langhuis

dingplaats

publicaties

Links

gjallar

dorestad

museumdorestad

academia

Friends

travelingnorth

vikinggenootschap

Noormannenarrangement

archeologieonline

Zuidhoek

Blogs

(zie ook mijn blogs op Archeologie Online)

Te koop: Het Langhuys

De lier van Trossingen 6

Basina die de koning een blauwtje liet lopen

De lier van Trossingen 5

Wie wil er een cadeau?

De lier van Trossingen 4

Redbad

De lier van Trossingen 3

De Slag bij Vlaardingen

De lier van Trossingen 2

De lier van Trossingen 1

Heeft Pasen een heidense achtergrond?

Een Vikingschip in Wijk bij Duurstede

Smeerlapperijen in februari

Aethelfled van Mercia

Vuurwerk, een traditie?

Hoornblazen – niet alleen geliefd bij de Vikingen

Blogarchief

Persoonlijke geschiedenisblog over de Vikingtijd,
over Noormannen, Friezen, Franken, Dorestad, handel en scheepvaart in de vroege middeleeuwen


19 oktober 2018
Te koop: Het Langhuys

Altijd al het jachtige leven in de drukke stad willen ontvluchten? Dan is deze bijzonder aantrekkelijke vrijstaande villa, 'Het Langhuys' met een heerlijk uitzicht, in een rustige, kindvriendelijke omgeving op een zeer ruim perceel met blijvend vrij uitzicht met volop privacy en meer dan voldoende parkeerruimte beslist iets voor u. Dit doordachte en met mooie materialen gerealiseerde pand straalt absolute allure uit.
blog


Voorbeeld van hoe uw droomwoning eruit zou kunnen zien'.


In de zeer royale en stijlvolle living is een ruime open keuken met kookeiland en romantische open haard, alsmede een sfeervolle zitkuil te vinden. De vele authentieke elementen maken dat u zich snel thuis zult voelen in dit fantastische rietgedekte object dat volledig uit duurzame materialen is opgetrokken. De rieten kap en de lemen wanden staan borg voor een energiezuinige en natuurlijke beleving. In het stalgedeelte is ruimte voor vier auto's. Bovendien is er voldoende ruimte voor bijvoorbeeld een kantoor of fitness.
In de fantastische tuin bevinden zich diverse bijgebouwen, een eigen waterput en er is meer dan voldoende ruimte voor een eigen moestuin en een weide voor het paard van uw dochter. Een van de bijgebouwen, 'de Hutkom', is verdiept aangelegd, zodat u uw wijnvoorraad op perfecte temperatuur kunt bewaren. Andere gebouwen met hun eigen harmonieuze uitstraling zijn zeer geschikt voor een praktijk aan huis, een gastenverblijf of een speelruimte voor de kids.
En de prijs voor dit fantastische object? Die valt reuze mee. U heeft slechts een klein bosperceeltje met wat mooie rechte bomen nodig, wat bijlen en dissels en een groepje vrienden en bekenden om u te helpen bij het bouwen.
(Met dank aan Funda voor de vele holle clichés.)


6 oktober 2018
De lier van Trossingen 6

Muziekinstrumenten hadden in de vroege middeleeuwen een bijzondere betekenis met een eigen sociale functie, symboliek en terminologie. Instrumenten waren vaak aan bepaalde maatschappelijke groepen gebonden en dat gold zeker voor de lier die bij de Germanen het belangrijkste begeleidende snaarinstrument was. Bij liederen kwam de lier in beeld, bij uitstek hét begeleidingsinstrument voor zangers.

blog


Resten van beide armen en het juk, inclusief stemknoppen, van de lier uit het grafschip van Sutton Hoo. (Londen, British Museum)


Snaarinstrumenten worden in vele culturen geassocieerd met aristocratische muziek. Dat geldt al voor de oudst bekende lieren uit Mesopotamië die in aristocratische of koninklijke grafkamers gevonden zijn. Ook in het Germaanse gebied tekent zich bij de elite een muzikale traditie af, waarbij het lierspel een belangrijke rol speelde. Daarom is het geen toeval dat de dichter van Beowulf bij zijn beschrijving van de vreugde in de zaal geen ander instrument dan de lier noemde.

In de zesde eeuw vroeg volgens Procopius, die de Romeinse oorlogen tegen de Germaanse Vandalen heeft beschreven, hun verslagen koning Gelimer van de Vandalen aan zijn overwinnaars een lier. 'De koning bracht zijn tijd door met gezang en snarenspel. Hij had een lied over zijn eigen val geschreven die hij onder geweeklaag wilde voordragen. Hij had daarvoor een lier nodig om zichzelf te begeleiden.'

Het is waarschijnlijk geen toeval dat de Oost-Engelse graven waarin lieren werden aangetroffen zich op minder dan één dagreis van de koninklijke centra Rendlesham, Sutton Hoo en Snape bevonden. De 'koning' uit het scheepsgraf van Sutton Hoo moet zelf gezongen hebben of op zijn minst een beschermer van de zangkunst zijn geweest. De lier was een koninklijk instrument, het attribuut van koning Hrothgar in Beowulf. De hoge sociale status van het edele instrument wordt bevestigd door afbeeldingen met eigentijdse instrumenten waarop een lierspelende koning David vanaf de achtste eeuw werd weergegeven.
Die afbeeldingen maken ook duidelijk dat het niet vreemd was dat een koning zelf een muziekinstrument bespeelde. De bijbelse koning zal de Germaanse bevolking hebben aangesproken als gecultiveerde krijgsheer die zijn lier, het aristocratische instrument bij uitstek, bespeelde. Misschien behoorde het lierspelen tot de opvoeding van adellijke knapen.


18 september 2018
Basina die de koning een blauwtje liet lopen

In de vroege middeleeuwen namen mannen het initiatief. Zij vroegen vrouwen ten huwelijk, niet andersom. Des te opmerkelijker is het verhaal van de doortastende Basina die de Frankische koning Childerik ten huwelijk zou hebben gevraagd.

