eenvoudigweg geëlimineerd. Hun landgoederen gaf hij aan loyale aanhangers die daardoor een reden te meer hadden om hun heer te steunen. Voor een gesmeerde organisatie schakelde hij de kerk in die een fijnmazig netwerk uitrolde tot op parochieniveau. Het plan van Karel de Grote werkte wonderwel. Heel Saksen werd gefrankiseerd zonder dat er verder nog een gewapende strijd aan te pas kwam.

De situatie in Saksen is vergelijkbaar met het huidige Afghanistan dat verdeeld is tussen vele stammen. Grootmachten, eerst Rusland en daarna een westerse coalitie onder leiding van de Verenigde Staten, hebben tevergeefs geprobeerd vat te krijgen op dit tribale gebied dat eigenlijk geen land is. Ze stuitten op precies dezelfde problemen als destijds de Romeinen en de Franken in de Germaanse wouden. We kunnen veel van de geschiedenis leren, maar of we dat ook doen is maar zeer de vraag.


28 november 2015 - Gastblog van Thomas Kamphuis:
Gewicht in de schaal leggen ... zo kon je je onderscheiden in de Vikingtijd

Handelaren in de Vikingtijd wilden graag goede sier maken met al wat ze bij zich hadden. Kleding mag de man maken, maar een opvallend gedecoreerd gewicht, wat gebruikt werd tijdens het wegen van zilver of munten was een óók eyecatcher.

blog

Dit gewicht, gevonden in Norfolk, Engeland, werd verzwaard met lood om een specifiek gewicht te bereiken. Hoe dit specifieke gewicht zich verhouden heeft tot het kunnen meten van het gewicht op de andere schaal is moeilijk te duiden. Het gewicht weegt 42 gram, wat we in onze hedendaagse ogen niet als een rond getal zien, maar wellicht was het in de Vikingtijd een gangbare maat. Het gewicht meet 27 mm in doorsnede en 15 mm in de hoogte.
De zilver-niëllo (een mix van koper, silver en loodsulfiden) decoratie in het gewicht is Angelsaksisch, mogelijk uit de Vikingtijd, maar mogelijk ook al antiek 'in de tijd', dat wil zeggen, uit de 5e - 7e eeuw. Soms wordt deze decoratie als 'looted' - geroofd - van de Angelsaksen beschouwd, maar wellicht werd het ook in goed overleg met diezelfde Angelsaksen verwerkt in het loden gewicht. Ieder in zijn tijd was immers al betoverd door de schoonheid van objecten die hij aan trof, dus ook de Noormannen. Soortgelijk gedecoreerde gewichten worden behalve in Engeland ook in Ierland en Scandinavië aangetroffen.
Niet gelijkend op zo genoemde dice 'dobbelsteen' gewichten of ronde, afgeplatte barrel gewichten, was er met een loden gewicht met unieke decoratie geen gevaar dat deze verwisseld zou kunnen worden voor een gelijkend exemplaar met een ander gewicht tijdens de handel. Zo bewaakte de handelaar zijn handelvoering, daarbij het juiste gewicht in de schaal leggend.


13 november 2015
Vrijdag de dertiende

Het is vandaag vrijdag de dertiende en dat is voor velen een ongeluksdag. Hoewel dit bijgeloof hooguit twee eeuwen oud is, is de overtuiging dat er in dit soort variabelen wonderbaarlijke krachten schuilen al veel ouder.
Uit de vroege middeleeuwen kennen we allerlei voorbeelden van het geloof in bepaalde getallen. In de tempel van het Zweedse Uppsala werden elke negen jaar negen mannelijke 'levende wezens' geofferd, dus ook mensen. Ze werden in een grote boom naast de tempel opgehangen, waar men de lichamen liet wegrotten. De Germaanse god Odin moest negen nachten in een boom hangen om wijsheid te vergaren.
Bijgeloof ging echter veel verder dan louter getallen. In een bijlage van het verslag van een Frankische kerkvergadering uit 743 vinden we een lijst met dertig volgens de kerk afkeurenswaardige praktijken van de bevolking, de Kleine lijst van bijgelovige en heidense gebruiken. Deze lijst werd door Angelsaksische missionarissen die onder de Friezen werkten gehanteerd. Daarin worden uiteenlopende heidense verschijnselen opgesomd, over bezweringen, cultusplaatsen, voorouderverering, heilige bomen en nog veel meer. Helaas is alleen een opsomming overgeleverd en missen we een nadere omschrijving van de vaak raadselachtige gebruiken. Toch prikkelt deze lijst onze fantasie zodanig dat ik die niet aan de lezers van mijn blog wil onthouden:

blog

Smerigheden in februari
Godslastering bij de graven van de doden
Godslastering over doden, dat wil zeggen dadsisas
Smerigheden in februari
De hutjes, dat wil zeggen de afgodentempels
Godslasteringen in kerken
De heiligdommen in de bossen die ze nimidas noemen
Datgene wat ze op stenen doen
De heiligdommen van Wodan en Donar
Het offer dat ze aan een van de heiligen brengen
Amuletten en banden
De bronnen waar geofferd wordt
Het voorspellen met vogels of paarden of koeienmest of niezen
Waarzeggers of lotsbeschikkers
Het wrijven van vuur uit hout, dat wil zeggen nodfyr
De hersenen van dieren
Dat wat de heidenen in het vuur zien of bij het begin
van het een of ander
De onduidelijke plaatsen die ze als heilig vereren
Het vragen van wat men Onze-Lieve-Vrouwe-bedstro noemt
De feesten voor Donar en Wodan
De maansverduistering, die ze vinceluna noemen
Stormen en horens en bekers
De greppels rond de dorpen
De heidense wedren met verscheurde lappen of schoenen die ze yrias noemen
Het feit dat ze sommige doden voor heilig houden
Het afgodsbeeld uit meeldeeg
Afgodsbeelden uit lappen
Het afgodsbeeld dat ze over de velden dragen


