langhuis

Eer en aanzien

Adela van Hamaland, een vrouw met lef

Vluchtelingen en Vikingen

Afghanistan en de Germaanse wouden

Gewicht in de schaal leggen

Vrijdag de dertiende

Een Iron Lady in de middeleeuwen

Honger en gebrek

Dierendag

Vluchtelingen: van alle tijden

Mijn nieuwe boek – een vooraankondiging

Een runensteen op het Utrechtse Domplein

Balthildis: van femme fatale tot heilige

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet: de knipoog van Odin

Smartphones en vroegmiddeleeuwse voorouderverering

De magneetfunctie van Dubai en Dorestad

Verdorven kuiperijen

Ziek, zwak en misselijk

Het ijzer van de heidenen schitterde

Skoll en Hati

Gedachten over de bevolkingsomvang van Dorestad

De Noormannen waren hier

Welkom in mijn langhuis, de start van mijn blog

Blogarchief


10 februari 2016
Eer en aanzien

In zijn essay 'Oorlog in de grote paradijzenfabriek' in de NRC van 6 februari schreef Arnon Grunberg over gevoelens van broederlijkheid en solidariteit bij IS-strijders, over eer en aanzien van deze jihadisten, de sensatie ergens bij te horen. Toen ik zijn boeiende essay las, moest ik denken aan soortgelijke drijfveren bij plunderende Vikingen.

blog

Op het eerste gezicht lijkt het verkrijgen van buit hun voornaamste motief. Toch is dat maar gedeeltelijk waar. Minstens zo belangrijk is de status die zij nastreefden. Vikingtochten werden vooral uitgevoerd door warlords, mannen van naam die voldoende middelen hadden om snelle langschepen aan te schaffen en volgelingen aan zich te binden. Die beschouwden het als een eer om onder bepaalde warlords van faam te dienen. Een roeiplaats in zo'n schip was heel belangrijk voor hun eer. Die had te maken met reputatie en zelfrespect en ook met gerespecteerd worden, met aanzien dus. In vroegmiddeleeuwse heroďsche verzen zijn eer en aanzien steevast van groot belang. 'Aanzien' is in het Oudengels 'weorth', waarin we het woord 'waarde' herkennen. Het ging niet zozeer om materiële waarde van de geroofde kostbaarheden, maar om het aanzien dat deze voorwerpen symboliseerden.

Vikingen gingen van huis om buit en roem te vergaren. De successen die zij op vreemde kusten boekten, hadden een grote aantrekkingskracht op de achterblijvers. Daardoor kwam er een aanzwellende stroom van roofexpedities op gang. Sommige avonturiers die zich bij een Vikingbende aansloten, waren boeren met lef die in het voor- en najaar op hun boerderij werkten om in de zomer strooptochten te houden. In de wintermaanden bleven deze amateur-Vikingen thuis en dan deden er rond het haardvuur sterke verhalen van hun belevenissen de ronde.
Ze vertelden over de roemruchte daden, waar elementen als trouw, wraak, eer en roem zonder mankeren deel van uitmaakten. Ook behendigheid en kracht waren populaire elementen bij dergelijke vertellingen. Wie was er heroďscher dan Olaf Tryggvason die volgens stoere verhalen buitenboords over de riemen van zijn roeiende mannen rende en aanstormende speren met zijn blote handen opving?
Voor sommigen werd het bestaan als vrijbuiter een levenswijze waar ze niet meer buiten konden. Zij werden zeenomaden die zich niet meer langdurig aan wal wilden vestigen. Ze waren verslaafd geraakt aan dezelfde eer en aanzien waar Arnon Grunberg over schreef.


26 januari 2016
Adela van Hamaland, een vrouw met lef

Ik heb iets met een andere vrouw. Niet dat mijn echtgenote nu woedend met het huisraad begint te smijten. Want de vrouw van mijn belangstelling is al heel lang dood.
Precies duizend jaar geleden, in 1016, verdedigde gravin Adela van Hamaland haar burcht tegen een vijandige overmacht. Dapper verweerde zij zich, slechts bijgestaan door een minimale bezetting van voornamelijk huispersoneel. Om haar tegenstanders te misleiden, liet zij alle beschikbare krachten op de omwalling wachtlopen. Er paradeerden zelfs vrouwen met helmen op hun hoofd om de spiedende belegeraars om de tuin te leiden.

blog
De sterkte die zij verdedigde was de burcht Opladen. Die lag op een hoogte in het Gelderse Montferland, waarop tegenwoordig een hotel te vinden is. Van de burcht is niets meer overgebleven, maar de steile heuvel straalt nog altijd een sfeer van onverzettelijkheid uit. Deze eigenschap vinden we ook terug bij Adela van Hamaland, de vrouw die zo onverschrokken de belegeraars trotseerde. De belegering was de laatste akte van een politiek drama waarover zij zelf tot het laatst toe de regie voerde, de ontknoping van een machtsspel dat zij gedreven had gespeeld.
Adela kwam uit een invloedrijke familie van welgestelde grootgrondbezitters. Haar vader was graaf in Hamaland, waarvan de kern werd gevormd door het stroomgebied van de Gelderse IJssel. Samen met haar echtgenoot graaf Balderik had ze vele bezittingen en daarmee verbonden rechten, waardoor het echtpaar tot de machtigsten in de regio behoorde. Maar dat was voor hen nog niet genoeg. Samen probeerden zij een machtspositie in het oostelijke deel van het rivierengebied op te bouwen om uiteindelijk de prefectuur over het gebied in handen te kunnen krijgen. Daarbij schroomde Adela niet om de ambitieuze Wichman, hun grootste rivaal, te laten vermoorden nadat deze een bezoek aan Opladen had gebracht.
Daarmee had Adela de strijd echter niet gewonnen. In tegendeel, de moord bracht al haar tegenstanders op de been. Ze bundelden hun krachten en trokken ten strijde naar de burcht in het Montferland. Balderik zag de bui al hangen en nam op tijd de wijk, maar Adela bleef om haar burcht te verdedigen. Ze was tot het uiterste gegaan om haar ambitie te verwezenlijken. Daarbij had zij ook vuile handen gemaakt en geen middel onbenut gelaten. Kroniekschrijvers spraken er schande van, maar als Adela een man was geweest, zouden zij hun schouders hebben opgehaald om alle verwerpelijke methoden die nu eenmaal bij het machtsspel hoorden. Sterker nog, mannen die succes hadden werden bewonderd, hun kwalijke daden verheerlijkt. Toch heeft Adela deze strijd aangedurfd in een wereld die volledig door mannen werd gedomineerd. En dat bewonder ik in haar.

Het hele verhaal van Adela van Hamaland heb ik beschreven in: Gehelmde vrouwen op de trans in de bundel Beter dan fictie, uitgegeven door Omniboek in 2014.