Deze koning was in de late vijfde eeuw na een jarenlange ballingschap in Thüringen naar zijn rijk teruggekeerd. Daarbij werd hij achterna gereisd door Basina, een verwant van de Thüringse koning bij wie Childerik asiel had gekregen. Verbaasd vroeg hij haar waarom zij deze verre reis had ondernomen. Basina antwoordde dat ze hem een capabele en krachtige kerel vond en daarom met hem wilde trouwen. Ze voegde er doodleuk aan toe dat ze wel een betere partij zou hebben gekozen als die zich zou hebben aangediend.
blog
Hoewel het in die dagen ongehoord was dat een vrouw het initiatief nam om de hand van een koning te vragen, zou Childerik zo verguld zijn geweest met haar complimenteuze antwoord dat hij haar toch tot zijn gemalin nam.
Een latere kroniekschrijver dikte de actieve rol van Basina nog eens aan. Ze zou in de huwelijksnacht het echtelijke samenzijn met de koning hebben afgewezen. In plaats daarvan stuurde ze haar kersverse echtgenoot buiten de poort van de koninklijke sterkte om wat hij daar aantrof aan haar te rapporteren.
Childerik deed wat hem gevraagd werd en zag voor de toegang grote wilde dieren, luipaarden, eenhoorns en leeuwen, rondlopen. Geschrokken haastte hij zich naar zijn gemalin terug om haar alles te vertellen. Ze drukte hem op het hart dat hij niet bezorgd hoefde te zijn en verzocht hem een tweede maal naar buiten te gaan. Toen zag de koning beren en wolven rondlopen en vertelde dat aan de koningin die hem nog voor een derde maal wegzond. Nu zag hij honden en kleinere dieren die elkaar verscheurden. Verwonderd stapte hij weer in de echtelijke sponde, vertelde haar alles en verwachtte dat zijn wijze echtgenote zou uitleggen wat al deze wonderen te betekenen hadden. Basina liet de koning die nacht kuis en in onthouding doorbrengen. De volgende dag zou hij alles aan de weet komen.

's Morgens zei ze tegen hem: ‘Dit duidt op de toekomst en onze nakomelingen. Onze eerste zoon zal machtig en sterk als een leeuw of een eenhoorn worden, zijn kinderen zullen roofzuchtig en brutaal zijn als beren en wolven. Hun nakomelingen, de laatsten uit ons geslacht, zullen zo laf als honden zijn. De kleine dieren die elkaar verscheurden, staan voor degenen die voor de koning geen ontzag meer hebben, maar elkaar in haat en dwaasheid zullen bestrijden. Dat is de verklaring voor wat je hebt gezien.’ Childerik verheugde zich alleen maar over de vele nakomelingen die van hem zouden afstammen.

We kunnen onze vraagtekens zetten bij de actieve rol die de kroniekschrijvers Basina toebedeelden. In de sprookjesachtige passage waarin zij aan de hand van de nachtelijke belevenissen van Childerik de toekomst van het Frankische koningshuis voorspelde, kunnen we een belerende visie van een latere kroniekschrijver zien. De reis die zij zelfstandig naar het Frankische Rijk had ondernomen en haar huwelijksaanzoek zijn al verbazingwekkend, een koning tijdens de huwelijksnacht een blauwtje laten lopen was helemaal ondenkbaar.


23 augustus 2018
De lier van Trossingen 5

De vroegste lieren zijn bekend uit Mesopotamië en dateren uit het derde millennium voor Christus. Deze instrumenten kwamen ook in Egypte, Griekenland en het Romeinse Rijk voor. Het woord lier is via het Latijnse lyra afkomstig uit het Grieks. Dit instrument had een bolle klankkast, traditioneel gemaakt van het schild van een schildpad, met twee armen waartussen een dwarsbalk, het juk. Het instrument was bespannen met zeven snaren van schapendarm. De laagst klinkende snaar was het verst van de bespeler verwijderd.

De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodorus van Sicilië beschreef in de eerste eeuw voor onze jaartelling het instrument van de Keltische barden dat volgens hem op de klassieke lier leek, maar er niet helemaal identiek aan was. Toch is het onduidelijk hoe het Griekse instrument in verband staat met lieren die uit vroegmiddeleeuws Europa bekend zijn en een platte klankkast hebben. In dat opzicht lijkt de Europese lier meer op de klassieke kithara, het snaarinstrument waarmee Apollo vaak werd afgebeeld. Nog altijd geldt dit als het klassieke beeld van de lier, de kithara zoals die bijvoorbeeld op het timpaan van het classicistische Concertgebouw in Amsterdam prijkt. blog


De gestileerde kithara op het Amsterdamse Concertgebouw die steevast lier genoemd wordt.


Wanneer we aan de hand van schriftelijke bronnen de ontwikkeling van de Germaanse lier proberen te achterhalen, stuiten we op een veelheid aan begrippen. Dit instrument wordt in de vroegste bronnen over het algemeen als 'harp' aangeduid, een woord dat van Germaanse afkomst is. We komen de lier in het Oudhoogduits tegen als harpha of harfa, in het Angelsaksisch als hearpe, in het Oudsaksisch en het Oudnoords als harpa. We kennen het in gelatiniseerde vorm eveneens als harpa, bijvoorbeeld bij de Frankische hofdichter Venantius Fortunatus die het in de zesde eeuw naast de 'Romeinse lier' ook over de barbarus harpa (de onbeschaafde harp) had. In het Friese volksrecht komen we het gelatiniseerde begrip harpare tegen. Aangezien deze tekst is gebaseerd op mondeling overgeleverd gewoonterecht uit de zesde of zevende eeuw, is het zeer waarschijnlijk dat ook hier een Germaanse lier bedoeld is.