1 november 2015
Een Iron Lady in de middeleeuwen

Laatst zag ik de film The Iron Lady uit 2011 met een glansrol voor Meryl Streep als de voormalige Britse premier Margaret Thatcher. Haar met verve verdedigde politiek van forse bezuinigingen op overheidsuitgaven en een ver doorgevoerde markeconomie bezorgde Thatcher de bijnaam van IJzeren Dame, waar de film naar genoemd werd. Ook in een andere kwestie liet de doortastende premier haar tanden zien. Toen Argentinië in 1982 de Britse Falklandeilanden in de Atlantische Oceaan aanviel, aarzelde ze geen moment en stuurde een Britse vloot naar de afgelegen eilandengroep.

blog

Deze actie deed me denken aan die van een Angelsaksische prinses uit de vroege zesde eeuw, een tijd waarin de Noordzee omgeven was door een hele reeks van kleine koninkrijken. Eén van die rijkjes was dat van de uit Scandinavië afkomstige Warnen die volgens een brief van de Ostrogotische koning Theodorik de Grote het gebied van de Rijndelta bevolkten.
De Byzantijnse geschiedschrijver Procopius verhaalde van de koning van de Warnen die met een dochter van de Frankische koning Theuderik gehuwd was. Die vorst van de Warnen had voor Radigis, een zoon uit een eerdere verbintenis, een huwelijk met de genoemde Angelsaksische prinses - haar naam is niet overgeleverd - gearrangeerd. Maar Radigis huwde na de dood van zijn vader met zijn Frankische stiefmoeder en wekte zo de toorn van zijn overzeese verloofde. De afgewezen prinses, door Procopius 'vrouw van het eiland' genoemd, koerste furieus met een gewapende vloot naar de Rijnmond en versloeg de Warnen. Ze nam Radigis gevangen en voerde hem mee naar haar eigen land waar ze alsnog met haar afvallige aanstaande huwde.

De Angelsaksische prinses trad in deze smakelijke geschiedenis op als een vroege Iron Lady die net als Margaret Thatcher niet over zich heen liet lopen. Bij de verovering van de altijd gure en dunbevolkte Falklandeilanden sneuvelden een paar honderd soldaten. We weten niet hoeveel slachtoffers er tijdens de strijd tegen de Warnen in ons bijna net zo gure kustgebied vielen, maar in beide oorlogen wogen de doden niet op tegen het futiele doel dat werd nagestreefd.


18 oktober 2015
Honger en gebrek

Vandaag de dag hebben zo'n 800 miljoen mensen in de wereld niet genoeg te eten, ondanks dat er wereldwijd genoeg voedsel is om de wereldbevolking te voeden. Ondervoeding is de oorzaak van bijna de helft van alle kindersterfte. De belangrijkste oorzaak is armoede, maar ook oorlogsgeweld en misoogsten door slechte weersomstandigheden of ander natuurgeweld, zoals overstromingen, zijn daarbij plaatselijk van belang. Honger wordt dan veroorzaakt doordat voedsel slecht verdeeld wordt, soms uit onmacht, maar vaak ook door politieke onwil. Wereldwijd gezien speelt voedselschaarste echter nauwelijks een rol.

blog

In de vroege middeleeuwen was dat heel anders. Toen waren honger en gebrek aan de orde van de dag. De bevolking was voornamelijk bezig met overleven. Overvloedige maaltijden waren voor velen een luxe die voornamelijk beperkt bleven tot de periode waarin geoogst en geslacht werd. De agrarische productie was veel meer afhankelijk van de natuur dan tegenwoordig.

Slechte weersomstandigheden, ziektes en plagen leidden al gauw tot misoogsten. Vaak waren de agrarische opbrengsten zo schamel dat iedere tegenslag steevast tot voedselschaarste leidde. Hongersnood lag dan ook steeds op de loer en sterfte door ondervoeding was aan de orde van de dag, temeer daar er op interregionaal niveau nauwelijks uitwisseling van opbrengsten plaatsvond. In tijden van grote voedselschaarste werden er zelfs mossen of boombladeren in het brood meegebakken om het gebrek aan graan enigszins aan te vullen. Een kroniekschrijver jammerde:

Er waren heel wat mensen die helemaal zonder meel zaten. Ze verzamelden allerlei grassen en aten die op, maar daardoor zwollen ze op en legden het loodje. Velen stierven door een totaal gebrek aan voedsel.

Verbetering van landbouwmethoden, zoals bemesting en de toepassing van ijzeren keerploegen, droegen op den duur bij aan een hogere voedselproductie. Bovendien werden voorraden beter beheerd dan voorheen. Maar ook toen waren er nog tijden van honger en gebrek. Om de paar jaar was er door slechte weersomstandigheden of oorlogshandelingen wel een misoogst die tot voedselschaarste leidde. Als er dan onvoldoende uit eerdere oogsten voorradig was, brak er hongersnood uit. Het centrale gezag probeerde met het instellen van een maximumprijs voor graan en brood de nood enigszins te lenigen. De problemen werden echter vooral met gebedsdiensten aangepakt. In processie trok het volk, litanieën en psalmen zingend, naar de kerk om een wonder af te smeken.

Daarmee was het probleem van voedselschaarste in de vroege middeleeuwen van een andere orde dan vandaag de dag. Vroeger was er op gezette tijden domweg te weinig voedsel om alle monden te vullen. Dat is nu wel anders. Toch is er nog altijd honger in de wereld. Beschamend eigenlijk.


4 oktober 2015
Dierendag

Vandaag is het dierendag, een dag die teruggaat op de naamdag van de middeleeuwse heilige Franciscus van Assisi die volgens de overlevering dieren een warm hart toedroeg. Hij zou zelfs een preek voor vogels hebben gehouden. Toch zou de eerste dierendag pas in de twintigste eeuw op initiatief van de dierenbescherming gehouden worden.
Hoe stonden mensen in de vroege middeleeuwen eigenlijk tegenover dieren? Die waren toen vaak net zo dienstbaar voor de mens als tegenwoordig. Honden moesten het erf bewaken en scharrelden hun eigen kostje bij elkaar. Katten gingen op jacht naar muizen en andere dieren die zich tegoed deden aan de opgeslagen oogst. Nuttige dieren dus die zichzelf wisten te redden. Ossen en andere lastdieren werden voor een ploeg of een kar gespannen.