25 december 2015
Vluchtelingen en Vikingen

Nu het jaar ten einde loopt, gaan mijn gedachten uit naar de komst van duizenden vluchtelingen uit oorlogsgebieden in het Midden-Oosten en Afrika. Het wordt nogal eens geroepen: vluchtelingen, dat zijn allemaal verkrachters die het op onze dochters begrepen hebben.
Het is dit soort uitspraken dat me doet denken aan het beeld dat velen van Noormannen hebben: allemaal woestelingen die verkrachtend rondtrokken. Het is het vertekende beeld van agressieve noordelingen dat geestelijken in de vroege middeleeuwen schetsten. Voor de monniken die de gebeurtenissen van hun tijd beschreven, telden alleen de gewelddaden van de in hun ogen nietsontziende heidenen. Duivelsaanbidders werden ze genoemd.

blog

Voor de xenofobe monniken mochten de ongebruikelijk uitgedoste vreemdelingen met een onbekende tongval de personificatie van de antichrist zijn, voor de gewone man waren zij niet onbekend. Al vanouds onderhielden de bewoners van onze kusten betrekkingen met de Noormannen. Vooral Friese koopvaarders hadden intensieve contacten met hen. Sterker nog, tijdens Vikingexpedities bevonden zich nogal eens Friezen binnen hun gelederen. Blijkbaar kwamen niet alle Vikingen uit het noorden.

Het aantal strooptochten van de Noormannen in onze streken was gering, zeker als we die tegen de vele rooftochten afzetten die de Frankische legers in dezelfde periode hebben ondernomen. Frankische soldaten gingen net zo te keer als Noormannen, of erger, maar daarover doen de schriftelijke bronnen meestal het zwijgen. Ondernemende Noormannen zorgden juist voor een economische impuls, geld en goederen kwamen in circulatie, nieuwe markten werden aangeboord. Door deze dynamiek floreerden handelscentra. Een bloei waar vooral onze streken van profiteerden.

Het inktzwarte beeld dat tegenwoordig door sommigen over vluchtelingen verspreid wordt, heeft misschien iets te maken met de vreemdelingenangst die we ook bij de middeleeuwse monniken herkennen. Die ongenuanceerde opvatting bepaalt na meer dan tien eeuwen nog altijd het gangbare beeld dat wij van de Noormannen hebben. Iets om over na te denken.


13 december 2015
Afghanistan en de Germaanse wouden

De NAVO-missie in Afghanistan wordt voorlopig niet afgebouwd. De ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO-lidstaten zijn begin december overeengekomen dat de 12.000 manschappen er gelegerd zullen blijven. Het is het zoveelste besluit in een eindeloze reeks van interventies in een land waar sinds de Amerikaanse invasie in 2001 vrijwel niets bereikt is. Dat is niet zo vreemd als we naar soortgelijke situaties in het verleden kijken.
blog

Julius Caesar kon Gallië veroveren door de verschillende stammen in het immense gebied tegen elkaar uit te spelen. Blijkbaar kon hij de verschillende stamleiders voor zijn karretje spannen. Dat lukte zijn opvolgers niet toen ze probeerden het Germaanse gebied achter de Rijn te veroveren. Zij kregen geen vat op een bevolking die steeds weer tussen hun vingers doorglipte. Ook de Franken kregen in de achtste eeuw met dezelfde problemen te maken toen zij de heerschappij probeerden te verkrijgen in ditzelfde tribale Germaanse gebied dat zij Saksisch noemden. Karel de Grote trok dertig jaar lang tevergeefs met een overmacht tegen de Saksen ten strijde, maar telkens als hij een overwinning had geboekt, ging een eerder veroverd stamgebied weer verloren. Jaarlijks trok hij van veldslag naar veldslag zonder iets te bereiken. Hij dweilde met de kraan open, totdat hij besefte dat hij eerst een eenheid moest smeden van al die Saksische stammen die als los zand aan elkaar hingen. Hij paaide de stamelite met schone beloftes en stelde de in zijn ogen meest betrouwbare leiders aan als graven over administratieve gouwen. Dwarse elementen die niet in zijn beleid pasten, werden aan de kant gezet of eenvoudigweg geëlimineerd. Hun landgoederen gaf hij aan loyale aanhangers die daardoor een reden te meer hadden om hun heer te steunen. Voor een gesmeerde organisatie schakelde hij de kerk in die een fijnmazig netwerk uitrolde tot op parochieniveau. Het plan van Karel de Grote werkte wonderwel. Heel Saksen werd gefrankiseerd zonder dat er verder nog een gewapende strijd aan te pas kwam.

De situatie in Saksen is vergelijkbaar met het huidige Afghanistan dat verdeeld is tussen vele stammen. Grootmachten, eerst Rusland en daarna een westerse coalitie onder leiding van de Verenigde Staten, hebben tevergeefs geprobeerd vat te krijgen op dit tribale gebied dat eigenlijk geen land is. Ze stuitten op precies dezelfde problemen als destijds de Romeinen en de Franken in de Germaanse wouden. We kunnen veel van de geschiedenis leren, maar of we dat ook doen is maar zeer de vraag.


28 november 2015 - Gastblog van Thomas Kamphuis:
Gewicht in de schaal leggen ... zo kon je je onderscheiden in de Vikingtijd

Handelaren in de Vikingtijd wilden graag goede sier maken met al wat ze bij zich hadden. Kleding mag de man maken, maar een opvallend gedecoreerd gewicht, wat gebruikt werd tijdens het wegen van zilver of munten was een óók eyecatcher.

blog

Dit gewicht, gevonden in Norfolk, Engeland, werd verzwaard met lood om een specifiek gewicht te bereiken. Hoe dit specifieke gewicht zich verhouden heeft tot het kunnen meten van het gewicht op de andere schaal is moeilijk te duiden. Het gewicht weegt 42 gram, wat we in onze hedendaagse ogen niet als een rond getal zien, maar wellicht was het in de Vikingtijd een gangbare maat. Het gewicht meet 27 mm in doorsnede en 15 mm in de hoogte.
De zilver-niëllo (een mix van koper, silver en loodsulfiden) decoratie in het gewicht is Angelsaksisch, mogelijk uit de Vikingtijd, maar mogelijk ook al antiek 'in de tijd', dat wil zeggen, uit de 5e - 7e eeuw. Soms wordt deze decoratie als 'looted' - geroofd - van de Angelsaksen beschouwd, maar wellicht werd het ook in goed overleg met diezelfde Angelsaksen verwerkt in het loden gewicht. Ieder in zijn tijd was immers al betoverd door de schoonheid van objecten die hij aan trof, dus ook de Noormannen. Soortgelijk gedecoreerde gewichten worden behalve in Engeland ook in Ierland en Scandinavië aangetroffen.
Niet gelijkend op zo genoemde dice 'dobbelsteen' gewichten of ronde, afgeplatte barrel gewichten, was er met een loden gewicht met unieke decoratie geen gevaar dat deze verwisseld zou kunnen worden voor een gelijkend exemplaar met een ander gewicht tijdens de handel. Zo bewaakte de handelaar zijn handelvoering, daarbij het juiste gewicht in de schaal leggend.