Al deze varianten van het woord harp mogen niet verward worden met de tegenwoordige driehoekige harp, het instrument zoals we dat tegenwoordig kennen als pedaal- of concertharp en ook als Keltische harp.


21 juli 2018
Wie wil er een cadeau?

blog
Het is bijna zover. De Facebookpagina van Vikinglanghuis gaat binnenkort de 500ste vind-ik-leuk begroeten. En dat vind ik dan weer leuk, want daarmee bereiken mijn blogs steeds meer mensen. Zo'n rond getal voelt een beetje of ik jarig ben. Wie jarig is trakteert en dat doe ik dan ook. Degene die ik kan begroeten als de 500ste pagina-vind-ik-leuk op Facebook krijgt van mij een boek. Dat mag worden uitgekozen uit de afgebeelde exemplaren hiernaast in de rechter marge. Er zit wel één maar aan: je moet dat boek dan wel zelf bij mij in Driebergen komen ophalen.


12 juli 2018
De lier van Trossingen 4

De lier wordt nog wel eens verward met de harp, te meer omdat de Germaanse lier in vroegmiddeleeuwse bronnen soms harp genoemd wordt. Zo komen we dit instrument in Oudengelse teksten tegen als hearpe en in Scandinavische bronnen als harpa.
Toch is een harp, zoals we die tegenwoordig kennen als pedaal- of concertharp en ook als Keltische harp, een ander instrument. Harpen zijn al bekend uit Sumerische en Egyptische bronnen, maar de vroegst bekende afbeelding uit Noordwest-Europa is te vinden op een ivoren boekbeslag op het Psalter van Dagulf, een verlucht handschrift dat in opdracht van Karel de Grote in de late achtste eeuw werd vervaardigd.

blog


Het lierjuk uit Ribe. Beeld uit een filmopname van Northern Emporium van de opgraving.


De snaren zijn bij de harp tussen de klankkast en een arm gespannen. Deze enkele arm die bij dit instrument hals heet, wordt tegenwoordig door een zuil ondersteund. De langwerpige klankkast vormt met de hals en de zuil een karakteristieke driehoek, waardoor de snaren allemaal verschillend van lengte zijn. Daarmee wijkt de driehoekige harp wezenlijk af van de symmetrische lier die voorzien is van een langwerpige klankkast met twee armen die aan het einde door middel van een juk met elkaar verbonden zijn. De snaren zijn tussen de klankkast en dit juk gespannen.

En juist zo'n juk, het meest karakteristieke onderdeel van een lier, werd vorige week, compleet met stemknoppen, ontdekt in een cultuurlaag van de Deense handelsnederzetting Ribe. Dat is bijzonder, heel bijzonder, want er waren maar twee van dergelijke losse jukken bekend: uit Habenhausen (Bremen) en Hedeby (Sleeswijk). Er zijn nog wel enkele andere jukken uit Engeland en Duitsland bekend, maar die werden samen met (delen van) het instrument gevonden. De drie losse jukken zijn allemaal in een nederzettingscontext gevonden, terwijl de meer complete lieren zonder uitzondering grafvondsten zijn. We kunnen slechts speculeren over de betekenis van dit verschil. Als puzzelstuk is de vondst uit Ribe in ieder geval een welkome aanvulling.


19 juni 2018
Redbad

Gisteren had ik de eer om op uitnodiging van Coen van Zwol, filmredacteur van NRC, de persvoorstelling van het nieuwe filmspektakel Redbad bij te wonen. Deze film van regisseur Roel Reiné gaat 28 juni in roulatie.
Ik ging met gemengde gevoelens, want ik ben niet zo'n liefhebber van de toegepaste mix van Hollywoodgeweld en -romantiek, kortom van films die door de Amerikaanse filmindustrie geïnspireerd zijn. De bedoeling was dat ik de film over de Friese koning Radbod op zijn historische gehalte zou beoordelen en dat heb ik gedaan. Lees daarover binnenkort in NRC.
blog


De hoofdrolspelers op de filmposter van de film Redbad, waarin de vrouwen - in broek (!) - dapper meevechten.


De hele rolprent staat stijf van de vele anachronismen en historische missers, maar daar heb ik eigenlijk niet zo'n probleem mee. De film biedt immers spektakel voor een breed bioscooppubliek dat wel vermaakt, maar over het algemeen niet historisch onderricht wil worden. Erger is dat er werkelijk geen touw aan het verhaal is vast te knopen. De hele film is één lange vrijheidsstrijd van Friezen, al of niet bijgestaan door een soort Vikingen avant la lettre, tegen immer boosaardige Franken.
Een cinematografische brij van koppen afslaande woestelingen, dan eens Nederlands, dan weer Engels pratend, trekt aan de argeloze bioscoopbezoeker voorbij. Een eindeloos gevecht, en dat twee en een half uur lang!

In het kielzog van de Franken treffen we een agressieve Willibrord die met een Vikingbijl uit de late tiende eeuw een Wodaneik te lijf gaat en mensen met een middeleeuwse versie van waterboarding eigenhandig in het doopbassin tot het christendom dwingt.
De Friezen worden voorgesteld als een soort mislukte indianen die hun tijd doorbrengen met het offeren van meisjes aan de goden. Hun hoofdstad Dorestad is gevuld met krijgshaftige Friezen alsof het een kazerne is. Geen handelaar te bekennen.
Het is een spektakelfilm, niet meer en niet minder. Misschien verklaart dat waarom ik de film Redbad zo slaapverwekkend vind.


16 juni 2018
De lier van Trossingen 3

In de vroege middeleeuwen hadden muziekinstrumenten een bijzondere betekenis met een eigen sociale functie, symboliek en terminologie. En dat gold zeker voor de lier die bij de Germanen het belangrijkste begeleidende snaarinstrument was. Als er liederen werden gezongen, dan kwam de lier in beeld, hét begeleidingsinstrument voor gezangen.