Dieren vervulden ook op een heel andere wijze een rol voor de mens. In geschreven bronnen en ook op vele sieraden en gebruiksvoorwerpen komen we allerlei dieren tegen. In Noordwest-Europa gaat het vaak om roofdieren, zoals wolven, beren en slangen. Maar ook herten en paarden werden vaak weergegeven. Raven waren populair in de Scandinavische mythologie. Odin hield de wereld in de gaten via zijn trouwe raven Hugin en Munin.

blog

In het Noord-Europese pantheon komen we sowieso veel dieren tegen. De god Thor liet zijn wagen door bokken voorttrekken en de godin Freya gebruikte voor dat doel katten. Deze godin bereed ook een beer, een mannetjesvarken dat Hildisvíni heette. Dat heeft misschien een bijklank van bestialiteit, maar bedenk wel dat Hildisvíni in werkelijkheid haar trouwe aanhanger Óttar in vermomming was.
Ik moest aan dit verhaal denken toen Thomas Kamphuis me het hier afgebeelde bronzen sieraad liet zien. Het is afkomstig van het Zweedse eiland Gotland, waar wel meer van deze gestileerde dierkoppen gevonden zijn. Het zou de kop van Hildisvíni kunnen voorstellen, maar dat is slechts een mogelijkheid, meer niet.


19 september 2015
Vluchtelingen: van alle tijden

Vluchtelingen, je wordt er mee overspoeld. Met het nieuws dan, want bij mij in de buurt moet ik de eerste nog tegenkomen. Dat neemt niet weg dat er heel veel mensen oorlogsgebieden ontvluchten waar ze hun leven niet zeker zijn en waar het hun überhaupt onmogelijk wordt gemaakt een normaal leven te leiden.

Is dit een vraagstuk van onze tijd? Welnee, vluchtelingen kwamen ook al in de vroege middeleeuwen voor. Ook toen waren er gebieden waar de bevolking moest uitwijken voor oorlogsgeweld. In de vijfde en de zesde eeuw kwamen er vluchtelingen uit Sleeswijk-Holstein en Denemarken naar onze kusten. We weten niet precies waar zij voor op de vlucht waren, maar niemand verlaat vrijwillig huis en haard om in een onbekend gebied neer te strijken. Zij bevolkten het noordelijke terpengebied en delen van westelijke kustgebied van wat tegenwoordig Nederland is. In deze streken woonden oorspronkelijk mensen die door de Romeinen als Friezen werden aangeduid.

blog

De nieuwkomers introduceerden er hun eigen zeden en gewoonten. Archeologen herkennen de nieuwe instroom aan de artefacten die ze vinden en de manier waarop ze huizen bouwden en hun doden begroeven. Een mooi voorbeeld is de mantelspeld hiernaast met een opvallende niervormige kopplaat die als 'Domburgfibula' bekend staat. De eigen stijl wijst op een eigen identiteit van de makers. Deze sieraden zijn bekend uit de tweede helft van de zesde en de eerste helft van de zevende eeuw. Anders dan de naam doet vermoeden zijn ze uit het hele Nederlandse kustgebied bekend en kunnen dan als een soort Fries gidsartefact beschouwd worden. Want archeologen benoemen dit soort vondsten meestal als Fries. Dat komt omdat de nieuwe bevolking zo genoemd werd door de Franken die hen zouden gaan overheersen en hen sindsdien in hun kronieken vermeldden. Toch zou je deze mensen beter als 'nieuwe Friezen' kunnen aanduiden om hen van de oorspronkelijke Friezen uit de Romeinse tijd te onderscheiden.

Wat dat betreft lijkt er niet zoveel verschil met de hedendaagse vluchtelingen uit het Midden-Oosten die (hopelijk) als 'nieuwe Nederlanders' verwelkomd worden. De nieuwe Friezen werden alleen niet in asielzoekerscentra opgevangen, maar moesten het zelf zien te rooien.


5 september 2015
Mijn nieuwe boek – een vooraankondiging

De afgelopen tijd heb ik hard gewerkt aan een 'remake' van mijn boek Noormannen in de Lage Landen dat in oktober of november als een voordelige – je moet met je tijd meegaan – paperbackuitgave zal verschijnen. Dan krijg je wel waar voor je geld, want de oorspronkelijke tekst is geactualiseerd, verbeterd en met 20% behoorlijk uitgebreid. In de oorspronkelijke productinformatie van de uitgever wordt nog een omvang van 288 pagina's opgegeven, maar uiteindelijk zijn het er zo'n 350 geworden.
Bovendien zijn er honderden noten opgenomen, waarin naar schriftelijke bronnen of relevante literatuur wordt verwezen. De uitgever durfde zo'n omvangrijk notenapparaat in de oorspronkelijke uitgave nog niet aan, bang er een breed publiek mee af te schrikken. Het succes van mijn boek De Friezen - De vroegste geschiedenis van het Nederlandse kustgebied – waarvan in korte tijd al zes drukken zijn verschenen – toont echter aan dat de daarin opgenomen noten niet als storend worden ervaren.

blog

De titel van de nieuwe uitgave wordt Vikingen – Noormannen in de Lage Landen.
'Vikingen' in de titel, ik geef het toe, is een knieval naar de commercie, want bijna iedereen googelt tegenwoordig op de zoekterm 'Vikingen' en steeds minder op het meer kloppende 'Noormannen'.
Wat is nu eigenlijk het verschil tussen Vikingen en Noormannen? Alle Vikingen, plunderaars uit Scandinavië, zijn Noormannen, maar lang niet alle Noormannen in de etnische betekenis als personen uit Scandinavië, zijn Vikingen.
De uitleg in Van Dale dat het om synoniemen gaat, is dan ook onjuist. Ook het Woordenboek der Nederlandsche Taal is niet eenduidig, maar wel een stuk nauwkeuriger dan Van Dale. Wel is er in het WNT sprake van zeerovers, maar er werden zelden rooftochten op zee ondernomen. Vikingen kunnen beter rovende zeevaarders genoemd worden.