13 november 2015
Vrijdag de dertiende

Het is vandaag vrijdag de dertiende en dat is voor velen een ongeluksdag. Hoewel dit bijgeloof hooguit twee eeuwen oud is, is de overtuiging dat er in dit soort variabelen wonderbaarlijke krachten schuilen al veel ouder.
Uit de vroege middeleeuwen kennen we allerlei voorbeelden van het geloof in bepaalde getallen. In de tempel van het Zweedse Uppsala werden elke negen jaar negen mannelijke 'levende wezens' geofferd, dus ook mensen. Ze werden in een grote boom naast de tempel opgehangen, waar men de lichamen liet wegrotten. De Germaanse god Odin moest negen nachten in een boom hangen om wijsheid te vergaren.
Bijgeloof ging echter veel verder dan louter getallen. In een bijlage van het verslag van een Frankische kerkvergadering uit 743 vinden we een lijst met dertig volgens de kerk afkeurenswaardige praktijken van de bevolking, de Kleine lijst van bijgelovige en heidense gebruiken. Deze lijst werd door Angelsaksische missionarissen die onder de Friezen werkten gehanteerd. Daarin worden uiteenlopende heidense verschijnselen opgesomd, over bezweringen, cultusplaatsen, voorouderverering, heilige bomen en nog veel meer. Helaas is alleen een opsomming overgeleverd en missen we een nadere omschrijving van de vaak raadselachtige gebruiken. Toch prikkelt deze lijst onze fantasie zodanig dat ik die niet aan de lezers van mijn blog wil onthouden:

blog

Smerigheden in februari
Godslastering bij de graven van de doden
Godslastering over doden, dat wil zeggen dadsisas
Smerigheden in februari
De hutjes, dat wil zeggen de afgodentempels
Godslasteringen in kerken
De heiligdommen in de bossen die ze nimidas noemen
Datgene wat ze op stenen doen
De heiligdommen van Wodan en Donar
Het offer dat ze aan een van de heiligen brengen
Amuletten en banden
De bronnen waar geofferd wordt
Het voorspellen met vogels of paarden of koeienmest of niezen
Waarzeggers of lotsbeschikkers
Het wrijven van vuur uit hout, dat wil zeggen nodfyr
De hersenen van dieren
Dat wat de heidenen in het vuur zien of bij het begin
van het een of ander
De onduidelijke plaatsen die ze als heilig vereren
Het vragen van wat men Onze-Lieve-Vrouwe-bedstro noemt
De feesten voor Donar en Wodan
De maansverduistering, die ze vinceluna noemen
Stormen en horens en bekers
De greppels rond de dorpen
De heidense wedren met verscheurde lappen of schoenen die ze yrias noemen
Het feit dat ze sommige doden voor heilig houden
Het afgodsbeeld uit meeldeeg
Afgodsbeelden uit lappen
Het afgodsbeeld dat ze over de velden dragen


1 november 2015
Een Iron Lady in de middeleeuwen

Laatst zag ik de film The Iron Lady uit 2011 met een glansrol voor Meryl Streep als de voormalige Britse premier Margaret Thatcher. Haar met verve verdedigde politiek van forse bezuinigingen op overheidsuitgaven en een ver doorgevoerde markeconomie bezorgde Thatcher de bijnaam van IJzeren Dame, waar de film naar genoemd werd. Ook in een andere kwestie liet de doortastende premier haar tanden zien. Toen Argentinië in 1982 de Britse Falklandeilanden in de Atlantische Oceaan aanviel, aarzelde ze geen moment en stuurde een Britse vloot naar de afgelegen eilandengroep.

blog

Deze actie deed me denken aan die van een Angelsaksische prinses uit de vroege zesde eeuw, een tijd waarin de Noordzee omgeven was door een hele reeks van kleine koninkrijken. Eén van die rijkjes was dat van de uit Scandinavië afkomstige Warnen die volgens een brief van de Ostrogotische koning Theodorik de Grote het gebied van de Rijndelta bevolkten.
De Byzantijnse geschiedschrijver Procopius verhaalde van de koning van de Warnen die met een dochter van de Frankische koning Theuderik gehuwd was. Die vorst van de Warnen had voor Radigis, een zoon uit een eerdere verbintenis, een huwelijk met de genoemde Angelsaksische prinses - haar naam is niet overgeleverd - gearrangeerd. Maar Radigis huwde na de dood van zijn vader met zijn Frankische stiefmoeder en wekte zo de toorn van zijn overzeese verloofde. De afgewezen prinses, door Procopius 'vrouw van het eiland' genoemd, koerste furieus met een gewapende vloot naar de Rijnmond en versloeg de Warnen. Ze nam Radigis gevangen en voerde hem mee naar haar eigen land waar ze alsnog met haar afvallige aanstaande huwde.

De Angelsaksische prinses trad in deze smakelijke geschiedenis op als een vroege Iron Lady die net als Margaret Thatcher niet over zich heen liet lopen. Bij de verovering van de altijd gure en dunbevolkte Falklandeilanden sneuvelden een paar honderd soldaten. We weten niet hoeveel slachtoffers er tijdens de strijd tegen de Warnen in ons bijna net zo gure kustgebied vielen, maar in beide oorlogen wogen de doden niet op tegen het futiele doel dat werd nagestreefd.


18 oktober 2015
Honger en gebrek

Vandaag de dag hebben zo'n 800 miljoen mensen in de wereld niet genoeg te eten, ondanks dat er wereldwijd genoeg voedsel is om de wereldbevolking te voeden. Ondervoeding is de oorzaak van bijna de helft van alle kindersterfte. De belangrijkste oorzaak is armoede, maar ook oorlogsgeweld en misoogsten door slechte weersomstandigheden of ander natuurgeweld, zoals overstromingen, zijn daarbij plaatselijk van belang. Honger wordt dan veroorzaakt doordat voedsel slecht verdeeld wordt, soms uit onmacht, maar vaak ook door politieke onwil. Wereldwijd gezien speelt voedselschaarste echter nauwelijks een rol.

blog

In de vroege middeleeuwen was dat heel anders. Toen waren honger en gebrek aan de orde van de dag. De bevolking was voornamelijk bezig met overleven. Overvloedige maaltijden waren voor velen een luxe die voornamelijk beperkt bleven tot de periode waarin geoogst en geslacht werd. De agrarische productie was veel meer afhankelijk van de natuur dan tegenwoordig.

Slechte weersomstandigheden, ziektes en plagen leidden al gauw tot misoogsten. Vaak waren de agrarische opbrengsten zo schamel dat iedere tegenslag steevast tot voedselschaarste leidde. Hongersnood lag dan ook steeds op de loer en sterfte door ondervoeding was aan de orde van de dag, temeer daar er op interregionaal niveau nauwelijks uitwisseling van opbrengsten plaatsvond. In tijden van grote voedselschaarste werden er zelfs mossen of boombladeren in het brood meegebakken om het gebrek aan graan enigszins aan te vullen. Een kroniekschrijver jammerde:

Er waren heel wat mensen die helemaal zonder meel zaten. Ze verzamelden allerlei grassen en aten die op, maar daardoor zwollen ze op en legden het loodje. Velen stierven door een totaal gebrek aan voedsel.

Verbetering van landbouwmethoden, zoals bemesting en de toepassing van ijzeren keerploegen, droegen op den duur bij aan een hogere voedselproductie. Bovendien werden voorraden beter beheerd dan voorheen. Maar ook toen waren er nog tijden van honger en gebrek. Om de paar jaar was er door slechte weersomstandigheden of oorlogshandelingen wel een misoogst die tot voedselschaarste leidde. Als er dan onvoldoende uit eerdere oogsten voorradig was, brak er hongersnood uit. Het centrale gezag probeerde met het instellen van een maximumprijs voor graan en brood de nood enigszins te lenigen. De problemen werden echter vooral met gebedsdiensten aangepakt. In processie trok het volk, litanieën en psalmen zingend, naar de kerk om een wonder af te smeken.

Daarmee was het probleem van voedselschaarste in de vroege middeleeuwen van een andere orde dan vandaag de dag. Vroeger was er op gezette tijden domweg te weinig voedsel om alle monden te vullen. Dat is nu wel anders. Toch is er nog altijd honger in de wereld. Beschamend eigenlijk.