Snaarinstrumenten worden in vele culturen geassocieerd met aristocratische muziek. Ook in het Germaanse gebied tekent zich bij de elite een muzikale traditie af, waarbij het lierspel een belangrijke rol speelde. Daarom is het geen toeval dat de dichter van Beowulf bij zijn beschrijving van de vreugde in de hal geen ander instrument dan de lier noemde.
blog


Barnstenen kam uit het havengebied van Dorestad. Uit de volledig vlakke onderzijde blijkt dat dit een onvoltooid werkstuk is. Mogelijk heeft een breuklijn die onderin de kam zichtbaar is, de barnsteenbewerker doen besluiten om dit exemplaar niet af te maken.


De koning uit het scheepsgraf van Sutton Hoo moet ook zanger geweest zijn of op zijn minst een beschermer van de zangkunst. De lier was een koninklijk instrument, het attribuut van koning Hrothgar in Beowulf én van de bijbelse koning David. De hoge status van het instrument wordt bevestigd door vroegmiddeleeuwse afbeeldingen waarop een lierspelende David is weergegeven.

Lieren in graven uit de zesde en de zevende eeuw kunnen vanwege hun rijke bijgaven vrijwel altijd met een adellijke bovenlaag in verband worden gebracht, in het bijzonder met gewapende krijgsheren. Soms was de lier tegen de dode aan gelegd, waardoor de suggestie wordt gewekt dat de overledene ooit zelf de lier ter hand heeft genomen. In andere graven lag de lier niet direct tegen het lichaam aan. Deze positie doet vermoeden dat de zeer hooggeplaatste doden, meestal aangeduid als koningen, niet zelf het instrument hebben bespeeld, maar dit aan muzikanten in hun dienst overlieten. De lier lijkt in deze graven te midden van een grote hoeveelheid grafgiften eerder als een statussymbool te hebben gegolden.

In de loop van de achtste eeuw verdween de gewoonte om grafgiften met de doden mee te geven. Vanaf dat moment kennen we alleen nog maar losse vondsten van vooral kammen van lieren die in een nederzettingscontext zijn aangetroffen en in het bijzonder met ambachtelijke centra in verband kunnen worden gebracht. Deze vondsten zijn niet bekend uit de vroegste periode, toen er niet of nauwelijks nederzettingen met dergelijke handelscentra waren.
In het bijzonder barnstenen kammen zijn alleen op plaatsen aangetroffen waar barnsteenbewerking voorkwam, afgezien van een enkele grafvondst uit de achtste of negende eeuw in het grafveld van Broa op het Zweedse eiland Gotland. De halffabricaten van dergelijke kammen uit Dorestad en Haithabu (Hedeby) ondersteunen de veronderstelling dat lieren, of onderdelen daarvan, in handelscentra gemaakt werden. Blijkbaar moeten we de nederzettingscontext in het licht van de ambachtelijke productie van deze instrumenten zien, want lieren maakten geen deel uit van het dagelijks leven van de bevolking.


6 juni 2018
De Slag bij Vlaardingen

Terwijl vandaag wordt herdacht dat de westerse geallieerden 74 jaar geleden begonnen aan de operatie Overlord, de invasie op de stranden van Normandië, ben ik vooral bezig met de Slag bij Vlaardingen, die dit jaar precies 1000 jaar geleden werd gestreden.
blog
Behalve dat ik betrokken was bij de tentoonstelling Boer en Burcht in Museum Vlaardingen, waar enkele van mijn scheepsmodellen en verschillende objecten uit Museum Dorestad worden tentoongesteld, heb ik ook een bijdrage geleverd aan het boek De Slag bij Vlaardingen 1018 onder redactie van Kees Nieuwenhuijsen. Mijn artikel daarin gaat over handel en scheepvaart rond het jaar 1000 in Vlaardingen. Juist de belemmering van dat handelsverkeer was aanleiding van het gewapende treffen.

Graaf Dirk III had bij Vlaardingen een tol ingesteld. Dat was tegen het zere been van schippers in Tiel die zich gingen beklagen bij de Duitse keizer. Die stuurde een legertje ijzervreters naar Vlaardingen om de lastige graaf een lesje te leren. Voor dat doel vervoerden de Tielse schippers de tot de tanden gewapende mannen maar al te graag naar de plek des onheils. Maar het liep allemaal anders dan ze zich voorgesteld hadden. De strafexpeditie draaide uit op een fiasco. De mannen van de keizer werden in de pan gehakt. De geschrokken schippers lichtten hun ankers en maakten dat zij wegkwamen. Het eind van het liedje was dat de graaf heer en meester in het kustgebied bleef en Vlaardingen nog lang zijn positie kon handhaven als belangrijkste handelshaven in de wijde omgeving.

Komende zaterdag en zondag wordt die slag in de Broekpolder (in het noordwesten van Vlaardingen) nog eens dunnetjes overgedaan door vrijetijdsvechtersbazen in middeleeuws kostuum. Kom dat spektakel bekijken. Het is gratis!


16 mei 2018
De lier van Trossingen 2

In 1857 begon Matthias Hohner in Trossingen met de fabricage van mondharmonica's die al snel over de hele wereld werden verkocht. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd de productie verplaatst naar een industrieterrein ten zuiden van het stadje. De gebouwen op de oude locatie in het centrum werden afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. Daarbij werd in de winter van 2001/2002 in een Merovingisch graf een vrijwel geheel intacte lier gevonden. Zou de oude Matthias het hebben aangevoeld toen hij deze plek uitkoos?

blog
Reconstructie van de ingesneden decoratie op het bovenblad van de lier.