Volgens de spelling van 1 augustus 2006 moet 'Viking' met een hoofdletter geschreven worden, alsof we met een bevolkingsgroep te maken hebben. Overeenkomstige woorden als rover, piraat, vrijbuiter en cowboy krijgen - terecht - geen hoofdletter. Maar Viking wel. Helaas, het is niet anders. In mijn nieuwe boek heb ik 'Viking' dan ook met enige tegenzin met een hoofdletter geschreven.


21 augustus 2015
Een runensteen op het Utrechtse Domplein

Sinds jaar en dag staat er op het Domplein in Utrecht, enigszins weggedrukt in een hoek tussen de Domkerk en de pandhof, een grote kei. De meeste mensen zullen gedachteloos aan deze onopvallende steen voorbij zijn gegaan. Maar degenen die wel een blik wierpen op dit voor ons land vreemde element zagen dat het niet zomaar om een steen ging, want er zijn afbeeldingen en teksten in gegraveerd. Wie vervolgens - nieuwsgierig geworden - er omheen liep, zal al gauw een plaquette hebben ontdekt met daarop een verklarende tekst. Volgens deze plaquette is deze kei een replica van een Deense runensteen, waarvan het origineel zich in Jelling op Jutland bevindt. De eerste vraag die dan bij menigeen opkomt, is waarom deze replica op het Domplein geplaatst is. Om deze vraag te beantwoorden moeten we eerst kijken naar de achtergronden kijken.

blog

Deze Jellingsteen is in de tiende eeuw door de Deense koning Harald Blauwtand opgericht ter nagedachtenis van zijn ouders. De vertaling van de runentekst is:

Koning Harald liet deze steen bewerken ter herinnering aan zijn vader Gorm en zijn moeder Thyra. Harald verkreeg heel Denemarken en Noorwegen en kerstende de Denen.

Vanwege deze tekst beschouwen de Denen deze runensteen als de 'geboorteakte' van hun land. Ze zijn er dan ook behoorlijk trots op. In dat licht bezien is het begrijpelijk dat er een replica van deze steen werd gekozen toen de Vrienden van Nederland in Denemarken in 1936 een passend geschenk zochten bij het 300-jarige bestaan van Universiteit van Utrecht. De steen kwam er dankzij Gustav Lind (1886-1984), een Deense tandarts die aan de universiteit van Utrecht had gestudeerd en in 1929 het Deens Genootschap in Nederland had opgericht.

blog

Bovendien had hij in Amsterdam, waar hij een tijdlang werkte, de Bibliotheca Danica opgericht met een kolossale hoeveelheid boeken over Scandinavische cultuur en letterkunde. Hij had sindsdien in Denemarken fortuin gemaakt en zijn villa in Kolding tot een museum voor moderne kunst omgevormd.

Lind had de middelen en de contacten, maar vooral het enthousiasme om de runensteen op het Domplein mogelijk te maken. Het valt te bezien of het bestuur van de universiteit ook zo verguld was met het Deense geschenk. In de Utrechtse archieven is er niets over te vinden. Ik ben Gustav Lind in ieder geval dankbaar voor zijn initiatief.


29 juli 2015
Balthildis: van femme fatale tot heilige

De Britse politicus die er deze week in de schandaalpers van beticht werd een scheve schaats te hebben gereden, moest het veld ruimen. Hij was niet de eerste - en zal ook wel niet de laatste zijn - die door een schandaal in opspraak is gekomen. Toen ik het oh-la-la-verhaal van de Britse Lord las, moest ik onwillekeurig aan de Angelsaksische koningin Balthildis denken die in de zevende eeuw een enerverend leven leidde dat door de vondst van een zegelring nog een pikant staartje kreeg.

blog

Balthildis werd geboren in een Angelsaksisch aristocratisch milieu, werd tijdens een twist tussen twee rivaliserende clans gevangen genomen en als slavin verkocht aan de Frankische hofmeier Erchinoald. Aan het Frankische hof begon zij haar glansrijke carričre. Zij was innemend en aantrekkelijk, ze trok daardoor de aandacht van koning Chlodovech die met haar huwde. Het is niet vreemd dat deze vorst een slavin tot zijn echtgenote nam. Het kwam regelmatig voor dat Merovingische koningen huwden met een vrouw van lage afkomst die zij meestal onder dienstmaagden of de dochters van het hofpersoneel rekruteerden. Overerving vond volgens het Salische recht toch alleen maar via de mannelijke lijn plaats.

Balthildis werkte zich op tot een invloedrijke vrouw. Daarbij toonde zij zich meedogenloos en zou zelfs niet voor moord hebben teruggedeinsd. Boze tongen beweerden dat ze verantwoordelijk was voor de dood van meerdere bisschoppen. In 657 overleed de koning waarna de invloed van Balthildis alleen nog maar toenam door haar regentschap over haar minderjarige zoon. Dat is op zich al opmerkelijk omdat een weduwe formeel geen enkele status had. Toen de knaap in 664 meerderjarig werd, kon Balthildis eindelijk door haar vele tegenstanders aan de kant geschoven worden. Ze werd in een klooster opgeborgen, waar ze zo’n vroom leven leed dat ze nadien heilig verklaard werd.

Haar merkwaardige levensloop kreeg een extra dimensie – zij was slechts uit enige kronieken en een heiligenleven bekend – door de vondst bij Norwich in East-Anglia van een dubbelzijdige zegelring met aan de ene zijde een portret waar omheen de naam BALDAHILDIS gegraveerd is. Deze zijde werd voor het verzegelen van officiële stukken gebruikt. Op de andere zijde is een voorstelling te zien die meer een privé-karakter heeft: een naakte man en vrouw die met elkaar de liefde bedrijven. Althans volgens het Norwich Castle Museum waar het pikante kleinood wordt tentoongesteld. Maar ja, wie is er niet gek op een ondeugend schandaaltje?