4 oktober 2015
Dierendag

Vandaag is het dierendag, een dag die teruggaat op de naamdag van de middeleeuwse heilige Franciscus van Assisi die volgens de overlevering dieren een warm hart toedroeg. Hij zou zelfs een preek voor vogels hebben gehouden. Toch zou de eerste dierendag pas in de twintigste eeuw op initiatief van de dierenbescherming gehouden worden.
Hoe stonden mensen in de vroege middeleeuwen eigenlijk tegenover dieren? Die waren toen vaak net zo dienstbaar voor de mens als tegenwoordig. Honden moesten het erf bewaken en scharrelden hun eigen kostje bij elkaar. Katten gingen op jacht naar muizen en andere dieren die zich tegoed deden aan de opgeslagen oogst. Nuttige dieren dus die zichzelf wisten te redden. Ossen en andere lastdieren werden voor een ploeg of een kar gespannen.

Dieren vervulden ook op een heel andere wijze een rol voor de mens. In geschreven bronnen en ook op vele sieraden en gebruiksvoorwerpen komen we allerlei dieren tegen. In Noordwest-Europa gaat het vaak om roofdieren, zoals wolven, beren en slangen. Maar ook herten en paarden werden vaak weergegeven. Raven waren populair in de Scandinavische mythologie. Odin hield de wereld in de gaten via zijn trouwe raven Hugin en Munin.

blog

In het Noord-Europese pantheon komen we sowieso veel dieren tegen. De god Thor liet zijn wagen door bokken voorttrekken en de godin Freya gebruikte voor dat doel katten. Deze godin bereed ook een beer, een mannetjesvarken dat Hildisvíni heette. Dat heeft misschien een bijklank van bestialiteit, maar bedenk wel dat Hildisvíni in werkelijkheid haar trouwe aanhanger Óttar in vermomming was.
Ik moest aan dit verhaal denken toen Thomas Kamphuis me het hier afgebeelde bronzen sieraad liet zien. Het is afkomstig van het Zweedse eiland Gotland, waar wel meer van deze gestileerde dierkoppen gevonden zijn. Het zou de kop van Hildisvíni kunnen voorstellen, maar dat is slechts een mogelijkheid, meer niet.


19 september 2015
Vluchtelingen: van alle tijden

Vluchtelingen, je wordt er mee overspoeld. Met het nieuws dan, want bij mij in de buurt moet ik de eerste nog tegenkomen. Dat neemt niet weg dat er heel veel mensen oorlogsgebieden ontvluchten waar ze hun leven niet zeker zijn en waar het hun überhaupt onmogelijk wordt gemaakt een normaal leven te leiden.

Is dit een vraagstuk van onze tijd? Welnee, vluchtelingen kwamen ook al in de vroege middeleeuwen voor. Ook toen waren er gebieden waar de bevolking moest uitwijken voor oorlogsgeweld. In de vijfde en de zesde eeuw kwamen er vluchtelingen uit Sleeswijk-Holstein en Denemarken naar onze kusten. We weten niet precies waar zij voor op de vlucht waren, maar niemand verlaat vrijwillig huis en haard om in een onbekend gebied neer te strijken. Zij bevolkten het noordelijke terpengebied en delen van westelijke kustgebied van wat tegenwoordig Nederland is. In deze streken woonden oorspronkelijk mensen die door de Romeinen als Friezen werden aangeduid.

blog

De nieuwkomers introduceerden er hun eigen zeden en gewoonten. Archeologen herkennen de nieuwe instroom aan de artefacten die ze vinden en de manier waarop ze huizen bouwden en hun doden begroeven. Een mooi voorbeeld is de mantelspeld hiernaast met een opvallende niervormige kopplaat die als 'Domburgfibula' bekend staat. De eigen stijl wijst op een eigen identiteit van de makers. Deze sieraden zijn bekend uit de tweede helft van de zesde en de eerste helft van de zevende eeuw. Anders dan de naam doet vermoeden zijn ze uit het hele Nederlandse kustgebied bekend en kunnen dan als een soort Fries gidsartefact beschouwd worden. Want archeologen benoemen dit soort vondsten meestal als Fries. Dat komt omdat de nieuwe bevolking zo genoemd werd door de Franken die hen zouden gaan overheersen en hen sindsdien in hun kronieken vermeldden. Toch zou je deze mensen beter als 'nieuwe Friezen' kunnen aanduiden om hen van de oorspronkelijke Friezen uit de Romeinse tijd te onderscheiden.

Wat dat betreft lijkt er niet zoveel verschil met de hedendaagse vluchtelingen uit het Midden-Oosten die (hopelijk) als 'nieuwe Nederlanders' verwelkomd worden. De nieuwe Friezen werden alleen niet in asielzoekerscentra opgevangen, maar moesten het zelf zien te rooien.


5 september 2015
Mijn nieuwe boek – een vooraankondiging

De afgelopen tijd heb ik hard gewerkt aan een 'remake' van mijn boek Noormannen in de Lage Landen dat in oktober of november als een voordelige – je moet met je tijd meegaan – paperbackuitgave zal verschijnen. Dan krijg je wel waar voor je geld, want de oorspronkelijke tekst is geactualiseerd, verbeterd en met 20% behoorlijk uitgebreid. In de oorspronkelijke productinformatie van de uitgever wordt nog een omvang van 288 pagina's opgegeven, maar uiteindelijk zijn het er zo'n 350 geworden.
Bovendien zijn er honderden noten opgenomen, waarin naar schriftelijke bronnen of relevante literatuur wordt verwezen. De uitgever durfde zo'n omvangrijk notenapparaat in de oorspronkelijke uitgave nog niet aan, bang er een breed publiek mee af te schrikken. Het succes van mijn boek De Friezen - De vroegste geschiedenis van het Nederlandse kustgebied – waarvan in korte tijd al zes drukken zijn verschenen – toont echter aan dat de daarin opgenomen noten niet als storend worden ervaren.

blog

De titel van de nieuwe uitgave wordt Vikingen – Noormannen in de Lage Landen.
'Vikingen' in de titel, ik geef het toe, is een knieval naar de commercie, want bijna iedereen googelt tegenwoordig op de zoekterm 'Vikingen' en steeds minder op het meer kloppende 'Noormannen'.
Wat is nu eigenlijk het verschil tussen Vikingen en Noormannen? Alle Vikingen, plunderaars uit Scandinavië, zijn Noormannen, maar lang niet alle Noormannen in de etnische betekenis als personen uit Scandinavië, zijn Vikingen.
De uitleg in Van Dale dat het om synoniemen gaat, is dan ook onjuist. Ook het Woordenboek der Nederlandsche Taal is niet eenduidig, maar wel een stuk nauwkeuriger dan Van Dale. Wel is er in het WNT sprake van zeerovers, maar er werden zelden rooftochten op zee ondernomen. Vikingen kunnen beter rovende zeevaarders genoemd worden.

Volgens de spelling van 1 augustus 2006 moet 'Viking' met een hoofdletter geschreven worden, alsof we met een bevolkingsgroep te maken hebben. Overeenkomstige woorden als rover, piraat, vrijbuiter en cowboy krijgen - terecht - geen hoofdletter. Maar Viking wel. Helaas, het is niet anders. In mijn nieuwe boek heb ik 'Viking' dan ook met enige tegenzin met een hoofdletter geschreven.