Door de ondoordringbare kleilaag in de plaatselijke bodem waren organische resten, zoals hout, textiel en leer, uitstekend geconserveerd. De houten grafkamer waarin de lier lag, werd vanwege de slechte winterse weersomstandigheden voor een groot deel als één blok gelicht om in zijn geheel naar de archeologische dienst te worden overgebracht. Uit jaarringonderzoek van planken uit de grafkamer kon worden afgeleid dat de overledene in het jaar 580 ter aarde besteld werd.

De grafinhoud was onmiskenbaar van een belangrijk man die ongeveer 40 jaar oud is geworden. Hij was begraven in kostbare kleding, gemaakt van stoffen uit het Middellandse-Zeegebied. Vermoedelijk was hij een krijgsheer die met zijn wapenrusting en zijn lier ter aarde was besteld. Het instrument werd in de linker arm van de dode gevonden, een positie die we ook uit vroegmiddeleeuwse afbeeldingen van lierspelers kennen.

De vondsten uit het graf worden sinds 2007, na acht jaar onderzoek, restauratie en conservering, in het Archäologischen Landesmuseum Baden-Württemberg in Konstanz tentoongesteld. Middelpunt van de expositie is de lier die uit één stuk esdoornhout is gemaakt en een lengte van 81 centimeter heeft. Ook het opgelijmde bovenblad is in deze houtsoort uitgevoerd. Uit slijtage en beschadigingen blijkt dat het instrument werkelijk is bespeeld en niet alleen maar als statussymbool aan de overledene is meegegeven.
Bijzonder is de plaats van de acht klankgaten die aan weerszijden van de kam midden in het bovenblad zijn geboord. Uit de zes stempennen die in het juk zijn gestoken, blijkt dat het instrument zes snaren heeft gehad.

Een groot deel van de lier is zowel aan de voor- als aan de achterzijde voorzien van een ingesneden decoratie. Het hoofdmotief van het bovenblad wordt gevormd door twee groepen van zes krijgers die tegenover elkaar staan met daartussen een rechtop geplaatste lans die door de voorste krijgers wordt vastgehouden en waaraan banieren hangen. De beide armen en de achterzijde van het instrument zijn versierd met tien velden met gevlochten banden van slangachtige dieren en dierenkoppen in Germaanse stijl. De insnijdingen zijn gevuld met houtskool om te contrasteren met de - eens - lichte achtergrond van het esdoornhout.

Het tafereel met de twaalf krijgers past naadloos in de maatschappelijke verhoudingen van de krijgselite in de vroege middeleeuwen. Maar daarover blog ik een andere keer.


29 april 2018
De lier van Trossingen 1

In 2001 en 2002 werden in een vroegmiddeleeuws grafveld in het Zuid-Duitse Trossingen twaalf graven ontdekt en onderzocht. In het grootste en meteen ook het rijkste graf werd een grafkamer aangetroffen met een bed, afgedekt met een rijk bewerkt deksel. Naast dat bed waren meubels en andere zaken geplaatst. De grafinhoud was onmiskenbaar van een belangrijke man die in het jaar 580 met kostbare kleding en wapenrusting begraven was. In zijn linkerarm lag een zessnarig tokkelinstrument, een lier.

blog
De originele lier in het Archäologischen Landesmuseum Baden-Württemberg in Konstanz.

Het is deze lier die onderwerp is van een project dat ik samen met luthier (bouwer van snaarinstrumenten) Jan van Cappelle ben gestart. Dit project zijn wij op verschillende manieren aan het uitwerken. Er wordt een natuurgetrouwe replica van het instrument gebouwd die door enkele lierspelers zal worden uitgeprobeerd. Hun bevindingen worden, samen met het resultaat van geluidsmetingen aan het instrument, in een boek gepubliceerd. Dat boek gaat niet alleen over de geschiedenis, de bouw, de uitvoeringspraktijk en andere muziektechnische aspecten van de lier, maar ook over de maatschappelijke en culturele context.

De lier was in de vroege middeleeuwen het belangrijkste instrument van de Germaanse aristocratie. Hierop werden de verzen begeleid die in de feesthal ten gehore werden gebracht tijdens bijeenkomsten van krijgsheren en hun gevolg. De lier stond in het middelpunt van een heroïsche wereld die de migratieperiode kenmerkt. Daarmee is dit instrument een symbool bij uitstek van zijn tijd en zo is meteen duidelijk dat de lier voor dit project is gekozen.

Er zijn in het hele Germaanse gebied resten van vroegmiddeleeuwse lieren of onderdelen opgegraven. Wij hebben speciaal voor de vondst uit Trossingen gekozen, omdat dit instrument de best bewaarde lier is die tot nu toe ontdekt is. Het instrument is vrijwel compleet en bovendien tamelijk recent opgegraven, waarbij gebruik werd gemaakt van de nieuwste geavanceerde technieken die de archeoloog ter beschikking staan. Als kers op de taart is de lier van Trossingen bovendien aan alle kanten voorzien van ingekerfde versieringen. De belangrijkste daarvan beeldt een twaalftal gewapende krijgers uit die een eed aan een banier lijken af te leggen. Het is een tafereel dat naadloos aansluit bij de martiale samenleving waaruit de lier voortkomt.

De voorbereidingen voor het boek en de bouw van het instrument zijn in volle gang. Daarom zal ik de komende tijd met enige regelmaat over allerlei aspecten ervan berichten. Hou mijn blogs dus in de gaten.


26 maart 2018
Heeft Pasen een heidense achtergrond?