12 juli 2015 - Gastblog van Thomas Kamphuis:
Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet: de knipoog van Odin

De 'Vikingen' verkopen. Niet alleen op DVD's en de televisie. De Vikingen zijn 'hot' en daar wordt door verkopers van zeldzame artefacten uit deze periode (zeker vergeleken met bijvoorbeeld artefacten uit de Romeinse tijd), gretig op ingespeeld. Al te goed is hier echter beslist buurmans gek. Nu ken ik iemand in Amerika, die mij heel wat heeft kunnen leren, maar een gewoonte heeft die niet af te leren is. 'Beauty is in the eye of the beholder' is hier natuurlijk het adagium.
blog

In vele artefacten met een mannelijk gezicht, al dan niet met baard en/of snor, ziet hij Odin, de oppergod uit de Noordse mythologie. Het symbool van opperste macht en wijsheid die van gedaante kan veranderen en vele avonturen beleeft. Hij heeft een oog afgestaan aan de reus Mímir om van de bron van wijsheid te mogen drinken Een artefact die deze Amerikaan een jaar of 10 geleden verkocht 'is onmiskenbaar Odin', ja zelfs 'met hoed en al'. Er moet niet te zwaar aan getild worden dat er twee ogen zichtbaar zijn. Natuurlijk kent deze Amerikaan - maar dat geldt ook voor menig andere verkoper - het geheim van de Vikingsmid. Het lijntje met deze verborgen smid mis ik vaak nog steeds en ik laat me dan ook wat minder gauw overtuigen. We willen immers te vaak iets zien wat er niet is. Het kan in ieder geval onmogelijk bewezen worden, want de smid heeft geen portfolio van zijn  werken nagelaten. Maar iets niet weten mag steeds minder van onszelf in deze moderne tijden. Maakbaarheid is onze nieuwe religie.

blog

Nu klap ik uit de verzamelschool. Ook ik heb ooit enthousiast Thor aangeschaft. Thor, u weet wel, de man met de hamer. Sterk en moeilijk opvoedbaar als kind. Ja, dan ga je om je heen slaan. Met zijn hamer Mjölnir sloeg hij het liefste reuzen dood. Ofwel: waar is Thor in onze dagen, nu we hem zo hard nodig hebben?
Goed, ik kocht een zogeheten punch die, een stempel met daarop een duidelijk manfiguur met flinke baard.
Het begrip 'driving to the occasion' wordt door sommige verkopers te enthousiast gebezigd. Zo zou dit stuk gevonden zijn vlakbij de zogenaamde 'Ainsbrook hoard' in Engeland die een verzameling voorwerpen bevat uit de Vikingtijd. Allá. En met 'hameren' en een bebaarde man is een link naar Thor wellicht gelegd. Er moet tenslotte verkocht worden. Maar durf ik hier mijn langhuis op te verwedden?
Een archeoloog vertelde me dat dit stuk 'van de hoogst mogelijke zeldzaamheid' is en in die hoedanigheid zelden tot bijna nooit gevonden wordt. Om niet helemaal alles overboord te gooien, koester ik me in de milde veronderstelling dat ik wellicht de enige Vikingtijdstempel in mijn collectie heb. Maar, of dat ook echt zo is, dat blijft het geheim van de smid.


26 juni 2015
Smartphones en vroegmiddeleeuwse voorouderverering

Tijdens het Qingmingfestival brengen Chinezen kartonnen smartphones naar hun doden. Traditioneel is dit een dag om de graven van voorouders te bezoeken en allerlei etenswaren en andere zaken te offeren. Dit gebruik komt voort uit het geloof dat de overledenen nog altijd behoefte hebben aan wereldlijke goederen.

In de vroege middeleeuwen kwamen dergelijke praktijken ook in onze streken algemeen voor. Dat weten we omdat ze door de kerk als zondig beschouwd werden en daardoor als verbod in het canonieke recht terecht kwamen, zoals in het Decretum van Burchard van Worms:

Heb je meegegeten van de offeranden die op bepaalde plaatsen bij de graven geplaatst worden, of bij bronnen of bomen of bij bepaalde stenen of splitsingen van wegen; heb je grafheuvels opgeworpen, heb je amuletten gebracht naar de kruisen die aan kruispunten staan? Indien je dat hebt gedaan of daarmee hebt ingestemd, dan zal je dertig dagen boeten op water en brood.

blog

Funeraire maaltijden, zowel het bijzetten van voedsel in het graf als het nuttigen van een maaltijd bij het graf, waren heidense gebruiken die in christelijke teksten streng veroordeeld werden. Toch worden er soms maaltijdresten binnen een kerk gevonden.

In de Sint-Severinuskerk in Keulen werd een schaal met de resten van een vogel die in honing gebakken was, een kom met vlees, een pot met gierst en een glas wijn aangetroffen. Goed beschouwd zijn pitancies, vrome uitdelingen van voedsel aan behoeftigen naar aanleiding van een kerkelijke begrafenis, bekostigd door en ten bate van het zielenheil van een overledene, christelijke voortzettingen van funeraire maaltijden. Het gebruik gaat terug op de maaltijden die vroege christenen jaarlijks bij de graven van overleden familieleden hielden. Ze zijn op fresco's in de Romeinse catacomben terug te vinden. De Syrische theoloog Jacob van Serugh schreef in de zesde eeuw: 'Richt een maaltijd aan en nodig de doden uit om de offergaven te ontvangen die voor alle zielen een ondersteuning en een troost zijn'.

Een symbolisch samenzijn met de doden kan ook de moderne mens nog ondersteuning en troost bieden. Wat dat betreft zijn de kartonnen smartphones van de Chinezen zo gek nog niet.


7 juni 2015
De magneetfunctie van Dubai en Dorestad

Steden hebben de eigenschap om zelfstandig te kunnen functioneren. Wanneer een plaats alles biedt waar mensen behoefte aan hebben, dan blijft die gewoonlijk vanzelf in stand, zo is de gedachte. Dubai is daar een modern voorbeeld van. Deze stad had van oorsprong maar weinig aantrekkingskracht, maar door de bewuste concentratie van voorzieningen is die toch levensvatbaar geworden. Vanaf een zeker moment krijgt zo’n plaats echt ‘kritische massa’ en wordt de groei van de stad organisch. Hoe meer voorzieningen, hoe meer expertise, hoe groter de aantrekkingskracht. Er gaat dan een zekere magneetfunctie vanuit.

blog

Misschien heeft dat ook een tijd voor Dorestad gegolden. Deze vroegmiddeleeuwse handelsnederzetting heeft helemaal niets met het moderne Dubai gemeen, zo lijkt het. Toch is dat niet zo. Beide plaatsen lagen aan belangrijke handelsroutes en konden daardoor een centrale rol in het handelsverkeer spelen. Dorestad werd logistiek gezien een ‘hub’ tussen het Frankische achterland en de Noordzeeregio. Dubai fungeert als ‘hub’ tussen het westen en het nabije en verre oosten.