21 augustus 2015
Een runensteen op het Utrechtse Domplein

Sinds jaar en dag staat er op het Domplein in Utrecht, enigszins weggedrukt in een hoek tussen de Domkerk en de pandhof, een grote kei. De meeste mensen zullen gedachteloos aan deze onopvallende steen voorbij zijn gegaan. Maar degenen die wel een blik wierpen op dit voor ons land vreemde element zagen dat het niet zomaar om een steen ging, want er zijn afbeeldingen en teksten in gegraveerd. Wie vervolgens - nieuwsgierig geworden - er omheen liep, zal al gauw een plaquette hebben ontdekt met daarop een verklarende tekst. Volgens deze plaquette is deze kei een replica van een Deense runensteen, waarvan het origineel zich in Jelling op Jutland bevindt. De eerste vraag die dan bij menigeen opkomt, is waarom deze replica op het Domplein geplaatst is. Om deze vraag te beantwoorden moeten we eerst kijken naar de achtergronden kijken.

blog

Deze Jellingsteen is in de tiende eeuw door de Deense koning Harald Blauwtand opgericht ter nagedachtenis van zijn ouders. De vertaling van de runentekst is:

Koning Harald liet deze steen bewerken ter herinnering aan zijn vader Gorm en zijn moeder Thyra. Harald verkreeg heel Denemarken en Noorwegen en kerstende de Denen.

Vanwege deze tekst beschouwen de Denen deze runensteen als de 'geboorteakte' van hun land. Ze zijn er dan ook behoorlijk trots op. In dat licht bezien is het begrijpelijk dat er een replica van deze steen werd gekozen toen de Vrienden van Nederland in Denemarken in 1936 een passend geschenk zochten bij het 300-jarige bestaan van Universiteit van Utrecht. De steen kwam er dankzij Gustav Lind (1886-1984), een Deense tandarts die aan de universiteit van Utrecht had gestudeerd en in 1929 het Deens Genootschap in Nederland had opgericht.

blog

Bovendien had hij in Amsterdam, waar hij een tijdlang werkte, de Bibliotheca Danica opgericht met een kolossale hoeveelheid boeken over Scandinavische cultuur en letterkunde. Hij had sindsdien in Denemarken fortuin gemaakt en zijn villa in Kolding tot een museum voor moderne kunst omgevormd.

Lind had de middelen en de contacten, maar vooral het enthousiasme om de runensteen op het Domplein mogelijk te maken. Het valt te bezien of het bestuur van de universiteit ook zo verguld was met het Deense geschenk. In de Utrechtse archieven is er niets over te vinden. Ik ben Gustav Lind in ieder geval dankbaar voor zijn initiatief.


29 juli 2015
Balthildis: van femme fatale tot heilige

De Britse politicus die er deze week in de schandaalpers van beticht werd een scheve schaats te hebben gereden, moest het veld ruimen. Hij was niet de eerste - en zal ook wel niet de laatste zijn - die door een schandaal in opspraak is gekomen. Toen ik het oh-la-la-verhaal van de Britse Lord las, moest ik onwillekeurig aan de Angelsaksische koningin Balthildis denken die in de zevende eeuw een enerverend leven leidde dat door de vondst van een zegelring nog een pikant staartje kreeg.

blog

Balthildis werd geboren in een Angelsaksisch aristocratisch milieu, werd tijdens een twist tussen twee rivaliserende clans gevangen genomen en als slavin verkocht aan de Frankische hofmeier Erchinoald. Aan het Frankische hof begon zij haar glansrijke carričre. Zij was innemend en aantrekkelijk, ze trok daardoor de aandacht van koning Chlodovech die met haar huwde. Het is niet vreemd dat deze vorst een slavin tot zijn echtgenote nam. Het kwam regelmatig voor dat Merovingische koningen huwden met een vrouw van lage afkomst die zij meestal onder dienstmaagden of de dochters van het hofpersoneel rekruteerden. Overerving vond volgens het Salische recht toch alleen maar via de mannelijke lijn plaats.

Balthildis werkte zich op tot een invloedrijke vrouw. Daarbij toonde zij zich meedogenloos en zou zelfs niet voor moord hebben teruggedeinsd. Boze tongen beweerden dat ze verantwoordelijk was voor de dood van meerdere bisschoppen. In 657 overleed de koning waarna de invloed van Balthildis alleen nog maar toenam door haar regentschap over haar minderjarige zoon. Dat is op zich al opmerkelijk omdat een weduwe formeel geen enkele status had. Toen de knaap in 664 meerderjarig werd, kon Balthildis eindelijk door haar vele tegenstanders aan de kant geschoven worden. Ze werd in een klooster opgeborgen, waar ze zo’n vroom leven leed dat ze nadien heilig verklaard werd.

Haar merkwaardige levensloop kreeg een extra dimensie – zij was slechts uit enige kronieken en een heiligenleven bekend – door de vondst bij Norwich in East-Anglia van een dubbelzijdige zegelring met aan de ene zijde een portret waar omheen de naam BALDAHILDIS gegraveerd is. Deze zijde werd voor het verzegelen van officiële stukken gebruikt. Op de andere zijde is een voorstelling te zien die meer een privé-karakter heeft: een naakte man en vrouw die met elkaar de liefde bedrijven. Althans volgens het Norwich Castle Museum waar het pikante kleinood wordt tentoongesteld. Maar ja, wie is er niet gek op een ondeugend schandaaltje?


12 juli 2015 - Gastblog van Thomas Kamphuis:
Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet: de knipoog van Odin

De 'Vikingen' verkopen. Niet alleen op DVD's en de televisie. De Vikingen zijn 'hot' en daar wordt door verkopers van zeldzame artefacten uit deze periode (zeker vergeleken met bijvoorbeeld artefacten uit de Romeinse tijd), gretig op ingespeeld. Al te goed is hier echter beslist buurmans gek. Nu ken ik iemand in Amerika, die mij heel wat heeft kunnen leren, maar een gewoonte heeft die niet af te leren is. 'Beauty is in the eye of the beholder' is hier natuurlijk het adagium.
blog

In vele artefacten met een mannelijk gezicht, al dan niet met baard en/of snor, ziet hij Odin, de oppergod uit de Noordse mythologie. Het symbool van opperste macht en wijsheid die van gedaante kan veranderen en vele avonturen beleeft. Hij heeft een oog afgestaan aan de reus Mímir om van de bron van wijsheid te mogen drinken Een artefact die deze Amerikaan een jaar of 10 geleden verkocht 'is onmiskenbaar Odin', ja zelfs 'met hoed en al'. Er moet niet te zwaar aan getild worden dat er twee ogen zichtbaar zijn. Natuurlijk kent deze Amerikaan - maar dat geldt ook voor menig andere verkoper - het geheim van de Vikingsmid. Het lijntje met deze verborgen smid mis ik vaak nog steeds en ik laat me dan ook wat minder gauw overtuigen. We willen immers te vaak iets zien wat er niet is. Het kan in ieder geval onmogelijk bewezen worden, want de smid heeft geen portfolio van zijn  werken nagelaten. Maar iets niet weten mag steeds minder van onszelf in deze moderne tijden. Maakbaarheid is onze nieuwe religie.

blog

Nu klap ik uit de verzamelschool. Ook ik heb ooit enthousiast Thor aangeschaft. Thor, u weet wel, de man met de hamer. Sterk en moeilijk opvoedbaar als kind. Ja, dan ga je om je heen slaan. Met zijn hamer Mjölnir sloeg hij het liefste reuzen dood. Ofwel: waar is Thor in onze dagen, nu we hem zo hard nodig hebben?
Goed, ik kocht een zogeheten punch die, een stempel met daarop een duidelijk manfiguur met flinke baard.
Het begrip 'driving to the occasion' wordt door sommige verkopers te enthousiast gebezigd. Zo zou dit stuk gevonden zijn vlakbij de zogenaamde 'Ainsbrook hoard' in Engeland die een verzameling voorwerpen bevat uit de Vikingtijd. Allá. En met 'hameren' en een bebaarde man is een link naar Thor wellicht gelegd. Er moet tenslotte verkocht worden. Maar durf ik hier mijn langhuis op te verwedden?
Een archeoloog vertelde me dat dit stuk 'van de hoogst mogelijke zeldzaamheid' is en in die hoedanigheid zelden tot bijna nooit gevonden wordt. Om niet helemaal alles overboord te gooien, koester ik me in de milde veronderstelling dat ik wellicht de enige Vikingtijdstempel in mijn collectie heb. Maar, of dat ook echt zo is, dat blijft het geheim van de smid.