Pasen is voor de christenen het feest waarop Jezus uit de dood is opgestaan en daarmee het belangrijkste moment van het jaar. De oorsprong van Pasen gaat terug op het Joodse Pesach, de herdenking van de bevrijding van het Joodse volk en de uittocht uit Egypte. Pesach viel in de maand nisan van het Joodse jaar, ongeveer de tweede helft van maart en de eerste helft van april volgens onze tijdrekening. De liturgie in de christelijke kerk begint met het feest van het licht, de paaswake, en de eucharistie.

blog Ook het heidense lentefeest is een feest van het licht. Tijdens het lentefeest wordt het einde van de winter en het ontwaken van de natuur gevierd. Dit feest wordt in verband gebracht met de godin van de aarde en de vruchtbaarheid. Volgens de Angelsaksische monnik Beda hadden de heidense Angelsaksen in april feesten ter ere van de godin Eostre. Deze feesten waren door de kerk vervangen door het paasfeest. Het Engelse Easter en het Duitse Ostern is ervan afgeleid.
Taalkundigen hebben de naam van de godin Eostre (ook wel Ostara genoemd) herleid tot de Proto-Indo-Europese godin Hausos die we bij de Grieken als de godin van de dageraad Eos en bij de Romeinen als Aurora tegenkomen.
Deze godin duikt op in verschillende vroegmiddeleeuwse persoonsnamen, zoals Austrechild en Austrovald, en plaatsnamen, zoals Eostrefeld (Austerfield, Yorkshire) en Eastrgena (Eastry, Kent). Mogelijk wordt dezelfde godin genoemd op inscripties op votiefstenen uit de tweede en derde eeuw, gevonden bij Bedburg (Nordrhein-Westfalen) die matronae Austriahenae vermelden. Het zou bij deze godin echter ook kunnen gaan om een afleiding van een plaatsnaam. Karel de Grote verordende dat de Romeinse namen van de maanden vervangen moesten worden door Germaanse equivalenten, waarbij april voortaan ostarmanoth genoemd moest worden.
De godin van de dageraad wordt met allerlei Germaanse lenterituelen, zoals het ontsteken van vuren en het kleuren en uitdelen van eieren, in verband gebracht, maar veel informatie bieden Indo-Europeaanse mythen niet.

De dageraad sluit mooi aan bij de verrijzenis van Jezus en daarmee lijkt de cirkel rond. Maar klopt de bewering van Beda over de godin Eostre wel? De meningen zijn verdeeld. Het zou goed kunnen dat de kerk zich door het volkse feest van het licht heeft laten inspireren, maar zeker weten we het niet. Wel is duidelijk dat de kerkelijke liturgie van het paasfeest en de volkse gebruiken rond het lentefeest vermengd zijn geraakt.


17 maart 2018
Een Vikingschip in Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede heeft als opvolger van Dorestad op scheepsbouwgebied een naam op te houden. Dankzij het initiatief van Wijkenaar en regelneef in hart en nieren Coos van den Hoek gaat het er dan toch echt van komen. Dit voorjaar gaat de bouw van start van een heus Vikingschip. Nou ja, niet een Vikingschip in strikte zin, maar een vrachtschip waarmee Scandinavische kooplieden met hun negotie naar Dorestad voeren. Dat waren vreedzame schippers en niet de plunderaars die we tegenwoordig Vikingen noemen.

blog


Het scheepswrak van een byrding dat bekend staat als de Skuldelev 3 in het scheepsmuseum in Roskilde (Denemarken).

Er wordt een reconstructie op ware grootte gemaakt van een betrekkelijk klein vrachtschip dat ook wel bekend staat als een byrding. Dit type werd voornamelijk op binnenwateren en voor de kustvaart ingezet. Het is verwant aan de grotere knarr die meer geschikt was op volle zee te varen en tochten op de Atlantische Oceaan kon maken.

Model voor de reconstructie staat het goed bewaarde scheepswrak Skuldelev 3 dat op de bodem van de Roskildefjord in Denemarken is gevonden. Dit zeer elegant ogende schip heeft een lengte van ongeveer 14 meter en een grootste breedte van 3,3 meter. Met een diepgang van 75 centimeter in geladen toestand (laadcapaciteit zo'n 5 ton) was dit schip zeer geschikt om door ondiepe getijdenwateren te koersen, bijvoorbeeld van Denemarken naar onze streken. Het heeft in de loop van de tijd al meerdere scheepsbouwers geïnspireerd om een reconstructie te maken, de eerste in het scheepsmuseum in Roskilde, waar ook het wrak tentoongesteld wordt.

Het bouwteam in Wijk bij Duurstede bestaat uit een groep door de wol geverfde vrijwilligers die allemaal bedreven zijn in houtbewerking. De meesten hebben al ervaring opgedaan met een klassiek binnenvaartschip dat eerder in Wijk bij Duurstede werd gebouwd. Ondergetekende gaat niet mee timmeren, maar het ontwerp uitwerken, de bouw begeleiden en een studiemodel, schaal 1:20, bouwen.
De reconstructie wordt gebouwd in een leegstaande sporthal van 700 m2, belangeloos beschikbaar gesteld door de gemeente. Die hal heet al sinds jaar en dag - geloof het of niet - de Vikinghal. Op de gevel prijkt een kleurrijk Vikingschip. Ons bedje is gespreid!

Bij het ontwerp wordt gestreefd naar een historisch verantwoorde reconstructie, maar praktische zaken worden niet uit het oog verloren. Want eenmaal afgebouwd krijgt het schip een vaste ligplaats in de stadshaven van Wijk bij Duurstede. Recreanten kunnen dan een tocht maken op de Lek. De exploitatie komt in handen van de havenmeester en Museum Dorestad. Maar dat is allemaal toekomstmuziek. Eerst bouwen.