Beide plaatsen wekten de belangstelling van de heersende elite. Dorestad kwam in de zevende eeuw in handen van Frankische vorsten die de haven ontwikkelden en de plaats met handelsprivileges aantrekkelijk maakten. Precies hetzelfde deden Arabische emirs dat twaalf eeuwen later met Dubai. Ze bouwden een moderne stad met een zeer mild belastingregime. In beide gevallen gaven de machthebbers de nodige zet, omdat ze goed gezien hadden dat er op die plaats een latente behoefte aan een ‘dienstencentrum’ was.

Door politieke verschuivingen heeft Dorestad het uiteindelijk niet gered, De plaats kwam in een onmogelijk niemandsland tussen twee machtssferen te liggen. De Frankische vorsten verloren hun belangstelling. Regionalisering van de handel zou uiteindelijk de plaats, die te zeer op de verre handel gespecialiseerd was, de genadeklap geven. Dorestad kon zichzelf dus ondanks de concentratie van voorzieningen niet in stand houden. Hoe Dubai zich gaat ontwikkelen, zal de toekomst leren.


22 mei 2015
Verdorven kuiperijen

In de Vikingtijd was er nog geen Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Toch zou die zeker van pas gekomen zijn, want terroristische acties waren niet van de lucht. En dan heb ik het niet over Vikingaanvallen waarbij het de plunderaars alleen maar om buit en roem te doen was, maar over acties om angst te zaaien. Terroristische actie dus. Terreur komt van het Latijnse terror dat angst betekent.

Vikingen

Terroristische acties? Het klinkt vreemd, maar ja die had je toen ook al. Dat zit zo. De Frankische keizer Lodewijk de Vrome kreeg het aan de stok met zijn zoon Lotharius die de scepter over onze streken zwaaide. Het conflict liep zo hoog op dat Lodewijk zijn zoon diens gebieden ontnam. Die pikte dat niet en zocht steun bij de Deense warlord Harald, een telg uit een koningsclan die ooit vanwege een verloren troonstrijd in Denemarken naar het Frankische Rijk gevlucht was. Lotharius kon deze Noorman bewegen Frankische doelen aan te vallen als pressiemiddel tegen zijn vader. Terroristische acties dus. Vervolgens wist hij ook Haralds broer Rorik voor zijn karretje te spannen. In ruil kregen deze Deense prinsen de handelsplaatsen Domburg en Dorestad in leen.
Murw gebeukt door alle terreur gaf Lodewijk de Vrome op den duur toe en verzoende zich weer met zijn zoon. Die kreeg zijn gebieden terug op voorwaarde dat hij zich voortaan van ‘verdorven kuiperijen’ diende te onthouden.

Toen Lotharius eenmaal stevig in het zadel zat, probeerde hij zich van zijn Deense bondgenoten te ontdoen. Ondank is 's werelds loon. Harald kwam om het leven, maar Rorik kon ontkomen. Om zijn gelijk te halen, begon die het rijk van zijn wispelturige heer te bestoken. Weer terroristische acties dus. Lotharius moest uiteindelijk zwichten voor alle geweld. Hij nam Rorik weer op als zijn vazal en gaf hem Dorestad in leen. Eindelijk kwam er een eind aan alle terreur.
Deze geschiedenis leert ons dat terreur voor de aanstichters loonde. Lotharius en later Rorik kregen hun zin. Maar wel over de hoofden van het gewone volk. Wat dat betreft is er niets veranderd.


8 mei 2015
Ziek, zwak en misselijk

Laatst was ik door een griepje geveld. Terwijl ik in me miserabel voelde, moest ik denken hoe het was om in de vroege middeleeuwen ziek te zijn. Ondervoeding en gebrek aan hygiëne vormden toen een belangrijke basis voor allerlei kwalen, waarvan sommigen besmettelijk waren. Er braken dan ook met enige regelmaat epidemieën uit van tyfus, cholera en de pest. De oorzaak werd gezocht in bedorven lucht of het overmatig eten van makkelijk bederfelijke etenswaren als vis en fruit.

bedelaar

Artsen, althans degenen die zich op hun medische kennis lieten voorstaan, behandelden de meest biedende. Hun kunsten gingen doorgaans aan het gewone volk voorbij. De meeste mensen zochten hun heil bij kruidenvrouwtjes die een meer dan gemiddelde kennis hadden van producten uit de natuur en hun uitwerking op allerlei kwalen. Hun volksgeneeskunde was voornamelijk op mondelinge overlevering gebaseerd.
Maar sommigen liepen in de armen van kwakzalvers die met flesjes berenvet en vogelmest rondtrokken en hun wondermiddeltjes louter om geldelijk gewin op markten aansmeerden. Kroniekschrijver Gregorius van Tours schreef in de zesde eeuw over een louche kwakzalver die, gehuld in een mantel van geitenhaar met capuchon, het volk met zwarte magie misleidde.
Hij liet verlamden of mensen die op een andere wijze gehandicapt waren, oprekken. Enkele helpers pakten dan de handen en anderen de voeten van hun slachtoffer en begonnen te trekken, waardoor het soms wel leek alsof je hun zenuwen kon horen knappen. Zieken die niet genazen, lieten ze voor dood liggen.