26 juni 2015
Smartphones en vroegmiddeleeuwse voorouderverering

Tijdens het Qingmingfestival brengen Chinezen kartonnen smartphones naar hun doden. Traditioneel is dit een dag om de graven van voorouders te bezoeken en allerlei etenswaren en andere zaken te offeren. Dit gebruik komt voort uit het geloof dat de overledenen nog altijd behoefte hebben aan wereldlijke goederen.

In de vroege middeleeuwen kwamen dergelijke praktijken ook in onze streken algemeen voor. Dat weten we omdat ze door de kerk als zondig beschouwd werden en daardoor als verbod in het canonieke recht terecht kwamen, zoals in het Decretum van Burchard van Worms:

Heb je meegegeten van de offeranden die op bepaalde plaatsen bij de graven geplaatst worden, of bij bronnen of bomen of bij bepaalde stenen of splitsingen van wegen; heb je grafheuvels opgeworpen, heb je amuletten gebracht naar de kruisen die aan kruispunten staan? Indien je dat hebt gedaan of daarmee hebt ingestemd, dan zal je dertig dagen boeten op water en brood.

blog

Funeraire maaltijden, zowel het bijzetten van voedsel in het graf als het nuttigen van een maaltijd bij het graf, waren heidense gebruiken die in christelijke teksten streng veroordeeld werden. Toch worden er soms maaltijdresten binnen een kerk gevonden.

In de Sint-Severinuskerk in Keulen werd een schaal met de resten van een vogel die in honing gebakken was, een kom met vlees, een pot met gierst en een glas wijn aangetroffen. Goed beschouwd zijn pitancies, vrome uitdelingen van voedsel aan behoeftigen naar aanleiding van een kerkelijke begrafenis, bekostigd door en ten bate van het zielenheil van een overledene, christelijke voortzettingen van funeraire maaltijden. Het gebruik gaat terug op de maaltijden die vroege christenen jaarlijks bij de graven van overleden familieleden hielden. Ze zijn op fresco's in de Romeinse catacomben terug te vinden. De Syrische theoloog Jacob van Serugh schreef in de zesde eeuw: 'Richt een maaltijd aan en nodig de doden uit om de offergaven te ontvangen die voor alle zielen een ondersteuning en een troost zijn'.

Een symbolisch samenzijn met de doden kan ook de moderne mens nog ondersteuning en troost bieden. Wat dat betreft zijn de kartonnen smartphones van de Chinezen zo gek nog niet.


7 juni 2015
De magneetfunctie van Dubai en Dorestad

Steden hebben de eigenschap om zelfstandig te kunnen functioneren. Wanneer een plaats alles biedt waar mensen behoefte aan hebben, dan blijft die gewoonlijk vanzelf in stand, zo is de gedachte. Dubai is daar een modern voorbeeld van. Deze stad had van oorsprong maar weinig aantrekkingskracht, maar door de bewuste concentratie van voorzieningen is die toch levensvatbaar geworden. Vanaf een zeker moment krijgt zo’n plaats echt ‘kritische massa’ en wordt de groei van de stad organisch. Hoe meer voorzieningen, hoe meer expertise, hoe groter de aantrekkingskracht. Er gaat dan een zekere magneetfunctie vanuit.

blog

Misschien heeft dat ook een tijd voor Dorestad gegolden. Deze vroegmiddeleeuwse handelsnederzetting heeft helemaal niets met het moderne Dubai gemeen, zo lijkt het. Toch is dat niet zo. Beide plaatsen lagen aan belangrijke handelsroutes en konden daardoor een centrale rol in het handelsverkeer spelen. Dorestad werd logistiek gezien een ‘hub’ tussen het Frankische achterland en de Noordzeeregio. Dubai fungeert als ‘hub’ tussen het westen en het nabije en verre oosten.

Beide plaatsen wekten de belangstelling van de heersende elite. Dorestad kwam in de zevende eeuw in handen van Frankische vorsten die de haven ontwikkelden en de plaats met handelsprivileges aantrekkelijk maakten. Precies hetzelfde deden Arabische emirs dat twaalf eeuwen later met Dubai. Ze bouwden een moderne stad met een zeer mild belastingregime. In beide gevallen gaven de machthebbers de nodige zet, omdat ze goed gezien hadden dat er op die plaats een latente behoefte aan een ‘dienstencentrum’ was.

Door politieke verschuivingen heeft Dorestad het uiteindelijk niet gered, De plaats kwam in een onmogelijk niemandsland tussen twee machtssferen te liggen. De Frankische vorsten verloren hun belangstelling. Regionalisering van de handel zou uiteindelijk de plaats, die te zeer op de verre handel gespecialiseerd was, de genadeklap geven. Dorestad kon zichzelf dus ondanks de concentratie van voorzieningen niet in stand houden. Hoe Dubai zich gaat ontwikkelen, zal de toekomst leren.


22 mei 2015
Verdorven kuiperijen

In de Vikingtijd was er nog geen Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Toch zou die zeker van pas gekomen zijn, want terroristische acties waren niet van de lucht. En dan heb ik het niet over Vikingaanvallen waarbij het de plunderaars alleen maar om buit en roem te doen was, maar over acties om angst te zaaien. Terroristische actie dus. Terreur komt van het Latijnse terror dat angst betekent.

Vikingen

Terroristische acties? Het klinkt vreemd, maar ja die had je toen ook al. Dat zit zo. De Frankische keizer Lodewijk de Vrome kreeg het aan de stok met zijn zoon Lotharius die de scepter over onze streken zwaaide. Het conflict liep zo hoog op dat Lodewijk zijn zoon diens gebieden ontnam. Die pikte dat niet en zocht steun bij de Deense warlord Harald, een telg uit een koningsclan die ooit vanwege een verloren troonstrijd in Denemarken naar het Frankische Rijk gevlucht was. Lotharius kon deze Noorman bewegen Frankische doelen aan te vallen als pressiemiddel tegen zijn vader. Terroristische acties dus. Vervolgens wist hij ook Haralds broer Rorik voor zijn karretje te spannen. In ruil kregen deze Deense prinsen de handelsplaatsen Domburg en Dorestad in leen.
Murw gebeukt door alle terreur gaf Lodewijk de Vrome op den duur toe en verzoende zich weer met zijn zoon. Die kreeg zijn gebieden terug op voorwaarde dat hij zich voortaan van ‘verdorven kuiperijen’ diende te onthouden.