27 februari 2018
Smeerlapperijen in februari

Als ik ergens een hekel aan heb dan is het aan de uitdrukking ‘de duistere middeleeuwen’. De middeleeuwen waren helemaal niet duister. Ja ‘s nachts was het donker, maar overdag ging het er kleurrijk en vrolijk aan toe. Niks geen zielige mensen die in de modder ploeterden om hun karige maal bijeen te schrapen in een somber landschap waar eeuwig mistflarden hingen. Laten we dit stereotype beeld dat velen, gevoed door films uit Hollywood, op het netvlies hebben staan, gauw vergeten.
blog Natuurlijk waren er vroeger ook zorgen. De voedselvoorziening was niet altijd en overal gegarandeerd. Ziekte en gebrek lagen op de loer. Iedereen moest de handen uit de mouwen steken. Voor lanterfanten was geen ruimte. Toch was er tijd voor ontspanning. Dat weten we omdat zwaarmoedige monniken steen en been klaagden over het lichtzinnige volk dat zich overgaf aan plat vermaak. Vooral in de weken na de winterzonnewende kon het er vrolijk aan toegaan. Kniezende geestelijken stelden halverwege de achtste eeuw vast dat het volk dag en nacht zingend en juichend rondtrok en feestmalen aanrichtte.

Volksfeesten werden onzedelijk genoemd. Februari, sprokkelmaand, is via sporkel een verbastering van het Latijnse spurkel dat schunnig of ontuchtig betekent. Het was vanouds de maand waarin volksfeesten gevierd werden. Vandaar de titel boven dit stukje 'Smeerlapperijen in februari', een frase uit een kerkelijke lijst met verfoeibare heidense gebruiken uit de achtste eeuw.

Door er een christelijk tintje aan te geven werden de volkse eet- en drinkfeesten en de gemaskerde optochten door de kerk gekaapt. Zo ontstond carnaval, het feestfestijn voor de christelijke vastentijd, waarbij de maatschappelijke verhoudingen - even - mochten worden omgedraaid. Knechten werden meesters en meesters werden knechten. Daarna moest de sociale orde weer gauw worden hersteld. Dat dan weer wel.


17 januari 2018
Vrouw van formaat: Aethelfled van Mercia

blog De middeleeuwen staan bepaald niet bekend als een periode met invloedrijke vrouwen. Toch waren zij er wel degelijk. Aan het begin van de tiende eeuw regeerde Aethelfled over het westelijke deel van het koninkrijk Mercia. Daarmee was ze uniek, want in de Angelsaksische wereld mochten vrouwen, net als op het Europese vasteland, geen politiek ambt bekleden.
In bronnen uit Ierland en Wales wordt Aethelfled als een ‘fameuze Saksische koningin’ beschreven. William van Malmesbury noemde haar de vreugd voor het volk, de schrik voor de vijand en een grote geest. Maar in de belangrijkste bron die we van de vroege Engelse geschiedenis hebben, de Angelsaksische Kroniek, wordt Aethelfled bijna geheel verzwegen. Daardoor is deze vrouw van formaat relatief onbekend gebleven.

Ze verkeerde in een vreemde spagaat tussen haar familie in Wessex en separatisten in Mercia. Hoewel ze naar de laatstgenoemde partij neigde, moest ze toch schipperen om te voorkomen dat haar rijk volledig door Wessex zou worden ingelijfd.
Aethelfled, geboren rond 870, was de oudste dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Haar moeder was ook afkomstig uit Mercia. Alfred werd oppermachtig in het niet door de Denen beheerste deel van Engeland en liet zich voortaan koning van de Angelsaksen noemen. Toch lijfde hij het hem toegevallen deel van Mercia niet in om de machtige lokale adel niet voor het hoofd te stoten. In plaats daarvan huwelijkte hij zijn dochter Aethelfled uit aan de veel oudere Aethelred, de ealdorman van Mercia die de opperheerschappij van Alfred erkende.
Als gehuwde vrouw begon Aethelfled zich in te laten met bestuursaangelegenheden. Haar echtgenoot stierf in 911, maar door zijn steeds verder afnemende gezondheid heeft Aethelfled waarschijnlijk al kort na de eeuwwisseling het bestuur van haar man waargenomen. Zij volgde hem op als vrouwe van Mercia. Daarmee oefende ze formeel het landsbestuur over Mercia uit. Samen met haar broer zette ze de bouw voort van burhs (forten) waarmee haar vader koning Alfred begonnen was. Ze plande en leidde ook daadwerkelijk zelf militaire expedities. Onder haar bewind bloeide Gloucester op in een gebied van relatieve stabiliteit in een Engeland dat leed onder de voortdurende oorlogen tegen de Denen. Haar machtsgebied werd een eiland van geleerdheid en religieuze ontplooiing. Ze liet steden versterken en veroverde in 917 Derby op de Denen, één van de vijf belangrijkste steden in het door hen bezette gedeelte van Mercia. Een jaar later volgde Leicester in hetzelfde gebied. Korte tijd later wilden de Denen uit York zich aan haar onderwerpen, maar zij stierf plotseling voordat ze daadwerkelijk vrede met hen konden sluiten. Ze werd begraven in de door haarzelf gestichte priorij in Gloucester, waar ook haar echtgenoot begraven was.

In zijn Historia Anglorum schreef Hendrik van Huntingdon in de twaalfde eeuw een huldebetuiging aan Aethelfled: 'Heldhaftige Aethelfled, roemrijke legerleider. Moedig als een man, hoewel vrouw van naam. Ook al had ze de titel van koningin, ze had de daden van een koning.'
Seksistischer had hij de vrouw niet kunnen typeren die zelfstandig als een competente legerleider een belangrijke rol bij de herovering van de Danelaw speelde en de onafhankelijkheid van Mercia tot aan haar dood heeft kunnen bewaren.


31 december 2017
Vuurwerk, een traditie?

blog Kabaal tijdens uiteenlopende festiviteiten is van alle tijden. In de vroege middeleeuwen probeerde het volk met schreeuwen of ander lawaai boze geesten te verjagen. Ook werden die wel met toverspreuken en brandende speren of andere projectielen bestookt.
Dat gebeurde speciaal tijdens maansverduisteringen, omdat met geloofde dat geesten dan bezit namen van de maan, onze trouwe begeleider. Men riep dan ‘vince luna’ (maan overwin). Het kon zelfs helemaal misgaan. Mensen konden lunatiek (maanziek) worden, van het verstand beroofd, als ze tijdens een maansverduistering iets ondernamen.