Degenen die sterk genoeg waren om de grote zuigelingensterfte te overleven, bleven de grootste angst houden om ziek te worden of om een ernstige wond op te lopen. Terecht, want genezing was niet zo vanzelfsprekend in een tijd waarin er niet veel van het menselijk lichaam begrepen werd en er nauwelijks enige anatomische kennis was. De oorzaak van de meeste ziektes werd dan ook niet onderkend. Daardoor kon een in onze ogen betrekkelijk onschuldige kwaal een doodvonnis betekenen.
In de eerste plaats was het zaak om gezond te leven en vooral kwade, ziekmakende krachten te weren. Eigenlijk geldt dat nog steeds voor ons. Overigens was ik er na een paar dagen gelukkig weer bovenop. Zonder de hulp van berenvet en vogelmest, dat wel.


24 april 2015
Het ijzer van de heidenen schitterde

Graag wil ik Gerward, de eerste geschiedschrijver van eigen bodem, aan jullie voorstellen. Er zijn wel oudere historische bronnen, maar die zijn allemaal door 'buitenlanders' geschreven die hun gegevens niet uit de eerste hand hadden. Dat geldt echter niet voor Gerward die veel van wat hij opschreef zelf heeft meegemaakt. Hij leefde in de eerste helft van de negende eeuw en was telg uit een familie van grootgrondbezitters. Na een carričre aan het hof van keizer Lodewijk de Vrome schonk hij zijn familiegoederen in het rivierengebied aan het klooster van Lorsch bij Worms. Vervolgens ging hij die goederen zelf beheren vanuit Gendt aan de Waal, schuin tegenover Nijmegen. Daar hield hij zo'n 25 jaar lang een kroniek van zijn tijd bij die terecht is gekomen in de Jaarboeken van Xanten. Die hebben overigens niets met Xanten te maken, maar dit terzijde.

Vikingen

Gerward was een tijdgenoot van de Deense warlord Rorik die namens de Karolingische vorst Lotharius, aanvankelijk vanuit Dorestad, over het westen van Nederland en het rivierengebied heerste. En laat die barbaarse Rorik nu uitgerekend in datzelfde Gendt goederen van de koning in leen hebben gehad. Dat moet bij Gerward in het verkeerde keelgat zijn geschoten, te meer omdat Rorik ook al eens vanuit Dorestad de concurrerende handelsplaats Meinerswijk (toen Meginhardeswich), aan de Rijn tegenover Arnhem, had geplunderd.
Ook in Meinerswijk had de familie van Gerward bezittingen. Hij had dan ook geen goed woord over voor de heerser uit Dorestad die hij 'gal van de christenheid' noemde. Nee, de heren waren bepaald geen vrienden van elkaar.

Gerward was over het algemeen kort van stof, maar gaf desondanks blijk van zijn gedetailleerde kennis van de gebeurtenissen om hem heen. In zijn bondige teksten wist hij ook nog eens prachtige poëtische uitspraken te verwerken. Een juweeltje is 'Het ijzer van de heidenen schitterde', dat mij als een mystieke passage uit een song van Bob Dylan in de oren klinkt. In gedachten zie ik Noormannen met hun zwaarden geheven aan komen stormen.


10 april 2015
Gastblog van Thomas Kamphuis: Skoll en Hati

Thomas Kamphuis is verzamelaar van sier- en gebruiksvoorwerpen uit de Vikingtijd. In dit artikel laat hij zijn licht schijnen op een object uit zijn verzameling.

Het voorwerp dat ik hier laat zien, is een zogeheten paardentuig-sierhanger. Dat zijn ornamenten die gehangen werden aan het paardentuig. Ze werden vaak gebruikt om de sociale status van de berijder te demonstreren. Gedurende de middeleeuwen waren paardentuig-sierhangers objecten die gebruikt werden om de voornaamheid of ambities van de eigenaar te communiceren of te benadrukken. Net zoals bij ringen of broches, waren ze zichtbaar voor iedereen die de eigenaar tegen kwam – met het doel indruk te maken of de ander te herinneren aan de sociale status van de eigenaar. Het was daarmee dus niet zozeer versiering van het paard, maar meer een decoratie ter meerdere glorie van de berijder zelf.
Deze paardentuig sierhanger, gevonden in Thetford, Norfolk, in Engeland, is een uniek exemplaar, waar geen gelijke van bekend is. Dit exemplaar is zeer grofweg te dateren tussen de 9e en 11e eeuw A.D. De sierhanger is 'open gewerkt', en laat twee rennende wolven zien, met gelinieerde incisies in de vacht, schouders en heupen. Iedere wolf heeft de mond open, waaruit een langwerpige tong steekt. Het bevestigingsoog van de sierhanger is aan de bovenkant zichtbaar.
De twee wolven symboliseren de wolven Skoll en Hati die in de Scandinavische mythologie door de lucht de zon en de maan achtervolgen: Toen de zon en de maan de wolven zagen. Reden ze met hun karren weg, de lucht in. De wolven Skoll en Hati kunnen als Ying en Yang symbool gezien worden.
Skol-Hati

Waar licht is, is donker,
maar probeer het donker niet te begrijpen.
Waar donker is, is licht,
maar zoek niet naar dat licht.
Licht en donker zijn een paar,
zoals de voet voor en de voet
achter tijdens het lopen.
Ieder ding heeft zijn eigen intrinsieke waarde
en is verbonden met alles
in zijn functie en positie.
Het gewone leven past de absoluutheid
als een doos en zijn deksel.
Het absolute werkt samen met het relatieve,
als twee pijlen die elkaar halverwege
ontmoeten in de lucht.