Toen Lotharius eenmaal stevig in het zadel zat, probeerde hij zich van zijn Deense bondgenoten te ontdoen. Ondank is 's werelds loon. Harald kwam om het leven, maar Rorik kon ontkomen. Om zijn gelijk te halen, begon die het rijk van zijn wispelturige heer te bestoken. Weer terroristische acties dus. Lotharius moest uiteindelijk zwichten voor alle geweld. Hij nam Rorik weer op als zijn vazal en gaf hem Dorestad in leen. Eindelijk kwam er een eind aan alle terreur.
Deze geschiedenis leert ons dat terreur voor de aanstichters loonde. Lotharius en later Rorik kregen hun zin. Maar wel over de hoofden van het gewone volk. Wat dat betreft is er niets veranderd.


8 mei 2015
Ziek, zwak en misselijk

Laatst was ik door een griepje geveld. Terwijl ik in me miserabel voelde, moest ik denken hoe het was om in de vroege middeleeuwen ziek te zijn. Ondervoeding en gebrek aan hygiëne vormden toen een belangrijke basis voor allerlei kwalen, waarvan sommigen besmettelijk waren. Er braken dan ook met enige regelmaat epidemieën uit van tyfus, cholera en de pest. De oorzaak werd gezocht in bedorven lucht of het overmatig eten van makkelijk bederfelijke etenswaren als vis en fruit.

bedelaar

Artsen, althans degenen die zich op hun medische kennis lieten voorstaan, behandelden de meest biedende. Hun kunsten gingen doorgaans aan het gewone volk voorbij. De meeste mensen zochten hun heil bij kruidenvrouwtjes die een meer dan gemiddelde kennis hadden van producten uit de natuur en hun uitwerking op allerlei kwalen. Hun volksgeneeskunde was voornamelijk op mondelinge overlevering gebaseerd.
Maar sommigen liepen in de armen van kwakzalvers die met flesjes berenvet en vogelmest rondtrokken en hun wondermiddeltjes louter om geldelijk gewin op markten aansmeerden. Kroniekschrijver Gregorius van Tours schreef in de zesde eeuw over een louche kwakzalver die, gehuld in een mantel van geitenhaar met capuchon, het volk met zwarte magie misleidde.
Hij liet verlamden of mensen die op een andere wijze gehandicapt waren, oprekken. Enkele helpers pakten dan de handen en anderen de voeten van hun slachtoffer en begonnen te trekken, waardoor het soms wel leek alsof je hun zenuwen kon horen knappen. Zieken die niet genazen, lieten ze voor dood liggen.

Degenen die sterk genoeg waren om de grote zuigelingensterfte te overleven, bleven de grootste angst houden om ziek te worden of om een ernstige wond op te lopen. Terecht, want genezing was niet zo vanzelfsprekend in een tijd waarin er niet veel van het menselijk lichaam begrepen werd en er nauwelijks enige anatomische kennis was. De oorzaak van de meeste ziektes werd dan ook niet onderkend. Daardoor kon een in onze ogen betrekkelijk onschuldige kwaal een doodvonnis betekenen.
In de eerste plaats was het zaak om gezond te leven en vooral kwade, ziekmakende krachten te weren. Eigenlijk geldt dat nog steeds voor ons. Overigens was ik er na een paar dagen gelukkig weer bovenop. Zonder de hulp van berenvet en vogelmest, dat wel.


24 april 2015
Het ijzer van de heidenen schitterde

Graag wil ik Gerward, de eerste geschiedschrijver van eigen bodem, aan jullie voorstellen. Er zijn wel oudere historische bronnen, maar die zijn allemaal door 'buitenlanders' geschreven die hun gegevens niet uit de eerste hand hadden. Dat geldt echter niet voor Gerward die veel van wat hij opschreef zelf heeft meegemaakt. Hij leefde in de eerste helft van de negende eeuw en was telg uit een familie van grootgrondbezitters. Na een carričre aan het hof van keizer Lodewijk de Vrome schonk hij zijn familiegoederen in het rivierengebied aan het klooster van Lorsch bij Worms. Vervolgens ging hij die goederen zelf beheren vanuit Gendt aan de Waal, schuin tegenover Nijmegen. Daar hield hij zo'n 25 jaar lang een kroniek van zijn tijd bij die terecht is gekomen in de Jaarboeken van Xanten. Die hebben overigens niets met Xanten te maken, maar dit terzijde.

Vikingen

Gerward was een tijdgenoot van de Deense warlord Rorik die namens de Karolingische vorst Lotharius, aanvankelijk vanuit Dorestad, over het westen van Nederland en het rivierengebied heerste. En laat die barbaarse Rorik nu uitgerekend in datzelfde Gendt goederen van de koning in leen hebben gehad. Dat moet bij Gerward in het verkeerde keelgat zijn geschoten, te meer omdat Rorik ook al eens vanuit Dorestad de concurrerende handelsplaats Meinerswijk (toen Meginhardeswich), aan de Rijn tegenover Arnhem, had geplunderd.
Ook in Meinerswijk had de familie van Gerward bezittingen. Hij had dan ook geen goed woord over voor de heerser uit Dorestad die hij 'gal van de christenheid' noemde. Nee, de heren waren bepaald geen vrienden van elkaar.

Gerward was over het algemeen kort van stof, maar gaf desondanks blijk van zijn gedetailleerde kennis van de gebeurtenissen om hem heen. In zijn bondige teksten wist hij ook nog eens prachtige poëtische uitspraken te verwerken. Een juweeltje is 'Het ijzer van de heidenen schitterde', dat mij als een mystieke passage uit een song van Bob Dylan in de oren klinkt. In gedachten zie ik Noormannen met hun zwaarden geheven aan komen stormen.


10 april 2015
Gastblog van Thomas Kamphuis: Skoll en Hati

Thomas Kamphuis is verzamelaar van sier- en gebruiksvoorwerpen uit de Vikingtijd. In dit artikel laat hij zijn licht schijnen op een object uit zijn verzameling.

Het voorwerp dat ik hier laat zien, is een zogeheten paardentuig-sierhanger. Dat zijn ornamenten die gehangen werden aan het paardentuig. Ze werden vaak gebruikt om de sociale status van de berijder te demonstreren. Gedurende de middeleeuwen waren paardentuig-sierhangers objecten die gebruikt werden om de voornaamheid of ambities van de eigenaar te communiceren of te benadrukken. Net zoals bij ringen of broches, waren ze zichtbaar voor iedereen die de eigenaar tegen kwam – met het doel indruk te maken of de ander te herinneren aan de sociale status van de eigenaar. Het was daarmee dus niet zozeer versiering van het paard, maar meer een decoratie ter meerdere glorie van de berijder zelf.
Deze paardentuig sierhanger, gevonden in Thetford, Norfolk, in Engeland, is een uniek exemplaar, waar geen gelijke van bekend is. Dit exemplaar is zeer grofweg te dateren tussen de 9e en 11e eeuw A.D. De sierhanger is 'open gewerkt', en laat twee rennende wolven zien, met gelinieerde incisies in de vacht, schouders en heupen. Iedere wolf heeft de mond open, waaruit een langwerpige tong steekt. Het bevestigingsoog van de sierhanger is aan de bovenkant zichtbaar.
De twee wolven symboliseren de wolven Skoll en Hati die in de Scandinavische mythologie door de lucht de zon en de maan achtervolgen: Toen de zon en de maan de wolven zagen. Reden ze met hun karren weg, de lucht in. De wolven Skoll en Hati kunnen als Ying en Yang symbool gezien worden.
Skol-Hati

Waar licht is, is donker,
maar probeer het donker niet te begrijpen.
Waar donker is, is licht,
maar zoek niet naar dat licht.
Licht en donker zijn een paar,
zoals de voet voor en de voet
achter tijdens het lopen.
Ieder ding heeft zijn eigen intrinsieke waarde
en is verbonden met alles
in zijn functie en positie.
Het gewone leven past de absoluutheid
als een doos en zijn deksel.
Het absolute werkt samen met het relatieve,
als twee pijlen die elkaar halverwege
ontmoeten in de lucht.