Het bestrijden van boze geesten met herrie tijdens een maansverduistering is een gebruik dat door vroegmiddeleeuwse auteurs als Cesarius van Arles en Hrabanus Maurus is beschreven. Minder duidelijk zijn de bronnen over het verjagen van geesten tijdens de jaarwisseling. Eerder lezen we dat de geesten van overledenen, die tijdens overgangsperioden de barrière tussen de bovennatuurlijke en de alledaagse wereld betrekkelijk eenvoudig konden passeren, gunstig moesten worden gestemd. Dat gebeurde bijvoorbeeld door voedsel te offeren of een plaats voor hen aan een gedekte tafel in te ruimen.
Pas in latere getuigenissen vinden we over vuren die werden gestookt en kabaal dat werd gemaakt om onheilbrengende geesten te verjagen. Nadat in de late middeleeuwen buskruit in onze streken bekend werd, kon ook dit knallende goedje worden ingezet om kabaal te produceren.

Hoewel het niet ondenkbaar is dat vanouds boze geesten tijdens de jaarwisseling met lawaai werden verjaagd, is er maar weinig zekerheid dat deze traditie waarop vuurwerkstokers zich tegenwoordig beroepen zo oud is als doorgaans wordt aangenomen.

Een goede jaarwisseling en een mooi 2018.


15 december 2017 - Gastblog Thomas Kamphuis:
Hoornblazen – niet alleen geliefd bij de Vikingen

blog Zodra het eerste Advent aangevangen heeft, hoor je in Overijssel (en de Achterhoek) het weemoedige geluid van de midwinterhoorn. Het op een hoorn blazen is van alle tijden. Maar waar komt het mirreweenterhoornbloazn vandaan?


Hoornblazers in het Utrechts Psalter uit de negende eeuw.

Ik verdiepte mij in het standaardwerk over midwinterhoornblazen van Everhard Jans, en verbaasde mij hoe het midwinterhoornblazen in een niet heidense maar christelijke traditie geplaatst wordt. Immers: ‘de oudste vermelding van het blaasinstrument blijkt uit 1485 te zijn’. De auteur van het boek is jarenlang diaken van de Nederlands-hervormde kerk te Almelo geweest en is wel heel zendingsgericht in het adresseren van de midwinterhoorn als zijnde niet heidens. ‘Rotstekeningen met lureblazers verdwijnen dan definitief in de ondoordringbare nevel van de fantasie. Gelouterd kan het onderzoek nu voortgaan…’.

Tja, met zo’n vooringenomen blik heb je altijd gelijk. Herders hadden altijd hoorns bij zich, maar niet van de maat die we kennen van de midwinterhoorn, die varieert van een kleine meter tot exemplaren van wel anderhalve meter. Hoe moderner de hoorn, hoe langer lijkt het wel. Een verborgen vorm van penisnijd ten opzichte van de andere ‘bloazer’? Het lijkt er wel op, en vroeger was men daar blijkbaar toch minder mee bezig.
Paus Gregorius I (540-605) adviseerde Augustinus van Canterbury al onschuldige volksgebruiken aan te moedigen, als in christelijke zin konden worden uitgelegd. We hebben het vaker gezien. Feit blijft dat het blazen al een veel ouder bestaansrecht en traditie betreft dan een vermelding uit 1485. Bronnen moeten het maar net vermelden en in de vroege middeleeuwen en daarvoor ontbraken deze niet, maar waren een stel blazers in het verre oosten van het land, ver weg van de kerkelijke wereld, mogelijk niet in beeld.

De auteur stelt wel dat de midwinterhoorn voortgekomen is uit de signaalhoorn. Bij deze signaalhoorn wordt vervolgens door hem wel degelijk een heidense, voorchristelijk gebruik toegekend. Op het Poolse platteland kent men een houten blaasinstrument dat veel overeenkomsten vertoont met de midwinterhoorn, de ligawka. Tussen 1800 en 1950 (zo recent dus nog op deze wijze) werd deze gebruikt om wilde dieren (wolven) af te schrikken, als communicatiemiddel, vooral bij nevel, tussen houtvlotters en om het binnenhalen van de oogst te begeleiden. Misschien ook om onheil of boze geesten af te weren, of zo maar, als uiting van vreugde.
Overigens was men tegen het einde van de 18e eeuw wel weer klaar met het geblaas bij de Kerstviering, getuige een aantekening uit 1791 van een Kerstviering in het Emslande Haselunne. Het “Unleidentliches Geschrey und Getose” werkte de kerkgangers op de zenuwen. Een pastoor liet op bevel van een bisschop zelfs de hoorns afnemen. Blijkbaar kun je ook aan je eigen succes gaan ergeren, en wordt het uiteindelijk weer ‘heidens kabaal’.
Al met al is het dus nog niet zo eenduidig gesteld dat tegenwoordig de Kersttijd luister bijzettende midwinterhoorn die exclusieve betekenis heeft. De oale roop staat dus voor een veel diverser scala van communicatie.


Blogarchief


Begin van de pagina

  

Over mij

Ik ben Luit van der Tuuk, onafhankelijk onderzoeker en publicist.
Mijn interessegebied is de geschiedenis van Noordwest-Europa in de vroege middeleeuwen. Speerpunten zijn: handel en scheepvaart, Dorestad, Noormannen, Friezen, Franken.
Ik ben conservator in Museum Dorestad.
Daarnaast onderhoud ik de webstekken Dorestad onthuld en Gjallar over de Noormannen in onze contreien.

portret

info@vikinglanghuis.nl

Boeken

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

boek

© Copyright Luit van der Tuuk 2015-2018
Gehele of gedeeltelijke overname, verveelvoudiging op welke wijze ook, plaatsing op andere sites, en/of commercieel gebruik van deze site alleen na toestemming van de auteur.