27 maart 2015
Gedachten over de bevolkingsomvang van Dorestad

Je kunt je iets van de bevolkingsomvang in de vroege middeleeuwen voorstellen, als je bedenkt dat alle mensen die toen op het gebied van het huidige Nederland leefden gemakkelijk in de Amsterdamse Arena pasten. Ons land was dus ongelofelijk dun bevolkt. De grootste concentratie mensen was nog in de handelsplaats Dorestad te vinden, want daar woonden … Tja, hoeveel mensen waren daar eigenlijk te vinden? Niemand weet het. Toch doe ik een poging om tot een schatting te komen.
grafveld De Heul De grootte en intensiteit van de bebouwing geeft ons een ruw idee van de bevolkingsomvang van Dorestad, althans van het gedeelte dat is opgegraven. Daarvan was de haven- en oeverzone in de Karolingische periode in ongeveer zeventig opvallend uniforme percelen verdeeld. Ik schat dat de helft daarvan in het havengebied met gemiddeld twee gebouwen, voornamelijk pakhuizen en andere opslagvoorzieningen, was bezet. Hier zullen maar weinig mensen hebben gewoond, zeg drie per gebouw. Dan komen we op ruim tweehonderd bewoners. Als de helft van de percelen in het aangrenzende oevergedeelte was bebouwd met gemiddeld drie achter elkaar liggende (ambachts)huizen, dan moeten er ruim honderd woningen hebben gestaan. Als die door zo'n zes personen bewoond werden, dan waren er in de oeverzone ruim zeshonderd mensen te vinden. Op het achterliggende agrarische gedeelte stonden zo'n dertig boerderijen. Als die bewoond werden door zeven tot acht personen, dan woonden er in deze zone ruim tweehonderd mensen. Daarmee kunnen we de totale grootte van de bevolking van het opgegraven noordelijke deel van Dorestad ramen op ruim duizend individuen.
Vervolgens probeer ik een inschatting te maken aan de hand van de onderzochte grafvelden. Daar zijn in het totaal ruim 2400 individuen aangetroffen. Het aantal graven was echter veel groter. Als we van het dubbele uitgaan, dan kan de bevolkingsgrootte aan de hand van een gemiddelde levensverwachting van 35 jaar en een gebruiksduur van de grafvelden van 175 jaar op een kleine duizend zielen worden geschat.
Als ... als ... als ... Natuurlijk moet ik een grote slag om de arm houden, want veel schattingen zijn niet meer dan grove aannames. Nog onzekerder dan de bevolkingsgrootte van het opgegraven deel is de totale bevolkingsgrootte van heel Dorestad, inclusief het onbekende zuidelijke deel. Als dat de helft van Dorestad beslaat, dan zou de totale bevolkingsomvang in de Karolingische periode rond tweeduizend individuen zijn geweest. Dat zijn er net zo veel als er tegenwoordig in het nabijgelegen dorp Langbroek wonen. Het is een beredeneerde, maar met alle onzekere factoren op elkaar gestapeld een zeer ruwe schatting. Meer niet. Wie hierover ideeën heeft, mag het zeggen.


13 maart 2015
De Noormannen waren hier

Tot 27 september loopt er in het Historiehuis in Roermond een expositie over de Noormannen, waarvoor ik de teksten en het beeldmateriaal heb mogen aanleveren.
Het idee kwam van Victor Mostart uit Asselt (onder de rook van Roermond) die in de ban van de Noormannen raakte toen hij ontdekte dat die in 881-882 een winterkamp in Asselt hebben gebouwd. Noormannen waren hier
Holwerda heeft in de jaren twintig van de vorige eeuw praktisch in de achtertuin van Victor gegraven en meende daar de greppels van de omwalling van het kamp te hebben gevonden. Maar het lijkt erop dat Holwerda aan wishful digging deed. De exacte plaats en omvang van het Noormannenkamp blijft voorlopig in nevelen gehuld, ook al moeten we die wel in Asselt zoeken.
Aan dat kamp wordt op de tentoonstelling enige aandacht besteed, maar voor de rest gaat het voornamelijk over de Noormannen in onze streken. Teksten en afbeeldingen zijn een uittreksel van mijn boek(je) De Vikingtijd. Op zoek naar de Noormannen in Nederland en België, dat tegelijk met de opening van de expositie uitkwam. Leuk om de plaatjes uit dat boek heel groot aan de wanden te zien hangen, en dan ook nog in een mooie vormgeving. Er zijn verschillende objecten uit de collectie van Museum Dorestad tentoongesteld, maar ook van andere verzamelingen, waaronder die van Thomas Kamphuis. Daartoe behoort een heel bijzondere 'schildpad'-fibula, een absoluut hoogtepunt van Scandinavische edelsmeedkunst. Wie in de buurt is, moet beslist gaan kijken.
De bedoeling is dat deze tentoonstelling na 27 september naar Museum Dorestad verhuist, ware het niet dat het museum zelf gaat verhuizen. Maar op die ontwikkeling kom ik nog uitgebreid terug.


4 maart 2015
Welkom in mijn langhuis, de start van mijn blog

Ga zitten en maak het je gemakkelijk. Want vanaf vandaag ga ik op deze pagina met enige regelmaat een blog bijhouden over allerlei historische en archeologische onderwerpen die mij raken. 'Met enige regelmaat' betekent dat er niet al te lange tijd zit tussen twee blogs. Althans, dat ga ik proberen.
De naam 'Vikinglanghuis' houdt in dat deze site als een virtuele ontmoetingsplaats moet worden beschouwd. Dus reageer vooral op mijn berichten. De naam zegt ook iets over de periode waar ik mij vooral op richt, namelijk de 'Vikingtijd'. Een wat ruimere interpretatie is 'de vroege middeleeuwen'.
Onderwerpen kunnen zijn: Noormannen, Franken, Friezen, Dorestad, handel en scheepvaart, en wat er verder nog voorbij komt. Ik zie wel. Het gaat in ieder geval om zaken die me nu bezighouden, omdat ik er onderzoek naar doe of erover aan het schrijven ben.
Een inspiratie voor allerlei onderwerpen vormt mijn werk in Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Niet alleen allerlei ontwikkelingen in het museum (waarover ik zeker nog zal schrijven) leveren stof voor deze blog, ook ontmoetingen met bezoekers kunnen heel inspirerend zijn. Daar zal ik dan ook met enige regelmaat over bloggen.
Hoe gaat deze blog zich verder ontwikkelen? Geen idee, ik zie wel. Wat dat betreft moet ik mijn draai nog vinden. Gaan er ook anderen als gastschrijver meedoen? Dat is wel de bedoeling. Ik hoop in ieder geval dat dit Vikinglanghuis uitgroeit tot een echte ontmoetingsplaats voor liefhebbers van een boeiende periode in onze geschiedenis.

Begin van de pagina

Startpagina