27 maart 2015
Gedachten over de bevolkingsomvang van Dorestad

Je kunt je iets van de bevolkingsomvang in de vroege middeleeuwen voorstellen, als je bedenkt dat alle mensen die toen op het gebied van het huidige Nederland leefden gemakkelijk in de Amsterdamse Arena pasten. Ons land was dus ongelofelijk dun bevolkt. De grootste concentratie mensen was nog in de handelsplaats Dorestad te vinden, want daar woonden … Tja, hoeveel mensen waren daar eigenlijk te vinden? Niemand weet het. Toch doe ik een poging om tot een schatting te komen.
grafveld De Heul De grootte en intensiteit van de bebouwing geeft ons een ruw idee van de bevolkingsomvang van Dorestad, althans van het gedeelte dat is opgegraven. Daarvan was de haven- en oeverzone in de Karolingische periode in ongeveer zeventig opvallend uniforme percelen verdeeld. Ik schat dat de helft daarvan in het havengebied met gemiddeld twee gebouwen, voornamelijk pakhuizen en andere opslagvoorzieningen, was bezet. Hier zullen maar weinig mensen hebben gewoond, zeg drie per gebouw. Dan komen we op ruim tweehonderd bewoners. Als de helft van de percelen in het aangrenzende oevergedeelte was bebouwd met gemiddeld drie achter elkaar liggende (ambachts)huizen, dan moeten er ruim honderd woningen hebben gestaan. Als die door zo'n zes personen bewoond werden, dan waren er in de oeverzone ruim zeshonderd mensen te vinden. Op het achterliggende agrarische gedeelte stonden zo'n dertig boerderijen. Als die bewoond werden door zeven tot acht personen, dan woonden er in deze zone ruim tweehonderd mensen. Daarmee kunnen we de totale grootte van de bevolking van het opgegraven noordelijke deel van Dorestad ramen op ruim duizend individuen.
Vervolgens probeer ik een inschatting te maken aan de hand van de onderzochte grafvelden. Daar zijn in het totaal ruim 2400 individuen aangetroffen. Het aantal graven was echter veel groter. Als we van het dubbele uitgaan, dan kan de bevolkingsgrootte aan de hand van een gemiddelde levensverwachting van 35 jaar en een gebruiksduur van de grafvelden van 175 jaar op een kleine duizend zielen worden geschat.
Als ... als ... als ... Natuurlijk moet ik een grote slag om de arm houden, want veel schattingen zijn niet meer dan grove aannames. Nog onzekerder dan de bevolkingsgrootte van het opgegraven deel is de totale bevolkingsgrootte van heel Dorestad, inclusief het onbekende zuidelijke deel. Als dat de helft van Dorestad beslaat, dan zou de totale bevolkingsomvang in de Karolingische periode rond tweeduizend individuen zijn geweest. Dat zijn er net zo veel als er tegenwoordig in het nabijgelegen dorp Langbroek wonen. Het is een beredeneerde, maar met alle onzekere factoren op elkaar gestapeld een zeer ruwe schatting. Meer niet. Wie hierover ideeën heeft, mag het zeggen.


13 maart 2015
De Noormannen waren hier

Tot 27 september loopt er in het Historiehuis in Roermond een expositie over de Noormannen, waarvoor ik de teksten en het beeldmateriaal heb mogen aanleveren.
Het idee kwam van Victor Mostart uit Asselt (onder de rook van Roermond) die in de ban van de Noormannen raakte toen hij ontdekte dat die in 881-882 een winterkamp in Asselt hebben gebouwd. Noormannen waren hier
Holwerda heeft in de jaren twintig van de vorige eeuw praktisch in de achtertuin van Victor gegraven en meende daar de greppels van de omwalling van het kamp te hebben gevonden. Maar het lijkt erop dat Holwerda aan wishful digging deed. De exacte plaats en omvang van het Noormannenkamp blijft voorlopig in nevelen gehuld, ook al moeten we die wel in Asselt zoeken.
Aan dat kamp wordt op de tentoonstelling enige aandacht besteed, maar voor de rest gaat het voornamelijk over de Noormannen in onze streken. Teksten en afbeeldingen zijn een uittreksel van mijn boek(je) De Vikingtijd. Op zoek naar de Noormannen in Nederland en België, dat tegelijk met de opening van de expositie uitkwam. Leuk om de plaatjes uit dat boek heel groot aan de wanden te zien hangen, en dan ook nog in een mooie vormgeving. Er zijn verschillende objecten uit de collectie van Museum Dorestad tentoongesteld, maar ook van andere verzamelingen, waaronder die van Thomas Kamphuis. Daartoe behoort een heel bijzondere 'schildpad'-fibula, een absoluut hoogtepunt van Scandinavische edelsmeedkunst. Wie in de buurt is, moet beslist gaan kijken.
De bedoeling is dat deze tentoonstelling na 27 september naar Museum Dorestad verhuist, ware het niet dat het museum zelf gaat verhuizen. Maar op die ontwikkeling kom ik nog uitgebreid terug.


4 maart 2015
Welkom in mijn langhuis, de start van mijn blog

Ga zitten en maak het je gemakkelijk. Want vanaf vandaag ga ik op deze pagina met enige regelmaat een blog bijhouden over allerlei historische en archeologische onderwerpen die mij raken. 'Met enige regelmaat' betekent dat er niet al te lange tijd zit tussen twee blogs. Althans, dat ga ik proberen.
De naam 'Vikinglanghuis' houdt in dat deze site als een virtuele ontmoetingsplaats moet worden beschouwd. Dus reageer vooral op mijn berichten. De naam zegt ook iets over de periode waar ik mij vooral op richt, namelijk de 'Vikingtijd'. Een wat ruimere interpretatie is 'de vroege middeleeuwen'.
Onderwerpen kunnen zijn: Noormannen, Franken, Friezen, Dorestad, handel en scheepvaart, en wat er verder nog voorbij komt. Ik zie wel. Het gaat in ieder geval om zaken die me nu bezighouden, omdat ik er onderzoek naar doe of erover aan het schrijven ben.
Een inspiratie voor allerlei onderwerpen vormt mijn werk in Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Niet alleen allerlei ontwikkelingen in het museum (waarover ik zeker nog zal schrijven) leveren stof voor deze blog, ook ontmoetingen met bezoekers kunnen heel inspirerend zijn. Daar zal ik dan ook met enige regelmaat over bloggen.
Hoe gaat deze blog zich verder ontwikkelen? Geen idee, ik zie wel. Wat dat betreft moet ik mijn draai nog vinden. Gaan er ook anderen als gastschrijver meedoen? Dat is wel de bedoeling. Ik hoop in ieder geval dat dit Vikinglanghuis uitgroeit tot een echte ontmoetingsplaats voor liefhebbers van een boeiende periode in onze geschiedenis.

Begin van de pagina

Startpagina